Wat maakt nieuws tot nieuws?

In januari vond de aanslag op hoofdredacteur Stéphane Charbonnier en elf van zijn collega’s bij het satirische Franse weekblad Charlie Hebdo plaats. In de Volkskrant, NRC, Trouw en de Telegraaf was het groot nieuws, dat in de week erna elke dag een voorname plaats kreeg toegewezen op zowel de website als in de krant. Niet te ontkennen valt dat de gebeurtenis op zichzelf verschrikkelijk was, gezien het feit dat er mensenlevens verloren zijn gegaan. Diezelfde week vond er echter ook een bloedige aanval van de terreurorganisatie Boko Haram op de inwoners van het Nigeriaanse dorp Baga plaats. Hier zijn, hoewel gebaseerd op speculaties, misschien wel tweeduizend mensen om het leven gekomen. Opmerkelijk was de nieuwswaarde die dit bericht voor veel media had; die was er aanzienlijk minder, terwijl het dodental opmerkelijk veel hoger lag. NRC schreef bijvoorbeeld op haar website dat ‘het nieuws over Boko Haram door de aanslag in Parijs een beetje ondergesneeuwd raakte’. Het artikel, ‘een opfrisser voor het geheugen’, werd op de NRC-facebookpagina geadresseerd aan ‘voor wie even snel wil bijlezen’.

De auteurs gaven dus namens NRC toe dat zij meer aandacht gaven aan de gebeurtenissen in Parijs, dan aan die in Nigeria. Het zorgde ervoor dat ik nieuwsgierig werd naar de precieze criteria die journalisten hanteren bij hun beslissing een gebeurtenis tot nieuws te maken of juist niet te belichten. Ik kwam erachter dat wetenschappers en journalisten daar zelf ook uiteenlopend over denken.

De beroemde antropoloog Edward Saïd zegt bijvoorbeeld dat er sprake is van een collectieve notie van “wij” Europeanen, tegenover al “die” niet-Europeanen, en dat de een van de grote componenten van de Europese cultuur bestaat uit een superioriteitsgevoel tegenover alle niet-Europese mensen en culturen. Zo’n visie zou kunnen verklaren waarom er vaak meer aandacht aan een gebeurtenis wordt gegeven als er Nederlanders bij betrokken zijn of als het voorval zich in Europa afspeelt, zoals bij ‘Charlie Hebdo’ het geval was.

Toch is bovenstaande visie ook best wel radicaal. Wellicht schrijven veel journalisten over bepaalde onderwerpen omdat ze zich in de mensen waarover het gaat herkennen. Dan gaat het niet persé om een superioriteitsgevoel, maar meer om denken in verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Wanneer er veel Nederlanders omkomen, herkent een journalist zichzelf in de slachtoffers. Rob Wijnberg, hoofdredacteur van de Correspondent, zegt in zijn artikel Persbericht van Al-Shabaab: ‘het effect op de nieuwswaardigheid heb ik altijd bizar groot gevonden: een omgekomen Nederlander maakt tragedies in verre buitenlanden niet twee, niet drie, maar vaak wel tien keer zo nieuwswaardig. Oók in media die normaliter juist uiterst kritisch staan tegenover misplaatst nationalisme.’

image001
Bron afbeelding: David Silverman/ Getty Images. Omslagfoto van Het zijn net mensen, Joris Luyendijk (2006)

Ex-correspondent en antropoloog Joris Luyendijk geeft in zijn boek Het zijn net mensen (2006) een andere verklaring voor het feit dat een klein incident soms groot nieuws kan zijn, terwijl een gelijktijdige hongersnood maar kort besproken wordt. Hij stelt dat veel of weinig aandacht die er aan een gebeurtenis gegeven wordt vooral ligt aan de aard van de journalistiek die men in Nederland bedrijft. Het basisprincipe van journalistiek is dat het ‘fit to print’ is en alles dubbel gecheckt wordt. Gezegd zou kunnen worden dat veel nieuws in Nigeria ‘achterbleef’ omdat waar het aantal doden niet controleerbaar was. Een bericht kan gewoonweg niet geplaatst worden als het niet controleerbaar is, zegt Joris Luyendijk: ‘Je kunt een journaal of kranten niet vullen met persoonlijke indrukken of anekdotes waarvan je zelf niet weet of ze waar zijn, of hoe representatief. Daarom beperkten ook de correspondenten die […] nog veel meer ervaring en contacten hadden dan ik, zich tot de nieuwsstroom van de persbureaus.

 

Het eindproduct van een journalist, dat via internet of door de brievenbus in het blikveld van de lezer belandt, is dus een ge(her)construeerde versie van de werkelijkheid, die gevormd wordt door verschillende factoren, kwalificaties en overwegingen binnen een steeds veranderende mediawereld. Wat nieuws is, verschilt per land en is onder andere cultureel bepaald. Maar ook de aard van de manier waarop journalistiek vaak bedreven wordt is belangrijk in het proces. Het is van belang dat hiernaar (antropologisch) onderzoek wordt gedaan, omdat veel van wat mensen weten over plekken waar ze zelf niet bekend zijn, via de “media” tot hen komt. Door meer onderzoek naar de manier waarop nieuwswaarde tot stand komt, kan ingezien worden waar, zoals Joris Luyendijk het noemt, de “witte plekken” in de berichtgeving zitten en hoe hier wellicht op een nieuwe, genuanceerdere manier invulling aan kan worden gegeven.

 

 

 

 

 

Nina Rijnierse

"Anthropology may not provide the answer to the question of the meaning of life, but at least it can tell us that there are many ways in which to make a life meaningful." – Thomas Hylland Eriksen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *