Heb jij het ook zo druk?

Een vriendin van me laat me haar online agenda aan me zien. Het staat vol met verschillende kleurtjes en weinig lege vakken. ‘Ik vind het altijd zo leuk om dit te zien, het ziet er zo cool uit’ zegt ze. Ik moet lachen en denk aan een artikel dat ik onlangs in de Volkskrant las met de titel: ‘Hou op met de druk-zijn trots’. Daarin legt student Josse Wieringa uit dat het ‘ik heb het druk’ het nieuwe ‘het gaat goed’ is. Ik vraag me af: is ‘het druk hebben’ tegenwoordig een onderdeel van de Nederlandse studentencultuur?

Tekst: Hannah Visser

Wanneer ik aan mensen in mijn omgeving (voornamelijk studenten wonende in grote steden) vraag hoe het met ze gaat, krijg ik vaak te horen: ‘Goed! Wel een beetje druk!’ of: ‘Heel druk, maar verder wel goed’. Mijn vrienden zijn stuk voor stuk ambitieuze mensen, die heel veel tegelijkertijd doen. Ze zijn lid van verenigingen of zitten zelfs in een bestuur. Ze sporten, studeren (soms wel twee bachelors tegelijk), werken en onderhouden een sociaal leven. Ook al weet ik dat ik me niet zou moeten vergelijken met anderen, toch probeer ik altijd minstens even veel activiteiten te ondernemen. Wanneer iemand dan aan mij vraagt hoe het gaat, kan ik zeggen dat ik het druk heb, maar dat het wel goed gaat. Blijkbaar zit dat ingebakken in het systeem, zoals Josse Wieringa het ook beschrijft in zijn artikel. Hij schrijft dat het blijkbaar niet goed met je gaat als je het niet druk hebt. Hoewel ik dat in eerste instantie vervreemdend vond klinken, toen ik er een tweede keer over nadacht bleek het eigenlijk wel te kloppen. Onlangs had ik zo’n moment: deadlines waren gehaald, ik had geen sociale activiteiten op de planning en zelfs mijn WhatsApp bleef bijna akelig stil. Er overviel me een soort leegte, een doelloos gevoel; niet heel prettig, ook niet heel vervelend maar vooral vreemd. Blijkbaar heb ik een druk schema nodig om mij goed te voelen.

Vier jaar geleden was het nog ‘dom’ om het druk te hebben. Het zegt vooral iets over de kwaliteit van je voornemens tot ononderbroken gefocuste aandacht, volgens schrijfster Margriet Oostveen. ‘Druk zijn’ was een teken van zwakheid. Nu is het meer een teken van trots: de druk-zijn trots. Maar hoe is het zo ver gekomen? Ik denk dat het neoliberale denken in mijn omgeving op een hoogtepunt heeft bereikt: je moet zo veel mogelijk ondernemen voor je CV, je bent zelf verantwoordelijk voor waar je terechtkomt; heb een doel, ontmoet zo veel mogelijk mensen, dat is handig voor later.  We zijn constant bezig met nieuwe plannen, meer ondernemen, meer vakken volgen, meer cursussen bijwonen. Het is bijna een soort religie: voor het slapen gaan beantwoorden we nog wat appjes over afspraken bij wijze van ritueel en als we opstaan raadplegen we onze agenda als een soort Bijbel. Druk zijn geeft betekenis, druk zijn geeft zin. Maar ook: ben je niet druk, dan heb je niks te vertellen. Wanneer ik zeg dat ik een weekendje thuis heb gezeten, de was heb gedaan en een boek heb gelezen, is dat niet bepaald een bevredigend antwoord voor mijn gesprekspartner.  Doe je veel, dan ben je interessant.

Het paradoxale aan dit verhaal is dat ik steeds meer lees over burn-outs en depressies onder jongeren. Volgens studentenorganisatie ISO kampt bijna 53 procent van de jongeren al met burn-outklachten zoals emotionele uitputting. Dit herken ik ook in mijn omgeving; hoe ambitieus en druk mijn vrienden dan wel mogen zijn, het gaat echt niet altijd even goed met hen. Misschien is het te snel om te concluderen dat het ‘druk-zijn’ per definitie tot een burn-out of depressie leidt, maar ik denk dat het wel degelijk verband met elkaar houdt. Blijkbaar is ‘het druk hebben’ een norm die we zelf in stand houden. Hoe zou het zijn als we elkaar niet meer constant vertellen dat we het druk hebben? En eerlijk zouden vertellen hoe het echt met ons gaat? Als we onszelf wat meer rust zouden gunnen?

Ondertussen sla ik mijn agenda open en staren een paar lege vlakken me aan. Ik durf ze nu aan te kijken en plan ze niet meteen vol. Maar toch blijven ze oogverblindend wit.