Op De Bank Met – Lizzy van Leeuwen

Anne-Goaitske Breteler –

 

Antropoloog Lizzy van Leeuwen dook in de wereld van boerensuïcide. Een fenomeen dat ik zelf als plattelander alleen maar kan erkennen. Echter, wat bleek tijdens haar onderzoek: er was geen wereld van boerensuïcide volgens vele Nederlandse instellingen. Er waren immers geen cijfers om dit aan te tonen. Van Leeuwen besluit, ondanks het gebrek aan cijfers, om dit verder te bestuderen. Een groot deel van haar onderzoek en de uitkomst hiervan beschrijft ze in haar boek: de Hanebalken. In deze ‘Op de bank met’ geeft Van Leeuwen toelichting op het taboe rondom de zelfmoord bij boeren. Hoe is dit taboe ontstaan en waarom plegen boeren zelfmoord? En, wie is er nou gek? Is het de waanzin van de boer of is het systeem waanzinnig?

11355640_769608946489837_1157474213_n

Lizzy van Leeuwen begint haar carrière als jurist. Na enige tijd komt ze erachter dat ze toch iets anders wil. Ze komt letterlijk om de hoek terecht waar ze kan beginnen met een deeltijdstudie culturele antropologie. Uiteindelijk blijkt ze het zo interessant te vinden, dat ze besluit om haar baan als jurist te beëindigen. Ze blijft werken aan de Universiteit van Amsterdam en ze doet verschillende onderzoeken in Indonesië. De studie naar zelfmoord onder boeren komt er eigenlijk wat tussendoor fietsen. Achteraf gezien is dit onderzoek, dat haar leidde naar de mystieke, eeuwenoude boerderijen van Nederland, toch het meest indrukwekkende onderzoek gebleken.

Van Leeuwen is zelf niet van boerenkomaf. Ze legt uit dat dit gegeven in het onderzoek juist in haar voordeel heeft gewerkt. Voor bijna iedereen uit de agrarische wereld is het onderwerp taboe. Echter, Lizzy van Leeuwen leest graag en het begon haar op te vallen dat in vele boeken – vooral streekromans – het onderwerp van boerenzelfmoord steeds weer naar voren kwam. Vaak niet als hoofdverhaal, maar een kleine rol in het achtergrondverhaal wekte de interesse van Van Leeuwen. Ze ging dit onderwerp verder uitdiepen en schreef uiteindelijk het boek: de Hanebalken.

 

Het taboe
Zelfmoord onder boeren is al eeuwenlang een fenomeen, net als het taboe dat dit fenomeen overschaduwt. De zelfmoord is vaak te wijten aan een vicieuze cirkel die wordt veroorzaakt door stress. De stress is het resultaat van verschillende factoren zoals het weer, dat de oogst beïnvloedt. Een andere factor is de verandering van de agrarische bedrijfscultuur. Door de lage lonen, ligt er veel druk bij de boer om de oogst zo goed mogelijk te laten slagen. Zeker vandaag de dag, waarbij het bestaansrecht in de landbouw slechts weggelegd is voor enkelen, is het risico dat die ene boer moet dragen groot. Daarnaast moet de boer hevig concurreren op een steeds kleiner wordende markt. Wanneer het door deze factoren niet goed gaat met het bedrijf, leidt dit tot stress.

De stress vindt een aangename broedplaats in de perfectionistische aanleg van vele boeren. Deze karaktertrek is niet alleen bekend in Nederland, maar ook in Amerika, waar Van Leeuwen een deel van haar onderzoek uitvoerde. De stress kan verergeren tot een burn-out, maar boeren stoppen niet met werken en gaan al helemaal niet naar de dokter. Ze laten geen enkel teken van zwakte zien. Falen bestaat niet en als het er al is, mag het in geen geval getoond worden. Uiteindelijk als er niets aan de burn-out wordt gedaan, kan deze ontplooien tot een depressie. Vanaf dit moment is hulp essentieel. Boeren zijn echter vaak te kwetsbaar om te stoppen en daardoor tevens genoodzaakt zich groot te houden tegenover de boerengemeenschap. Er heerst het ideaalbeeld van de trotse, sterke boer.

Een andere factor die een cruciale rol inneemt, is het feit dat de boer tegenwoordig vaak in zijn eentje werkt en vereenzaamt kan raken. Hij kan terecht komen in een sociaal isolement. Ook binnen het gezin kunnen er problemen ontstaan. Door alle stress en het niet uitspreken van de frustraties vanuit het bedrijf komt het vaak voor dat de relatie met de partner verslechtert. Hierdoor kan de boer zich nog eenzamer gaan voelen. Vanwege de depressie komt het identiteitsbesef van de boer naar boven. Hij kan zich dan gaan geloven dat hij geen leven buiten het bedrijf heeft. En wanneer het bedrijf failliet gaat, kan de boer dit ervaren als een ‘sociale dood’. Dit kan resulteren in een fysieke dood.

 

Schaamte

Al deze informatie heeft Lizzy van Leeuwen gaandeweg verzameld. Het was voor haar erg lastig om in contact te komen met getroffen families. Dit komt vooral vanwege de schaamte die bij de families om de zelfmoord van de boer heerst. Dit beperkt zich niet alleen tot de familie, maar komt vaak ook voor in de kerkelijke gemeenschap. De zelfmoord druist tegen de religieuze normen en waarden in. De kerkelijke gemeenschap heeft weer overlap met de gemeente. Zo heeft de gemeente weer gedeelde schaamte die invloed heeft op grotere gedeeltes van landbouwverenigingen. Een collectieve schaamte die het zelfmoordtaboe van boeren creëert. Een ingebeelde schandvlek die in schril contrast staat met het grote succesverhaal van de Nederlandse agrarische sector.

Het gaat om een taboe waar in Amerika veel meer over gesproken wordt. Daar werden ze ertoe gedwongen, omdat de cijfers – die daar dus wel bijgehouden worden – de significantie van boerenzelfmoord lieten zien. In Nederland wordt alles in cijfers bijgehouden, maar niets over zelfdoding van agrariërs. Dit is frappant aangezien Nederland het op één na belangrijkste land is dat de wereldlandbouw verzorgt. Omdat er geen cijfers zijn, is er ook geen probleem zeggen veel Nederlandse instellingen. Dit is terwijl over veel onderwerpen zoals dierenleed, het gebruik van pesticiden en milieuvervuiling wel kan worden gediscussieerd.

 

Agrarische ondernemers

Aangezien er in de wereldmarkt steeds minder plek is voor kleine, familiaire boerenbedrijven, lost het probleem zich uiteindelijk vanzelf op volgens Van Leeuwen. Alles is gericht op productietoename, waardoor er een nieuwe groep boeren komt die het agrarische ondernemerschap veel zakelijker benadert. Het zijn de agrarische ondernemers die niet bang zijn voor risico’s, want ze calculeren risico in.

Ik bedenk me tijdens het interview dat de boer die ik in de vorige Cul heb geïnterviewd veel van de bovenstaande aspecten benoemde. Zoals het een ‘echte boer’ betaamt, toont hij geen angst voor de ontwikkelingen in de landbouw. Wel heeft hij meerdere keren aangegeven dat hij merkt dat het agrarische leven vergeleken met vroeger steeds minder sociaal wordt. Misschien geeft hij daarmee aan dat ook hij zich eenzaam voelt. Van Leeuwen bespreekt de laatste generatie boeren die het bedrijf nog willen voortzetten zoals het van generatie op generatie werd gedaan. De boer die ik interviewde behoort mijns inziens nog tot deze laatste generatie. Ik vraag me af of deze boer beter af is omdat hij zijn zwakheden inziet en de dreiging van sociaal isolement beseft. Of zou er voor hem ook een vicieuze cirkel boven zijn hoofd hangen?

 

 

Anne-Goaitske Breteler

"Het narcisme van het kleine verschil." - Freud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *