Passie in het bos

Elk jaar bekruipt mij begin september een zekere onrust. Niet omdat het weer onstuimiger wordt, niet omdat het vroeger donkert en ook niet omdat de vakantie alweer voorbij is. Nee, er hangt iets in de lucht dat mijn diepgewortelde instincten wakker schudt. Het zijn de overblijfselen in mijn genen, van generaties van jagers-verzamelaargroepen. Mijn blik verandert; wordt scherper. Op vrije dagen hoef ik ’s ochtends niet te bedenken wat ik ga doen. 

Tekst & Beeld /// Ghislaine de Rond

Afgelopen week was het weer zover. Ik trek hoge sokken aan, gooi een paar plastic tassen en chirurgenhandschoentjes in mijn fietstas en spring op de fiets. Tijdens het fietsen scan ik de omgeving af. De meeste walnotenbomen zitten al in mijn systeem, maar het kan nooit kwaad om ze allemaal te kennen. Daar is er dan één…! De gladde, lichte stam, grote bladeren en trosjes lichtgroene bolsters liegen er niet om. Er loopt een rilling over mijn rug. Mijn handen beginnen licht te beven. Ik spring van mijn fiets, gris een plastic zak uit mijn fietstas en duik het bos in. In stealth mode sluip ik over het vochtige bladerkleed. De zoete geur van verval hangt in de lucht. Mijn ogen zwaaien als een radar van links naar rechts. De chirurgenhandschoen beschermt tegen de hardnekkige, gele walnootvlekken en de brandnetels (dat wil zeggen, de brandnetels die ik nog niet heb platgetrapt). Als een ninja cirkel ik onder de boom door. Bukken, rapen, sluipen, bukken, rapen, sluipen. Ondanks de frisse herfstwind loopt het zweet me over de rug. Ik duw eekhoorntjes aan de kant en stort me op elke noot. Door de opwinding word ik licht in mijn hoofd, maar dat heb ik nauwelijks door. Mijn hebzucht drijft alle andere gedachten en observaties naar de achtergrond. Na een stuk of acht bomen minder ik vaart.

Bij de allerlaatste bomen van dit walnotenwalhalla staan fietsen op het pad geparkeerd… rivalen! Hoewel ik normaliter meer een GroenLinks-karakter heb, komt tijdens het rapen mijn VVD-mentaliteit omhoog. De man en de vrouw groeten mij vriendelijk. Ik voel het gewicht van mijn geraapte noten en weet dat er voor deze mensen binnen dit territorium voorlopig niets meer te halen valt. Heel even schiet mij een absurd idee te binnen: ik zou kunnen delen… nee, ik heb er immers hard voor gewerkt. Bovendien verdien ik ze meer dan zij omdat walnoten mijn grote passie zijn. Nadat ik hun fietsbanden lek heb geprikt, rijd ik naar een ander territorium.

In een vredige woonwijk bij mij in de buurt stal ik de fiets, zeg ik een gebedje voor de boom en foerageer ik in mijn natuurlijke habitat. Zo scharrel ik een tijdje door het gras, tot een stemmetje mij doet opkijken. ‘Wat bent u daar aan het doen?’ Er staat een jochie met een fietsje naar mij te kijken. Eén voet op de trapper en de andere op de grond.

Gelijk schiet ik in de boswachterrol: ‘Ik ben nootjes aan het zoeken’, zeg ik op een hopelijk vriendelijke toon (mijn onwennigheid met kinderen verbergend). Ik loop naar hem toe om mijn buit te laten zien. Hij kijkt ernaar en zegt: ‘Jammer dat je geen pletter hebt, dan kan je Nutella maken.’ Op dat moment laat mijn innerlijke boswachter een traan en zou ik dit kereltje het liefst op de hoogte willen brengen van alle verschillende nootsoorten die ik ken en hem dan ook gelijk opleiden in alle bessen en bramen die er in Nederland te plukken zijn, maar in plaats daarvan lach ik hem toe. ‘Ja, jammer he?’ Het jochie kijkt mij aan met zijn grote, onschuldige ogen. Dan zeg ik iets waar ik zelf geen woord van geloof maar wat de meeste ouders toch wel zouden zeggen: ‘In de natuur kunnen ze giftig zijn en dan word je ziek, koop jij dus maar lekker nootjes uit de supermarkt’. Hij knikt begrijpend. Weer een rivaal minder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *