Spiritualiteit is hot – Commodificatie en commercie rondom boeddhisme en spiritualiteit

Gabriëlla van der Linden –

Het Boeddhisme en spiritualiteit zijn hot in het westen. Boeddhabeelden, mindfulness– en meditatiecursussen en, niet te vergeten, yoga: ze vliegen om je oren. Overal waar je kijkt, worden spirituele producten en cursussen aangeboden. Spiritualiteit en boeddhisme zijn gecommercialiseerd en zijn een handelswaar op de vrije markt. Ze zijn vrij om geconsumeerd te worden en doen het behoorlijk goed op de markt: Buddha sells.

Maar wat heeft dit nog te maken met spiritualiteit en het Boeddhisme zelf en hoe het ooit door Boeddha zelf bedoeld is? Botst de commodificatie en commercie niet met de ‘authentieke’ spiritualiteit en het ‘oorspronkelijke’ Boeddhisme? Belangrijker nog beledig je daarmee de leer en de beoefenaars niet? Het zal blijken dat hier de meningen over zijn verdeeld.

De commercialisatie van het boeddhisme en spiritualiteit is volgens socioloog Meredith McGuire een onderdeel van de ‘commodificatie’ van de hedendaagse cultuur: de trend om alle menselijke cultuur om te zetten in producten die verhandeld kunnen worden. In onze moderne materialistische samenleving is alles verhandelbaar. Zelfs zaken zoals cultuur, spiritualiteit en religie waarvan je zou denken dat ze niet te commodificeren zijn, zijn dat in onze consumptiecultuur wel.

Deze commodificatie van het boeddhisme vindt op verschillende manieren plaats. Er worden tastbare producten aangeboden, materiële producten, klaar om geconsumeerd te worden. Boeddhabeelden zijn overal te verkrijgen bij tuincentra, winkels en meubelzaken dienend als decoratie voor huis en tuin. Ook populair zijn kleden, kussentjes en portretten met de afbeelding van Boeddha erop. Zelfs bij de Xenos en de Blokker wijden ze een heel schap aan zulke Boeddhaspulletjes. Evenzo vliegen spirituele boeken en tijdschriften zoals Happinez over de toonbank en worden gezond- en schoonheidsproducten verkocht in de naam van Boeddha, zoals de Happy Buddha-lijn van het merk Rituals. Bovendien blijven luchtverfrissers van Brise met de tekst ‘relaxing zen’ en sieraden van het merk ‘Buddha to Buddha’ hierbij niet achter. Zelfs het sneakermerk Nike, komt op de markt met de ‘Zen sneaker’.

Het zijn niet alleen de tastbare producten die populair zijn en waar we mee worden overspoeld, maar er zijn ook immateriële producten waarvoor flinke tarieven worden gevraagd. Voorbeelden hiervan zijn mindfulnesscursussen, meditatieworkshops, yoga en mensen gaan zelfs op spirituele vakanties, naar bijvoorbeeld India.

Niet ieder die een Boeddha in huis heeft staan, doet dit vanuit religieuze overweging. Waarschijnlijker is dat het beeld wordt gezien als modeartikel. Dit geldt ook voor bedrijven die handig inspelen op de consumentenbehoefte van deze groeiende hype, waarbij de inhoud verloren gaat, zoals bij de massaproductie van Boeddhabeelden als decoratie (‘verblokkering’). Wat hebben deze producten dan nog te maken met spiritualiteit en het boeddhisme en gaan ze hier niet juist tegenin? Hier kunnen we alleen antwoord op geven als we weten hoe het boeddhisme ‘oorspronkelijk’ bedoeld is.

De boeddhistische leer wordt dharma genoemd. Er zijn verschillende stromingen binnen het Boeddhisme, die hun eigen weg volgen, maar de kern, de beoefening van de vier edele waarheden, is bij elke stroming hetzelfde. De eerste edele waarheid is dat het leven bestaat uit onvrede of lijden (doehkha). De oorzaak hiervan ligt in onszelf. We worden dus niet gestuurd door een hogere macht, zoals een god. Dit vormt de tweede waarheid. Het komt door onze hebzucht, verlangens en hechting aan het vergankelijke, zoals het leven. Tot dit inzicht komen vormt de derde waarheid. Tot slot is de vierde waarheid de methode, het volgen van het Achtvoudige Pad, om tot dit besef te komen dat verlichting (nirvana) wordt genoemd; je bevrijdt jezelf van het lijden. Hierbij belangrijk is dat de Boeddha niet uitgaat van een zondige, maar een onwetende mens.

Volgens zen-meester Steve Hagen, wordt er veel aan het boeddhisme toegeschreven dat oorspronkelijk niet boeddhistisch is. Hij schrijft in zijn boek “Boeddhisme in Alle Eenvoud” dat er een onderscheid te maken is tussen de authentieke leringen van de Boeddha en wat mensen er later aan hebben toegevoegd, zoals rituelen, oefeningen en materiële zaken zoals beelden en bepaalde kledingvoorschriften. Deze dingen vormen vaak eerder een sta-in-de-weg en leiden ons af van de kern van de zaak. Het gaat juist om eenvoud en onthechting van materialistische begeerten.

Bovendien is binnen de boeddhistische leer vrijgevigheid (dana) een belangrijk begrip. Commodificatie en commercialisatie waarbij het Boeddhisme en de spiritualiteit verhandelbaar worden en met deze producten winst gemaakt kan worden, gaan in tegen dit principe van vrijgevigheid. Commodificatie en commercie botsten dus met het ‘authentieke’ Boeddhisme en dat het de beoefenaars kan beledigen. Een voorbeeld hiervan is dat leden van de Knowing Buddha Organization in Bangkok in 2012 demonstreerden tegen de respectloze manier waarop bedrijven omgingen met de Boeddha. Ook is er veel ophef over mindfulnesscursussen, waarbij er één element uit het boeddhisme is geselecteerd en deze wordt aangeboden in een commerciële cursusvorm. De focus ligt hier niet op de boeddhistische levenswijze, maar op individuele stressverlichting.

Er is echter ook een andere kant. Namana werkt bij het Sri Chinmoy Center waar spiritualiteit geen handelsproduct is dat gekocht of verkocht kan worden en waarbij vrijgevigheid centraal staat. Volgens hun spirituele leider Sri Chinmoy zijn de innerlijke vrede en vreugde waar meditatie tot leidt het geboorterecht van ons allen en daarom geven ze gratis meditatiecursussen. Toch kwam aan het einde van de cursus een voorzichtige marketing truc: ze verkochten voor de liefhebbers boeken en cd’s met mantra’s erop. Op de vraag wat ze vond van de commercialisatie van spiritualiteit en het boeddhisme, antwoordde ze dat ze alle spiritualiteit mooi vindt. Ze vindt het fijn dat steeds meer mensen zich erin verdiepen en er op hun eigen manier mee bezig zijn. Als mensen geen slechte bedoelingen hebben met commercie, kan het geen kwaad volgens haar. Mensen moeten ook in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ook Varamitra, voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland vindt commercie niet verkeerd. Het boeddhisme moet midden in de maatschappij staan, het moet gewoon worden. Daarom vindt hij de Boeddhabeeldjes bij de Blokker juist schitterend. Boeddhisme is business. Boeddhisme is hot. Daarbij is het principe van vrijgevigheid in onze samenleving nauwelijks doorgedrongen en hebben boeddhistische gemeenschappen geen oud geld net zoals kerken. Om in hun levensonderhoud te voorzien moeten docenten soms wel overstappen op het lesgeven van mindfulnessworkshops.

Spiritualiteit en het boeddhisme zijn dus erg populair in onze samenleving: ze zijn booming bussiness. Zelfs religie en spiritualiteit, gebieden waarvan je het niet verwacht, kunnen tot handelswaar gemaakt en geconsumeerd worden in onze samenleving. Als je de kern van het boeddhisme onder de loep neemt, kun je concluderen dat commodificatie en commercialisatie niet past binnen het ‘authentieke’ Boeddhisme. Maar bestaat échte authenticiteit eigenlijk wel? Als we de denkwijze van antropologe Jackson over cultuur volgen, is het antwoord ‘nee’. Zij stelt dat cultuur altijd in beweging is en in elke nieuwe context het zijn eigen vorm krijgt. Zo is ook aan het boeddhisme en spiritualiteit in elk land zijn eigen draai en invulling gegeven. Dit verklaart de verschillende boeddhistische stromingen die er zijn ontstaan, die hun eigen rituelen, ceremonieën en oefeningen hebben. Zo is ook het boeddhisme in Nederland aan de westerse levensstijl aangepast; het heeft zich vermengt met eigen culturele ideeën en waarden, zoals individualisme, secularisatie en materialisme. Spiritualiteit of de filosofie is als het ware losgeraakt van het boeddhisme als levenswijze. Hierdoor is het individueler en vrijer van vorm en past zo beter bij het Westerse wereldbeeld. Veel mensen zien het vooral als oplossing voor stress en het biedt ons een moment van rust in ons drukke leventje.

Dat religie zich gaat vervlechten met andere systemen en culturen is onvermijdelijk, maar is dit erg? Ik denk het niet, want waarom zouden deze nieuwe vormen niet beter zijn voor nieuwe tijden en andere culturen? Volgens Varamitra moet religie een antwoord zijn op zijn tijd. Daarom moet je je laten inspireren door de klassieke canon en deze dus niet klakkeloos overnemen. In het boeddhisme is de kern de beoefening van de vier edele waarheden, de vorm moet zich aanpassen aan de tijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *