Journalisten langs de lijn

In het dorp van mijn ouders bezorgt Het BussumsNieuws mij dikwijls een goed humeur. Deze lokale krant, die iedere donderdag op de mat valt, is een type weekblad zoals de meeste Nederlanders dat zullen kennen: de sport-pagina behandelt wat de diverse sportverenigingen hebben gedaan, Corrie en Har zijn zoveel jaar getrouwd en de bouwvergunning voor pand ‘C’ heeft wederom vertraging opgelopen. Maar voor de liefhebbers van dit soort charmante streekactualiteiten is er slecht nieuws. Het zijn magere tijden voor de regionale journalistiek.

Tekst en beeld /// Josia Brüggen

Op 21 februari 2015 schreef Hans Laroes, voormalig hoofdredacteur van het NOS Journaal, een alarmerend artikel in De Volkskrant. In het stuk sprak hij zijn zorgen uit over de huidige staat van de regionale journalistiek. Laroes merkt op dat lokale media steeds minder vaak in staat zijn gemeentelijke besluitvorming te controleren en dankzij bezuinigingen op de redactie haar ‘waakhondfunctie’ dreigen te verliezen.

Van waakhond tot schootkat?

Die zorg is niet geheel onterecht. Opgelegde bezuinigingen van bovenaf zorgen ervoor dat redacties structureel werknemers moeten ontslaan. Door die afname in mankracht is het steeds lastiger om de lokale politiek te kunnen controleren, juist op het moment dat de overheid steeds meer taken doorspeelt naar verschillende gemeentes. Terwijl het politieke belang van de lokale gemeenschap groeit, neemt de controle in razend tempo af. In januari berichtten landelijke media dat er weer een forse ontslagronde zou plaatsvinden. Piet Bakker, lector Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht, benadrukt dat de lokale politiek na deze journalistieke kaalslag, nu toch echt vrij spel heeft. Niet alleen Laroes en Bakker maken zich zorgen: ondertussen hebben vrijwel alle regionale omroepen alarm geslagen en hebben diverse journalisten via Twitter hun zorgen geuit.

Door die afname in mankracht is het steeds lastiger om de lokale politiek te kunnen controleren, juist op het moment dat de overheid steeds meer taken doorspeelt naar verschillende gemeentes.

Onbekend met deze problematiek, sprak ik met André Verheul. Hij is hoofdredacteur van Enter Media B.V., de uitgeverij van verschillende lokale kranten in het Gooi, waaronder ook ‘mijn’ BussumsNieuws. Verheul brengt direct een nuance aan in de zorgelijke toon die Laroes en anderen opvoeren. Niet overal in Nederland is er reden tot pessimisme: het succes van lokale journalistiek verschilt volgens Verheul sterk per streek. Zo is er in het Gooi sprake van een bloeiend mediaconcern, maar is er in Almere nauwelijks sprake van lokale berichtgeving. Hierin speelt de belevingswereld van de lezer een cruciale rol. Verheul: ‘Almere is een relatief jonge stad met inwoners, die meer betrokken zijn met Amsterdam of andere plekken waar ze vandaan komen, dan met de stad waar ze zelf wonen.’ De doelgroep vormt dus een belangrijke voorwaarde voor het bestaan van de krant. Als er geen gemeenschappelijk regiogevoel is, is het lastig mensen te interesseren voor wat er in die regio gebeurt. Bovendien is er sprake van een wisselwerking: lokale kranten kunnen verschijnen dankzij advertentie-inkomsten, maar wanneer het publiek voor regionaal nieuws klein is, vinden lokale ondernemers het niet interessant om te adverteren.

Gerelateerde afbeelding

Bloei

Armoede maakt vindingrijk, want door bezuinigingen zijn redacties genoodzaakt zich aan te passen. En dus spreekt Verheul, net als veel analisten, over een nieuw type journalist. Met een beperkte redactiecapaciteit is het nog belangrijker geworden om als verslaggever efficiënt te zijn en naast schrijven ook te kunnen interviewen of fotograferen. ‘Die ontwikkeling is niet per se negatief,  maar het is waar dat je door de markt gedwongen wordt om die stap te zetten. Maar dit komt ook door de technologie en de wensen van het publiek. Men wil naast een krantenstuk tegenwoordig ook beelden kunnen zien, op een website of bijvoorbeeld via Facebook. Door de technologische vooruitgang is dat toegankelijker geworden, maar er zitten ook haken en ogen aan. Er zijn journalisten die zich nu plots moeten richten op andere media en dat is niet altijd makkelijk.’ Economische restrictie heeft dus grote invloed op de vorm van journalistiek, maar de nieuwe methode levert niet altijd een beter resultaat op.

Men wil naast een krantenstuk tegenwoordig ook beelden kunnen zien, op een website of bijvoorbeeld via Facebook. Door de technologische vooruitgang is dat toegankelijker geworden, maar er zitten ook haken en ogen aan.

Vijfentwintig jaar peuterspeelzaal De Rakkertjes

Toch is het einde van de regionale journalistiek nog niet in zicht. Verheul: ‘Het is de regionale betrokkenheid die plaatselijk nieuws zo mooi maakt. Als er iets gebeurt dan komt het halve dorp dat tegen en is iedereen benieuwd wat er aan de hand is. Laatst was er iemand van het balkon gevallen. Dat kan een zelfmoord zijn, of een misdrijf. Maar ondertussen is het afgesloten, staat er politie en weet niemand wat er aan de hand is. Je merkt aan de bezoekersaantallen van de website dat men hunkert naar informatie op het moment dat er nog niets bekend is. Op sociale media vraagt men ons ondertussen wat er is gebeurd. Soms is het lastig daarop in te spelen, simpelweg omdat wij ook niets weten. Is het dan wel nieuws? Moet je dan iets publiceren of wacht je nog even tot je daadwerkelijk wat te melden hebt?’ Plaatselijke interesse en betrokkenheid zijn dus twee kenmerkende eigenschappen van de regionale journalistiek. Bovendien valt de vaak optimistische toon op, zeker ten opzichte van de nationale kranten. ‘Er gaan vaak vergelijkingen op dat de lokale journalistiek toch voornamelijk positief nieuws bevat, tegenover de veelal negatieve aard van landelijk of internationaal nieuws.’ In Bussum valt te lezen dat ook de nieuwe burgemeester op bezoek blijft gaan bij echtparen met een diamanten huwelijk en hoe peuterspeelzaal De Rakkertjes een jubileum viert, terwijl de landelijke media rapporteren over het zoveelste politieke schandaal of kinderarbeid in de Aziatische industrie.

Een positieve wending

Regionale journalistiek blijft voorlopig bestaan. Niet alleen als controlerend orgaan van de gemeentelijke macht, maar ook voor het creëren van een streekgevoel. De zorgelijke toon van Hans Laroes en van andere landelijke media is gedeeltelijk terecht, maar geldt niet voor de regionale journalistiek in het algemeen. Bovendien hoeft de kwaliteit van berichtgeving tot dusverre niet altijd onder de bezuinigingen te lijden. Verbeterde technologie en samenwerkingsverbanden kunnen juist leiden tot betere nieuwsvoorzieningen. Genoeg reden tot optimisme dus. Laten we tenslotte hopen dat slagerij Hoekstra een prachtig jubileum mag vieren en dat het Bussums Schaakgenootschap de promotie weet te bewerkstelligen.

Josia Brüggen

"Dirt is matter out of place." - Mary Douglas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *