Mark als Vuilnisman

Mark Middel –

foto 3

 

Op een koude decemberdag meldde ik me eigen om zeven uur ‘s ochtends bij de reinigingsdienst van de gemeente Purmerend. De kantine zat vol met een twintigtal opgewekte mannen, aan wie verteld werd dat ik een dagje kwam meelopen omdat ik een werkstukkie voor school moest schrijven. Ik kreeg een hessie en een paar handschoenen. Mijn werkschoenen werden goedgekeurd en ik was klaar om een dag door het leven te gaan als vuilnisman, of beter gezegd: als gemeentelijke reinigingsambtenaar of milieuwerker. Ik wilde het beroep beschrijven vanuit het perspectief van de vuilnisman. Dat het vuilnis wordt opgehaald is zo alledaags geworden, dat we er ons niet meer bewust van zijn dat elke dag mensen zich het schompes werken om de straten schoon te houden. Ik vroeg me daarom af of vuilnisman een beroep van vergane glorie is.

 

 

 

Idioot of vakman?
‘Vroeger werden idioten kolenwerker of vuilnisman, nu moet je je school afmaken voor dit beroep’, zegt de 59-jarige Richard met een plat Amsterdams accent. Ik sta achterop de vuilniswagen met deze man, die al 35 jaar in het vak zat. Hij is trots op zijn beroep. ‘Ik zie me eigen niet tussen vier muren’, schreeuwt hij terwijl de vuilniswagen met een noodgang is gaan rijden. Het werk maakt je fit, is gevarieerd en het contact met de collega’s is vermakelijk. En de stank? Daar wen je aan, behalve dan aan rottend vlees in de zomer. Door de zon gaat de inhoud van de containers broeien en dan ruik je volgens Richard de geur van de dood.
Het bewijs dat je je school af moet maken voor dit beroep is de dertig jaar jongere chauffeur: Marvin. De bouwfraude zorgde voor weinig werk binnen die sector, waardoor hij overstapte naar de gemeentelijke reinigingsdienst. Dat ging echter niet zomaar. Het uitzendbureau betaalde zijn vrachtwagenrijbewijs, dat zo’n €4500,- kostte, waarna hij drie jaar bij het bureau onder contract stond. Na het behalen van een kast vol diploma’s en certificaten (voor elk soort afval is een ander diploma vereist) kocht de gemeente zijn contract af en kwam hij in vaste dienst. Marvin nuanceerde de eisen door te stellen dat al die diploma’s en een vrachtwagenrijbewijs nog geen “hogere raketwiskunde” zijn, maar toch: zonder een schooldiploma kan je het vergeten. Hij is tevreden met het werk vanwege het goede salaris (zo’n €1800,- netto per maand), de vele vrije dagen (50-60 tegenover 25 in de bouw) en omdat hij ’s middags al vroeg thuis is zonder fysiek kapot te zijn. Dit was in de bouw wel anders.

‘Vrijdagmiddag is het altijd chauffeurtje pijpen voor de nieuweling’, zegt Marvin met een verwachtingsvolle glimlach op zijn gezicht. ‘Traditie’, voegt Richard er bloedserieus aan toe. Ik voelde aan dat dit een test was, dat ze wilden weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. De rest van de dag ging er geen uur voorbij zonder dat ik op de een of andere manier getest werd. Gek genoeg kwam ik door alle tests heen, totdat Marvin en Richard erachter kwamen dat ik oorspronkelijk uit het hoge Noorden kom. ‘Ik zei toch dat het geen Amsterdammer was. Het is een boertje!’, riep Richard door de vrachtwagencabine. Onmiddellijk pakte ik mijn Ajax clubcard uit mijn zak en bleek Richard blij verrast. Om negen uur waren we terug voor de eerste pauze in de kantine. Stomverbaasd deelde Richard met iedereen die het wilde horen zijn ontdekking: ‘Hij is een boertje en ze vader een kakkerlak, maar hij heb een clubcard van Ajax’. Vanaf dat moment waarschuwde Richard mij voor elke grap van Marvin en voelde ik me enigszins geaccepteerd. Ik had de rite de passage doorstaan.

‘Onze homoseksuelen’
Na de pauze veranderde de sfeer. Richard minderde met zijn ellenlange monologen over het werk en de alledaagse gespreksonderwerpen kwamen aan bod. Het ouwehoeren begon: over voetbal, vrouwen en over wat je zoal met een vrouw kan doen. Enkele collega’s hadden mij in de vroege morgen al ingefluisterd dat Richard een eersteklas babbelkont was, maar nu werd ook duidelijk dat hij geen blad voor de mond nam. Ik kreeg een ongevraagde les in nieuwe scheldwoorden, zoals: “takkerukker” en “ouwe zoutsnuiver”. Het geouwehoer wisselde echter ook af met serieuze gesprekken over IS, moslims en Marokkanen. De ene discriminerende opmerking volgde na de andere, het populisme vierde hoogtij. Hoe grover Richards opmerkingen waren, hoe harder hij zei dat ik dat maar in mijn boekie moest noteren. Wat ik echter in mijn boekie noteerde was de onderliggende nuance die beide heren onbewust uitspraken. Zo hard en generaliserend als er over criminele Marokkanen gesproken kon worden, zo genuanceerd en relativerend werd er gesproken over bijvoorbeeld de beschamende geschiedenis van het Nederlandse slavernijverleden. Blijkbaar is het uitspreken van grove leuzen niet equivalent aan onderliggend racistisch gedachtegoed, maar meer een ondoordachte uitingsvorm. Al snel ging het gesprek weer over het andere geslacht. Na de zoveelste voorbijlopende dame beoordeeld te hebben, vroeg ik aan Richard en Marvin of de mannenliefde wel geaccepteerd werd in deze wereld. Nog voordat ik de vraag gesteld had, antwoordde Richard: ‘Iedereen mot met ze poten van onze poten afblijven! Het zijn onze homoseksuelen!’. Maar ze moeten zich niet nichterig gedragen, dat doen hetero’s immers ook niet.

foto 1

Onderlinge solidariteit
Om twaalf uur hielden we de tweede pauze van de dag, met op de vrijdagmiddag frituur op het menu. De jongeren zaten aan een eigen tafel evenals de ‘ouwe zeikerds’ en de zwijgende mannen van de kaartclub. Zodra we terug in de vuilniswagen zaten begonnen Marvin en Richard over hun collega’s te roddelen als een stel pubermeisjes. Aan de andere kant was er tijdens het werk grote saamhorigheid onderling. Zodra er meer grofvuil op de straat lag dan dat twee mensen aankonden, sprong Marvin zonder twijfel uit de wagen om ons te helpen. Eenmaal in de auto volgden de anekdotes elkaar op, maar als er een bocht ingeslagen werd, werd messcherp aangegeven of de dode hoek vrij was. Daarnaast waren ze zich ook bewust van hun machtige positie: als zij demonstreren, ontstaat er maatschappelijke onrust. Als het vuilnis niet opgehaald wordt dan zouden de kleine muisjes die ’s nachts in de Purmerendse keukens als kruimeldief fungeren, uitgroeien tot een kolonie ratten.

Aan het einde van de dag was ik kapot, maar voldaan. Ik had tot mijn verbazing echt lol in het werk gehad, al nuanceerde Richard dat: ‘Alles wat je voor één dag doet is leuk, jongen’. Het manoeuvreren van de vuilniswagen door de woonwijken, het behalen van de vele diploma’s en de trots die mijn twee collega’s uitstraalden illustreerden dat het geen beroep van vergane glorie was. Het gekanker en gezanik op elkaar en anderen bleek uiteindelijk meer een bezigheidstherapie, dan dat ze daadwerkelijk elkaar de hersens wilden inslaan. Na een dag vol machogedrag raakte ik aan het einde van de dag ontroerd. Richard scheurde een vuilniszak open, pakte het brood eruit en gooide dat in het water voor de eendjes. Voor even staarden we in stilte met zijn drieën naar de hongerige eendjes die het brood oppeuzelden.

 

 

Het vuilnismannenjargon:
Laaie = het deponeren van afval in de vuilniswagen.
Een boertje = een ieder die niet (oorspronkelijk) uit Amsterdam komt.
Een kakkerlak = een supporter van de voetbalclub Feyenoord, of beter gezegd: eigenlijk elke Rotterdammer.
Een takkerukker = een scheldwoord waarvan de betekenis onduidelijk is gebleven.
Een zoutsnuiver = een plagend koosnaampje voor iemand die de zoutwagen heeft gereden.
Een poot = iemand die hunkert naar de mannenliefde.

Mark Middel

" De grootste verandering in de wereld werd teweeggebracht door de uitvinding van de koelkast." – Peter van Rooden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *