Alles Flex?!

Leonie de Waard –

De flexplek, oftewel een grote irritatie van werkend Nederland. Als student heb je er natuurlijk vrij weinig mee van doen en hop je oh zo flexibel van hoorcollegezaal, naar werkgroeplokaal met daartussen één of meerdere stops bij een koffieautomaat. Je hoort waarschijnlijk alleen af en toe het beklag van iemand die zich wel bevindt in de wereld van werkende mensen of van een hoogleraar die zijn shitload aan boeken niet kwijt zou kunnen op Roeterseiland. Ja, de flexplek is één groot feest.

image001
Met de invoering van flexplekken werd de vaste werkplek afgeschaft. Men leeft van bureau naar bureau. Dit alles om ruimte – en dus geld – te besparen. Je kunt meer mensen kwijt met minder ruimte. Niet iedereen is elke dag aanwezig op kantoor in verband met mama- of papadag, zieke kat, noem maar op, en dus is het niet nodig om iedereen van een vaste werkplek te voorzien. Tot hier gaat het allemaal prima. Tot iedereen besluit op dezelfde dag wél op kantoor te komen werken in plaats van thuis. Dan moet je opeens tien mensen extra kwijt, als sardientjes in een blik. En dus hoop je nog een vrije plek te vinden, want iedereen heeft zijn vaste flexplek al ingenomen.
Vaste flexplek. Dat klinkt misschien een beetje paradoxaal in de oren. Het idee van flexplekken is natuurlijk dat deze flexibel zijn. Eh ja, de praktijk bewijst echter anders. Mensen hebben enige vorm van structuur nodig en blijkbaar hoort op dezelfde plek zitten daarbij. Mensen bakenen hun territorium af met boeken, stapels papier en lege koffiebekertjes. Alles schreeuwt: ‘Dit is MIJN flexplek.’
Men raakt dan ook ontregeld als ‘hun’ flexplek bezet is. Dat merk ik bij mezelf al, terwijl ik me pas anderhalve maand in de wondere wereld van de working people bevind. Je went aan de plek waar je zit en de manier waarop je bureaustoel precies voor je eigen zitgemak is afgesteld. Want ja, het is vervelend om weer een kwartier te kloten om hem in de juiste hoogte-rugleuninghellingcombinatie te krijgen. Of misschien ben ik er gewoon nog niet zo getraind in, kan ook.
De flexplek is een goed voorbeeld van wat James Scott beschrijft in zijn boek ‘Seeing Like a State’. Ergens boven in dit bedrijf is bedacht dat de flexplek fantastisch zou werken. Van bovenaf dus, want in de praktijk zijn mensen helemaal niet zo flex en leidt het vooral tot veel gemopper. ‘Leuk hè, die flexplekken?’ Het sarcasme spuit eruit.
Ondertussen is de nesteldrang op een bureau ook te koppelen aan het subtiele verzet dat Nicole Constable gebruikt in ‘Maid to Order in Hong Kong’. De meeste mensen bezetten hun bureau met persoonlijke eigendommen (er staan nog net geen foto’s van de kids), maar desondanks er wordt over het algemeen geen probleem van gemaakt als iemand toch plaatsneemt aan het bureau. We moeten tenslotte flexibel blijven. Het gaat meestal als volgt:
‘Oh ja, ik zit op je plek. Sorry.’
‘Nee joh, dat maakt niet uit.’
‘Er was helaas niet echt een andere plek.’
‘Geen probleem. Flexplekken hè?’ Waarna er meestal even wordt gegrinnikt en een andere werkplek wordt gezocht.
Door toch een eigen en vast plekje te creëren in het flexibele kantoorleven, verzet men zich subtiel tegen de structuur die van bovenaf is opgelegd. We zijn helemaal niet gemaakt voor het wilde leven van iedere dag een ander bureau. We hebben blijkbaar gewoon een beetje vastigheid nodig in ons bestaan. Net als dat je altijd naar hetzelfde toilet gaat indien mogelijk in zo’n ruimte (of misschien doe alleen ik dat, en is dit er maar weer eens blijk van dat er een steekje los zit in mijn bovenkamer). De flexplek leek een leuk ideaal en zal ook zeker ruimte- en geldbesparend zijn, daar twijfel ik niet aan. Maar alles flex? Liever niet.

Dit is MIJN flexplek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *