Flessenpost uit Jutland: De verzameldrang van de jutter en zijn relatie met de zee

Peer van Tetterode –

Het is een mooie zonnige lentedag op de Zandvoortse boulevard. Honden rennen over het strand, stelletjes lopen gearmd over de rood-wit-zwarte tegelpatronen en meeuwen zwermen rond de haringkar op de rotonde. Het is nauwelijks voor te stellen dat onder de rotonde een hele andere wereld huist. Een wereld van mooie rotzooi, bijeengebracht als een 3D collage door een bevlogen team van bevriende jutters. Deze ruimte heeft zowel iets weg van een verzameling of een museum, maar het lijkt ook een tempel voor de schatten van de zee. Een plek vol verhalen.

peer1

‘Al die rotzooi.’

Samen met Ida van de beeldredactie, die haar camera in de aanslag houdt, loop ik een poort door, gevestigd in een nis op de trap tussen de rotonde boven op de boulevard en de strandafgang naar beneden. Henk van Velzen heet ons van harte welkom als we binnenkomen in het mu-ZEE-um. Henk is een goedlachse man van zeventig lentes jong die ons enthousiast te woord staat. Hij heeft een vitale verschijning en een gebruinde huid. Samen met twaalf vrijwilligers runt hij het museum. Henk jut zelf één keer per week op het Zandvoortse strand. ‘Al die rotzooi, eigenlijk is het allemaal rotzooi, maar zo bij elkaar is het toch iets moois.’ De nieuwkomer weet hier niet waar hij moet kijken, geen muur is leeg gelaten. Overal hangen spullen: handschoenen, oude scheepslampen, visnetten, jerrycans en vitrines vol met maritieme instrumenten en spullen die buitenstaanders wellicht zouden bestempelen als strandafval. Ook zeeschepsels en natuurverschijnselen zijn hier aanwezig. Alles is bij elkaar gebracht als een collage.

Henk vertelt ons wat jutten inhoudt. ‘Ja, jutten is eigenlijk het strand afstruinen, waarbij je met een oplettend oog kijkt of je aangespoelde spullen kunt vinden. Het jutten is eeuwen geleden ontstaan uit noodzaak. Vaak in oude vissersgemeenschappen, zoals in Terschelling of hier in Zandvoort, waar de middelen schaars waren. Als er dan bijvoorbeeld een schipbreuk was en er spoelden goederen aan dan was dit erg welkom natuurlijk. Tegenwoordig is jutten vooral een hobby.’ Jutten is nog steeds erg populair op Waddeneilanden waar het ook vandaan is komen overwaaien. De juttersmusea zijn op de eilanden wijd verbreid en er is daar een diepgewortelde jutterstraditie. De grote zandvlakte ‘De Vliehors’ te Vlieland staat bijvoorbeeld geheel in het teken van het Juttersmuseum en de excursies die hier worden gegeven. Aan de Noord-Hollandse kustlijn is deze traditie minder levendig, maar Zandvoort is hier wel een uitzondering op de regel. Het Mu-zee-um wordt een warm hard toegedragen door de Zandvoortse bevolking. Dit maak ik op uit de manier waarop Henk spreekt over de financiële steun vanuit de gemeente die het museum ontvangt en de afbeeldingen van lokale ondernemers op de achterkant van de folder die ik meeneem.

‘Een echte jutter ben je als je in weer en wind over het strand loopt. Turend over de zee, hopend op een bijzondere vondst’ staat er te lezen in de folder van het museum. Henk jut ondertussen zeven jaar. Hij spreekt dan af met zijn collega-jutters en soms gaat hij alleen. Vroeg in de ochtend trekt hij eropuit. ‘Als er een zware storm is geweest dan is dat goed nieuws voor een jutter. De branding heeft dan ook grotere voorwerpen van de bodem meegetrokken die vervolgens aanspoelen. Langs de vloedlijn vinden we het meest.’ Jutten is een passie voor Henk. Hij heeft naar eigen zeggen zelf ook een museum op zijn toilet waar kleine spullen en foto’s van geslaagde vondsten trots worden tentoongesteld.

Achter elk object schuilt een verhaal

Het duurt niet lang voordat Henk ons een rondleiding geeft door het vertrek. Henk blijkt een gulle gids te zijn die niet zuinig is met zijn omschrijvingen van de voorwerpen die hij ons laat zien. Enkele stappen verwijderd van de entree houdt hij stil bij een grote verzameling aan oranje rubber handschoenen. ‘Deze handschoenen zijn allemaal afkomstig van de booreilanden, we vinden het hele jaar door een heleboel van deze jongens.’ Henk vertelt dat de medewerkers van de booreilanden de handschoenen overboord gooien en zeehonden ze aanzien voor voedsel. De zeehonden worden ziek of gaan er dood aan. Naast ons zegt een meisje gechoqueerd: ‘Dat is zielig!’ ‘Ja, zo gaat dat,’ zegt Henk. We lopen door naar een vitrine met botten. ‘Deze botten zijn afkomstig van grote zoogdieren die rond 30.000 jaar geleden in het gebied leefden dat nu de bodem van de Noordzee is.’ Ik sta verwonderd te kijken naar de omvang van de botten. Naast de botten ligt een vergeelde afbeelding van een behaarde mammoet. Henk vertelt het verhaal zo levendig, dat het lijkt alsof het nu nog zo is, en ik zie de mammoeten in mijn gedachten over de zeebodem struinen, hun slurven verstrikt in het zeewier.

We lopen de trap af naar beneden en aan onze rechterzijde houdt Henk stil. Hij wijst naar de muur. ‘Zie je deze metalen plaat?’ Henk klopt tegen een geoxideerd stuk oud metaal. ‘We vonden dit exemplaar een tijd geleden. We wisten heel lang niet wat het was en hebben toen op Koekel (Google) de informatie ingetikt en uiteindelijk is het bevestigd door de NASA dat een onderdeel is van de stuwraket van een satelliet die op expeditie was naar Mars.’ De vliegtuigwrakstukken uit de Tweede Oorlog die ernaast hangen zijn hiermee vergeleken een stuk alledaagser op de Noord-Hollandse vloedlijn verzekert Henk ons. We gaan door. Hij pakt een oranje ovaal oranje balletje. Van Henks gezicht valt een grote verwondering af te lezen wanneer hij kijkt naar het voorwerp. ‘Dit is een drijver, die zitten vast aan grote visnetten. Deze vinden we best vaak, maar wat zo leuk is aan dit ding is niet het ding zelf maar wat er op zit. Dat is een zeepok, afkomstig uit de Stille Oceaan.’

Onze tour eindigt bij een grote collectie aan flessen en brieven, allen ooit vervoerd door de golven. Henk wijst ons op een correspondentie met iemand uit Jutland, een onbedoelde flauwe woordspeling die ik zo leuk vond dat ik hem niet uit de titel van deze rapportage kon laten.

peer2

Verzameldrift

Jutten is eigenlijk een specifieke vorm van verzamelen. Jutten zou jutten niet zijn als de spullen die gevonden zouden worden weer terug de zee in zouden worden gegooid, net zoals sommige amateurvissers doen met hun vissen. Daarbij is het een hobby voor de mensen die aan deze activiteit meedoen. De jutter van tegenwoordig is niet te vergelijken met zijn voorvader die jutte uit noodzaak. Hobby’s zijn interessante facetten van iemand zijn leven, alhoewel ze voor de buitenstaander van weinig belang lijken te zijn. Als je met iemand over zijn of haar hobby’s praat wordt het vaak weg gezet als nauwelijks belangrijk. Verzamelen als hobby is volgens antropoloog Dannefer een kwestie van behoud van een eigen identiteit in relatie tot de spullen die hij verzamelt. Dit is geen verstandelijke band. De verzamelaar kan wellicht niet de logica onder woorden brengen die achter zijn verzameldrang schuil gaat. Dit is een vorm van totemisme: de verzamelaar wil de gevonden objecten aanbidden, en deze voorwerpen verwijzen op hun beurt ook weer naar de gemeenschap van verzamelaars waar de verzamelaar zich mee identificeert.

In het artikel ‘The Comfort of Things’ van de invloedrijke Daniel Miller beschrijft hij de samenstelling van Londense huishoudens in relatie tot de eigenaars van de spullen. Hij bezoekt onder andere het gezin van meneer Clarke, een postzegelverzamelaar. ‘A casual observer tends to think of stamp collecting as a kind of obsessive, what academics like to call fetishistic pursuit.’ Maar dit is niet het enige wat hier gaande is. Volgens Miller is het postzegelverzamelen een vorm van training. Een verzameling hebben biedt een kans om zowel sociale contacten te onderhouden en een manier om kennis bij te werken maar is ook een mogelijkheid om anderen te enthousiasmeren. Verzamelen heeft ook iets te maken met een drang om te ordenen en om verbanden te scheppen tussen fenomenen en verschijnselen, een eigenschap die onderzoekers alles behalve vreemd is.

Datgene wat de zee geeft, zijn niet alleen maar spullen blijkt uit de rondleiding van Henk van Velzen. Het zijn vooral veel verhalen. Verhalen die het liefst zo veel mogelijk en zo enthousiast mogelijk worden verteld aan degene die ze wil horen. Verhalen die de verwondering weerspiegelen van de jutter voor wat er zich allemaal op de zeebodem voordoet. Het doet me heel erg denken aan wat de educatiedeskundige Kieran Egan heeft beweert over de leerweg van personen. Hij beschreef het romantische denken dat correspondeert met de historische periode waarin de mensen het schrift uitvonden en waarin mensen zoveel mogelijk verschillende soorten kennis wilden verzamelen. Dit lijkt op wat de jutter doet. De jutter houdt van verzamelen en het bijeenbrengen van de spullen die hij vindt. Deze bezigheid lijkt zowel bedoeld als een manier om anderen een glimp van de verwondering te laten opvangen die hij zelf voelt als een eerbetoon aan de zee, zijn schatkist.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *