Rondwandelen in de City: Joris Luyendijk onder bankiers

Tekst /// Leonie de Waard
Beeld /// Ben Scicluna

Joris Luyendijk, journalist en antropoloog, heeft recent zijn nieuwe boek ‘Dit Kan Niet Waar Zijn’ uitgebracht. Journalistiek en antropologie, een combinatie die ik zelf al enige tijd ambieer, en dus moest ik het boek direct lezen. Of nou ja, toen de tweede druk uitkwam, want de eerste druk was al na twee dagen uitverkocht. Als antropoloog vind ik het allereerst natuurlijk fantastisch dat er zoveel aandacht is in de media voor antropologisch onderzoek. Het is fijn om een bekend voorbeeld aan te kunnen dragen, wanneer iemand weer eens niet snapt wat antropologie is. ‘Er is dus nog hoop voor je,’ merkte mijn vader bovendien als grapje op.

 

9789045028163-dit-kan-niet-waar-zijn-l-LQ-fLuyendijk is vooral bekend door zijn kritische kijk op de journalistiek in het boek ‘Het Zijn Net Mensen’ over zijn correspondentschap in het Midden Oosten. Hierin schreef hij over de manier waarop er verslag wordt gedaan over het Midden Oosten en hoe het perspectief daarop wordt gecreëerd en in stand wordt gehouden door de persbureaus en andere media. Hij gaf kritiek op het feit dat er een bepaald beeld wordt geschetst over de mensen in het Midden Oosten. Beelden zijn belangrijk bij het brengen van nieuws, en dus worden opstanden gefilmd en geen mensen die rustig aan het kletsen zijn twee straten verderop.

 

Voor het onderzoek naar hoe de crash in 2008 plaats heeft kunnen vinden, dompelde Luyendijk zich twee jaar lang onder in de City in Londen, waar het bankwezen zich afspeelt. Hij wilde een leercurve maken voor de lezer, beginnend op een kennisniveau van nul, door middel van antropologisch onderzoek. Gedurende het onderzoek wilde hij dat de lezer steeds meer te weten zou komen, net als hijzelf, om meer inzicht te bieden voor een wereld die een ver-van-mijn-bed-show lijkt. Mensen die in de bankenwereld werken, hebben een zwijgplicht en laten niets los over de gang van zaken, tenzij er algehele anonimiteit wordt gegarandeerd. ‘Dan is er een code of silence die als een deken geluiden uit de sector smoort en vervormt, en het feit dat je op school bijna niets leert over de werking van de financiële wereld,’ schrijft Luyendijk (2015:131). ‘Mij is althans meer onderwezen over de oude Egyptenaren dan over banken.’

En eigenlijk is dit gek: de financiële wereld heeft enorme invloed. Dat zagen we ten tijde van de crash in 2008 toen Lehman Brothers failliet ging. De hele wereld verkeert al jaren in een economische crisis, door een manier van zakendoen waar alleen insiders kijk op hebben en een slechts een klein deel van de bevolking überhaupt iets van snapt. Alles draait om geld en de beste deals.

‘Welkom in de echte wereld, zeiden zakenbankiers soms plagend als ze me zagen worstelen met het besef dat in de City alle relaties zijn teruggebracht tot transacties: tussen aandeelhouder en bank, tussen bank en bankier, tussen bankier en klant’ (Ibid.: 94). Men denkt niet na over langetermijngevolgen van de deals die zij maken. Het gaat om winst maken, en iedere keer meer dan de vorige.

Het onderwerp intrigeert mij, net als de manier waarop Luyendijk het onderzoek heeft uitgevoerd. Allereerst is het lastig om mensen te bestuderen die boven je staan. Toegang verkrijgen is iets waar antropologen mee stoeien wanneer zij beginnen aan een onderzoek. Ten tweede bestaat de assumptie dat wij mensen bestuderen waar wij sympathie voor hebben, zoals Erella Grassiani vertelde. Na alle verhalen over bankiers als greedy bastards kan dit lastig zijn. Vaak bestuderen we mensen van lagere sociale klassen, en natuurlijk is toegang dan nog steeds een ingewikkeld proces, maar de financiële wereld is afgesloten van de rest van de wereld. Mensen maken dagen van vierentwintig uur werk, gaan slechts even naar huis om te douchen en werken weer door. Er wordt verwacht dat je te allen tijde bereikbaar bent voor de bank en bovendien is het taboe om te spreken over de zaken met mensen van buiten de bankenwereld. Dit is waar Luyendijk tegenaan liep. Ten tijde van het onderzoek publiceerde hij op een blog voor The Guardian zijn bevindingen. Iedereen kon hierop reageren, en dit leidde soms tot hevige discussies. Het leidde er echter ook toe dat naarmate hij meer mensen sprak en ook liet zien dat hij anonimiteit kon waarborgen, hij ook van andere mensen e-mails ontving die mee wilden helpen.

Luyendijk biedt inzicht in een wereld die onder andere door de code of silence afgesloten blijft voor ‘het gewone volk’. Hij laat bovendien zien hoe antropologie kan helpen bij het doen van onderzoek en dat het nuttige informatie oplevert als je zo lang ergens verblijft. Door tussentijds zijn bevindingen te publiceren, kreeg hij toegang tot steeds meer informanten, een moderne manier van antropologie bedrijven. Is dit de toekomst van de antropologie? Daar durf ik geen antwoord op te geven, maar het is een methode om in het achterhoofd te houden, wellicht is het nuttig voor de toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *