De antrodokter: Rite de passagiersstoel

Aäron Spapens is afgestudeerd antropoloog en is momenteel bezig met zijn co-schappen om arts te worden. Een antropologisch medicus in spé die zijn verhalen uit het veld maandelijks publiceert op Tijdschrift Cul. Vandaag zijn eerste verhaal, over zijn rite de passage opweg naar het doktorschap. 

Lees ook het Student in Beeld stuk om meer te weten te komen over Aäron. 

 

Rite de passage: een overgangsritueel waarbij een persoon van sociale status veranderd

Het moment is daar. Eigenlijk is het moment ook hier. Feitelijk zijn het twee van elkaar te onderscheiden momenten in dezelfde week, welke belichaamd zijn in het wezen ‘ik’. Ik ben van status veranderd, ofwel ik heb een nieuwe status gekregen. Afgelopen vrijdag heb ik mijn rite de passage volbracht. Na een gewaagde sierlijke sprong op het podium krabbelde ik mijn signatuur onderaan een A4’tje en schudde drie heren de hand. Dat was het dan: de omslag van een pagina, waarbij een oud hoofdstuk door een nieuwe wordt afgeruild. Ik ben nu Antropoloog.

Het is voor mij moeilijk te bevatten of ik mijzelf nu ook écht naar mijn nieuwe status voel. Technisch gezien voldoe ik aan de toegangseisen van dit notabele clubje van alumni Antropologen: de benodigde studiepunten behaald en het officieel document waar dit op staat, op zak. Dit gevoel bevangt me terwijl ik mijn feest-pizza naar binnen werk in het gezelschap van mijn ouders. Op dit moment zit mijn vriendin op de fiets met een taart – een soort tweede pizza maar dan zoet. Ze komt binnen, kijkt weifelend om de hoek tot ze mij ziet en met een grote lach naar me toe huppelt. Ze zegt: ‘Gefeliciteerd mijn Antropoloog!’. Haar omhelzing voelt alsof ze mijn twijfelende aura terug op zijn plek in mijn lichaam drukt, wat mij de bevestiging geeft dat ik, na al die uren naleeswerk en telefonisch overleg met haar voor mijn schriftelijke verslagen, mij nu echt Antropoloog mag noemen.

De limenle autorit

Diezelfde week heb ik echter een status verloren. Ik ben een limineel geworden – iemand die tussen twee status bevindt. – Zoals in vele gemeenschappen die ik heb mogen bestuderen uit de geschriften der Antropologie, gebeurt dit in groepen. Een groep individuen die inziens de gemeenschap voldoen aan de voorwaarden om de overgang van status te maken. In ons geval heeft dit niets te maken met gender of leeftijd. Helaas, was het maar zo spannend. Op die desbetreffende maandag startte voor mijn groepsgenoten en mij een rite de passage die gebaseerd is op de wil om zichzelf ondergeschikt en onderdanig te maken. Besef u, dit is dus totaal vrijwillig en onnodig en daarom bij uitstek geen dwangarbeid – al wil ik dit zelf graag geloven. Het doorlopen van deze periode is alleen essentieel om het benodigde doel te bereiken: het worden van een arts.

Het lopen van co-schappen is als het zijn van een bijrijder zonder rijbewijs, in spitsuur in de sneeuw in Nederland, in een taxi op onbekende wegen voor u, en voor de taxichauffeur. Waarbij er verwacht wordt dat u als bijrijder in één keer uw examen met succes aflegt aan het eind van de rit. Wil je van A naar B binnen een bepaalde tijd, maar wat buiten het bereik van de fiets is, dan zal je bij iemand in de auto moeten stappen – aangezien de trein nooit rijdt als er sneeuw ligt. Besef ook dat de taxibestuurder ook niet de meest vlekkeloze rijstijl heeft. Stelt u zich voor hoe de rit verloopt…

Photo by Scott Umstattd on Unsplash

Hoe de rit verloopt zal niemand weten tot deze daadwerkelijk ervaren wordt. Mijn verwachting is echter dat u doodop aankomt op bestemming omdat u de hele weg actief heeft meegereden. Zodra u met uw klamme handen van het zweet naar de klink van de autodeur reikt, zal het gevoel van opluchting en overwinning zich in u opwellen. Opluchting tot daar aan toe, maar overwinning? De gehele weg was als voorbereiding op het echte werk: het rijexamen. De strijd dient dus nog geleverd te worden. Een gepassioneerd arts legt dit rijexamen niet eenmaal af maar iedere dag opnieuw – genaamd: het dokterschap.

Co-schappen zijn dus als de passagiersstoel die je van A naar B brengt, maar niet zegt dat je hierna ook een goede of succesvolle arts zal worden. Dit hangt af van hoe goed je alle informatie over het rijden hebt kunnen verwerken. Daarnaast is van belang hoe goed je de commando’s van de rijder opvolgt om de rit zo plezierig mogelijk voor hem of haar en jezelf te maken – bijvoorbeeld even snel koffie halen wanneer gestopt wordt bij een tankstation.

Het doet mij herinneren aan de uitspraak die mijn moeder vroeger toen ik klein was vaak tegen mij zei. ‘Kijken doe je met je ogen, niet met je handen’, zei ze dan wanneer ik iets super tofs zag wat ik écht moest aanraken. Voor mij nemen de co-schappen voorlopig een vorm aan van schouwspel en minder dat van acteren – dokteren. Beide creëren zij de kunst, waarbij de één aanschouwt en de ander beoefent. Er wordt veel van je verwacht als co-assistent, maar uiteindelijk mag je zelf niet dat ene, wat je nu echt graag zou willen doen, doen. Kortom, een rit in de passagiersstoel dus: een rite de passagiersstoel – een woordspeling die ik op jonge leeftijd had kunnen maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *