Verhuizen is veranderen: Gevoelens over de verhuizing van het Spinhuis

/// Lisa Christiaanse & Sanderien Verstappen
(Beelden afkomstig uit de film ‘Afscheid van het Spinhuis’)

Een jaar na de verhuizing begint gebouw ‘B/C’ op de Roeterseilandcampus langzamerhand sfeer te krijgen. Hoe ervaren studenten en docenten antropologie en sociologie van de Universiteit van Amsterdam de verhuizing van het Spinhuis naar het Roeterseiland? Is met het nieuwe gebouw ook de mentaliteit veranderd, zoals sommigen van tevoren dachten? En welke rol heeft de (gedwongen) verhuizing gespeeld bij de Maagdenhuisprotesten uit het voorjaar van 2015? Voor de film ‘Afscheid van het Spinhuis’ (Farewell Spinhuis) volgden wij studenten en medewerkers gedurende zes maanden in aanloop naar de verhuizing toe. Het verlies van een geliefde plek vol persoonlijke herinneringen, de ‘eigen’ kantine onderhouden door studenten en de vele ‘schatkamers’ van docenten verborgen achter gesloten deuren, liet toen niemand onberoerd: verdriet, protest, opluchting en berusting wisselden elkaar af. Nu is het ruim een jaar later. Hoe is het leven op de universiteit veranderd als gevolg van de verhuizing?

temp22

Top-down beleid

Toen wij aan studenten en docenten van het Spinhuis vroegen hoe ze dachten over de verhuizing, bleek dat velen de verhuizing als een ‘top-down’ beslissing ervoeren. Zij zagen de verhuizing niet zitten en begrepen ook niet waarom ze moesten verhuizen. Sommigen waren daar verdrietig of boos over. Zij omschreven het Spinhuis als een ‘tweede thuis’. Studente Dora Weijers vertelde, een aantal maanden voor de verhuizing: ‘Toen ik als eerstejaars de binnenplaats van het Spinhuis opliep, voelde ik me gelijk thuis. Het Spinhuis heeft aan dat thuisgevoel heel erg bijgedragen. Het is een ontmoetingsplaats waar je iedereen tegenkomt, een leuke ongedwongen sfeer. Als je binnenkomt, voel je je gelijk prettig en heb je het gevoel dat hier alles kan, dat je je jezelf kan zijn, op zo’n vrije manier. Je wil hier zijn. En als je dan allemaal mensen om je heen hebt die datzelfde gevoel hebben, is dat heel stimulerend. Het is echt een plek waar ik mezelf kan ontwikkelen, wat je op de universiteit doet. Ik denk dat het daarom ook zo’n emotioneel afscheid gaat worden.’

blauwe deur met Julie

Tijdens het eerste bezoek aan het Roeterseiland bleek dat ‘efficiëntie’ centraal stond. Dit merkte studente Emma Stomp tijdens een rondleiding in het toen nog lege gebouw: ‘Er werd steeds gezegd hoe handig het is, bijvoorbeeld dat je met je collegekaart je fiets in de fietsenstalling kan zetten. Terwijl ik dat heel onpersoonlijk vind. Het ging alleen om efficiëntie, en niet om het persoonlijke. Toen we in een collegezaal stonden, had ik zoiets van: “Waar ben ik? Ben ik in Tokyo, ben ik in Parijs? Ik heb geen idee waar ik ben!” Dat vonden we heel jammer. Het is een steriel modern gebouw, dat overal had kunnen staan. In het Spinhuis heb je juist dat Amsterdamse en dat oude. Met het nieuwe gebouw komt ook een verandering van mentaliteit.’ Hoewel ze het oneens waren met de beslissing om te verhuizen, protesteerden studenten niet tegen de verhuizing zelf. Ze voelden zich machteloos. Studente Bente Voskamp: ‘Je kunt er niks aan doen. Docenten vinden het heel vervelend, wij vinden het heel vervelend, we willen het allemaal niet. Maar het proces is al in gang gezet. Je hebt er geen invloed op. Jezelf aan het hek vastketenen heeft geen zin. De efficiëntie wint, of het geld wint. Je voelt je machteloos.’

Jan Rath, toenmalig afdelingsvoorzitter van de afdeling Sociologie en Antropologie, legde ons uit waarom hij en het College van Bestuur de verhuizing noodzakelijk achtten: efficiëntie. Het Spinhuis was veel te duur in verhouding tot het aantal uren dat docenten er doorbrachten en bovendien, voegde Jan Rath toe, was het oud, vuil, gehorig, en niet meer van deze tijd. Achteraf gezien rijst de vraag of de voorgespiegelde kostenbesparing wel op de juiste informatie gebaseerd was. Na de verhuizing bleken de kosten voor huisvesting namelijk te zijn gerezen. Toch beweert het bestuur dat de verhuizing kosten heeft bespaard door een ‘bundeling’ van diensten. Rath: ‘Een faculteit die over een klein dozijn gebouwen in de stad verspreid is, is heel erg inefficiënt. Als de hele faculteit met alle diensten bij elkaar gaat zitten, zal dat veel synergetische voordelen hebben.’ Dat de universiteit steeds meer vanuit het oogpunt van efficiëntie wordt bestuurd is geen nieuwe ontwikkeling, maar de gevolgen zijn steeds meer voelbaar.

Het Spinhuis is na de verhuizing bij wijze van protest een tijdje gekraakt. Die actie werd door studenten antropologie en sociologie met interesse gevolgd. Een studente gaf aan: ‘Ik vond het op zich een goede actie. Maar toen ik er heen ging, werd ik toch een beetje verdrietig. Het thuisgevoel was toch verdwenen. De docenten waren weg, en de studenten die het gekraakt hadden waren van andere studies, die kende ik niet.’ Toch bleef in de latere protesten de gedwongen verhuizing uit het Spinhuis een emblematisch voorbeeld van het betwiste top-down beleid aan de UvA. Toen demonstranten op 13 maart 2015 een rondgang langs alle UvA-gebouwen in de binnenstad maakten, scandeerden zij ‘Spinhuis, ons huis!’ bij het passeren van de Korte Spinhuissteeg. 

 

temp4
De door studenten gerunde Common Room in het Spinhuis.
Op de foto rechts wordt door studenten groentesoep bereid.

 

Common Room

Misschien wel het grootste pijnpunt bij studenten en docenten was het verlies van ‘hun’ Common Room. De Common Room in het Spinhuis was de laatste jaren de enige universiteitskantine die nog door studenten zelf werd gerund en waar studenten en docenten elkaar de hele dag tegen het lijf liepen. Een van de docenten die we voor onze film interviewden, sociologiedocent Bart van Heerikhuizen, vertelde hoe belangrijk de Common Room was voor het contact tussen studenten en docenten: ‘De meest bijzondere ruimte in het Spinhuis is de Common Room. Daar heb je het gevoel van een huiskamer, een veilige plek. Je moet in een gebouw een veilige plek hebben om je er goed te kunnen voelen.’

De uiteindelijke Common Room ziet er, hoewel er geen licht binnenkomt, inmiddels al behoorlijk gezellig uit; je kan er weer koffie, thee en bier kopen, er worden lezingen georganiseerd en je kan er een goed potje tafelvoetbal spelen. Toch lopen er niet veel docenten en studenten spontaan naar binnen. De ‘oude lichting’ studenten heeft gemengde gevoelens over de nieuwe studentenruimte. Xandra Hoek, de voormalige voorzitter van de studievereniging Kwakiutl: ‘Ik ben blij dat ik na de verhuizing terug ben getreden als voorzitter. Ik ga nu meestal naar colleges en werkgroepen en daarna linea recta weer naar huis. Voor mij persoonlijk is de sociale binding nu weg. Het is goed dat de Common Room er is gekomen, en dat de ruimte is gemeubileerd en opgebloeid gedurende het collegejaar. Er komen ook steeds meer mensen. Maar ik verwacht niet dat studenten en docenten in het REC ooit zo hecht zullen worden als het was.’

Eerstejaarsstudenten blijken het nieuwe gebouw positiever te ervaren. Zij hebben geen vergelijkingsmateriaal of nostalgische gevoelens. Maar zullen zij ook dat gevoel krijgen, beschreven door de studenten van het Spinhuis, dat er voor hen op de universiteit een plek is waar ‘alles kan’?

temp6  Bestuursleden van studieverenigingen SEC en Kwakiutl in de lichte ruime bestuurskamer van het Spinhuis.

 

Meer contact met collega’s, minder contact met studenten

Medewerkers van het Spinhuis betrokken in de zomer van 2014 hun nieuwe werkkamers op de 5e verdieping (antropologie) en 6e verdieping (sociologie) van REC B/C. Waar velen voor de zomer nog bezorgd waren over de verhuizing, zijn de geluiden nu gematigd positief. De gedeelde ‘flex’ werkruimtes met grote glazen wanden rondom een centrale koffie- en lunchruimte betekenen weliswaar het einde van privacy, maar leiden ook tot meer contact tussen docenten onderling. Docenten vinden dat dit de collegialiteit en uitwisseling onderling bevordert. Docenten hebben tegenwoordig ook hun eigen ‘Common Room’ op de 5e verdieping, een gemeenschappelijke ruimte met knalrode gordijnen en meubels.

Een probleem dat docenten ervaren in het nieuwe gebouw is het verminderde contact tussen docenten en studenten. De docentenkamers zijn zo ver verwijderd van de onderwijszalen dat docenten en studenten elkaar nauwelijks ontmoeten. In reactie op de toegenomen afstand tussen studenten en docenten heeft een groep studenten zelf een studieruimte ingericht, in de directe nabijheid van de docentenkamers. De hier verrijzende stillevens van zelf meegebrachte meubels, posters en plantjes worden met argusogen bekeken door het gebouwbeheer, want vloerkleedjes zouden brandonveiligheid veroorzaken en oude houten meubeltjes zouden het strakke ontwerp van de architect verstoren. Maar de studieruimte wordt gedoogd. Het gebouw begint steeds meer te leven.

Terwijl het contact met studenten is verminderd, is het contact met collega’s van andere afdelingen juist toegenomen – die zijn op de Roeterseilandcampus binnen handbereik. De gebundelde huisvesting op een ‘efficiënte’ campus heeft op onverwachte wijze een mobiliserende rol gespeeld in de protesten tegen het top-down bestuur van de universiteit. Deze protesten barstten los als reactie op bezuinigingen bij de faculteit Geesteswetenschappen maar verspreidden zich vanaf februari 2015 naar andere faculteiten. Het gebouw B/C met protestposters beplakken en het organiseren van een informatiepunt in de kantine bleken snelle en effectieve manieren om een diverse groep studenten en docenten te mobiliseren voor protestacties. Er werd een sit-in georganiseerd in CREA, waar veel (maar niet alleen) antropologiestudenten aan deelnamen. Frustraties over de bestuurscultuur van de UvA bleken ook op andere afdelingen te spelen. Actiegroep Rethink UvA vond een prima vergaderruimte in de ‘rode ruimte’. Zo werden verbanden gesloten over de grenzen van de afdelingen heen. Het is waarschijnlijk dat de verhuizing naar een ‘efficiënte’ campus een mobiliserende rol heeft gespeeld tijdens het ontstaan van een brede protestbeweging tegen het rendementsdenken. De verhuizing is de ‘interdisciplinaire solidariteit’ tijdens de Maagdenhuisbezetting zeker ten goede gekomen.

 

temp7Professor Mario Rutten poogt zijn verzameling onderzoeksmaterialen en boeken op te ruimen.
Voor het grootste deel is geen plaats in zijn kamer op het Roeterseiland.

 

Geef ons die geile boekenkasten terug!

In het nieuwe gebouw zijn maar weinig boeken te vinden. Bij het presenteren van de eerste verhuisplannen werd gezegd dat er vanwege bezuinigingen in het nieuwe gebouw niet genoeg opslagruimte zou zijn om alle boeken en papieren documenten van de verschillende opleidingen en afdelingen van de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen te huisvesten. Het project ‘Opgeruimd naar het Roeterseiland’ (Operation PaperWeight) moest de vele boeken en papieren documenten van de faculteit in aantal reduceren en deels vernietigen. Professionele opruimploegen togen naar het Spinhuis en veel medewerkers zijn dagen, soms weken, bezig geweest met het opruimen van hun werkkamers.

Dit leidde soms tot heftige discussies: ‘Ze willen dat we alles maar weggooien, maar wie bepaalt dat ik mijn gedrag moet veranderen?’ verzuchtte sociologiedocent Johan de Deken. ‘Bestuurders die zelf helemaal geen onderzoek doen – die niet weten wat wetenschappelijk onderzoek is – denken dat er binnenkort geen boeken meer gaan zijn. Maar dat is natuurlijk voor een deel een selffulfilling prophecy. Als het beleid is dat universiteiten geen boeken meer mogen kopen, dan gaan er natuurlijk minder boeken zijn.’

Opruimen kan ook best een opluchting zijn. Zo filmden we Yolanda van Ede, docent antropologie, terwijl ze op de grond tussen haar boeken zat en er papiertjes uit scheurde: ‘Deze zijn nog van mijn promotieonderzoek. Het is goed dat ik ze eindelijk eens weg doe. Op naar een nieuw hoofdstuk!’ Mattijs van de Port deelde dit gevoel: ‘Hoe langer ik hier sta, hoe radicaler ik word, weg ermee!’ Maar voor andere docenten waren de ‘opruimdagen’ een dramatisch aspect van de verhuizing. Sommigen hadden in de loop der jaren hele musea bij elkaar verzameld. Op het gezicht van Mario Rutten was de wanhoop af te lezen: ‘Waar moeten we alles laten?’ De meeste ‘schatten’ van het Spinhuis zijn uiteindelijk naar huis meegenomen. Wel staan er in sommige werkkamers op het Roeterseiland nu nog stapels dozen of liggen de boeken uitgestald in een lange rij op de vloer. Meer kasten zouden makkelijk in de loze ruimtes passen, maar dat zou in strijd zijn met het ‘concept’ van de architect.

In de turbulentie van protesten van 2015 is het boekenbeleid nauwelijks een discussiepunt geweest. Tijdens een debat over huisvestingsbeleid met Hans Amman van het College van Bestuur stond ‘de universiteit zonder boeken’ heel even op de agenda en eiste een medewerker: ‘Geef ons onze geile boekenkasten terug!’ Maar vaak wordt vergeten hoeveel boeken er de laatste jaren uit de bibliotheek zijn verdwenen. In 2004 had de Bushuisbibliotheek nog 100.000 records (boeken en tijdschriften), in 2014 waren er in het Bushuis nog 36.013 boeken, en met de verhuizing zijn er slechts 6.450 titels meegegaan naar het nieuwe Library Learning Centre. Dit lijkt misschien onbelangrijk – de meeste bronnen zijn digitaal beschikbaar en/of nog steeds op te vragen uit het magazijn – maar je kunt je afvragen wat het betekent voor de intellectuele ontwikkeling van studenten als zij nergens meer kunnen verdwalen in een labyrint van boekenkasten, en als teksten worden gelezen vanaf een beeldscherm?

Sociologiedocent Johan de Deken maakt zich hier wel zorgen over: ‘Veel studenten die aan hun masterscriptie beginnen, weten niet eens waar de bibliotheek is. Die hebben altijd dingen geschreven door ge
woon een beetje te googlen en de eerste de beste tekst die naar voren komt volgens het algoritme van Google, wat waarschijnlijk niet eens een goede bron is, te verwerken in een werkstuk. Dus je krijgt een hele andere manier van omgaan met kennis.’

containers gang

 

Op de gang van het Spinhuis staan afvalcontainers waarin medewerkers onderzoeks-en onderwijsmaterialen deponeren, in het kader van de operatie ‘Opgeruimd naar het Roeterseiland’.

 

 

 

Afscheid van het Spinhuis

‘Afscheid van het Spinhuis – Farewell Spinhuis’ is een film over het verhuizen van de plek waar je studeert en werkt, van een vertrouwd oud pand naar een modern nieuw gebouw. Het is een film over verlies en hoe daar verschillend mee om wordt gegaan, vanuit een visueel antropologische benadering. Mensen zijn flexibel en over een paar jaar is het Spinhuis door velen waarschijnlijk vergeten. Toch hebben met de verhuizing fundamentele veranderingen plaatsgevonden: enerzijds het verlies van vanzelfsprekend contact tussen docenten en studenten, anderzijds het ontstaan van een ‘academische gemeenschap’ die zich mobiliseert over disciplinegrenzen heen. Het verdwijnen van boeken uit ons blikveld is een verandering in de wijze van studeren en kennis vergaren waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn.


‘Afscheid van het Spinhuis – Farewell Spinhuis’ is een productie van Annelise Reid (MSc Visual Ethnography, Universiteit Leiden), Lisa Christiaanse (masterstudent Culturele Antropologie, UvA), Phyllis Meyjes (masterstudent Culturele Antropologie, UvA) en Sanderien Verstappen (promovendus en docent antropologie, UvA). Dvd’s zijn te verkrijgen bij Sanderien Verstappen. Loop langs op de 5e verdieping van het REC B/C of mail: S.B.Verstappen@uva.nl.

Verder lezen?

Lees Moedeloosheid leidt tot actie – De nacht in het Maagdenhuis

Lees Fietsen zonder handen in het Maagdenhuis

Lees Tip van Jip: Maak het universiteitsprotest mooier!

Lees Alles flex?!

Lees Ons waardevolle spinhuis

Wat vind jij van de Roeterseilandcampus? Deel je gedachten hieronder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *