De Antrodokter: De wens is de vader van de gedachte

Aäron Spapens is afgestudeerd antropoloog en is momenteel bezig met zijn co-schappen om arts te worden. Een antropologisch medicus in spé die zijn verhalen uit het veld maandelijks publiceert op de site van Tijdschrift Cul.

In dit stuk zal ik (over)denken en (uit)vragen welke plek kinderen krijgen heeft binnen de Nederlandse samenleving. Dit stuk is niet uitputtend, noch bedoeld om een algemeen beeld te krijgen over dit onderwerp. Ik zal proberen mijn visie in de vorm van meningen, waarnemingen, assumpties en (drog)redenaties in woorden te vangen.

Ik attendeer u , voordat u verder leest, dat mijn kijk op de wereld om mij heen veronderstelt dat de maatschappij, als actor en als entiteit, een aanhanger is van het filosofisch existentialisme – i.e. iedereen is uniek, het leven is zinloos tenzij door eigen daden hieraan betekenis gegeven wordt, en men is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. U zult waarschijnlijk al vermoeden dat ik mijzelf hier over zal uitlaten. Feitelijk zou u dit stuk kunnen lezen als een essay – een ‘proefschrift’; het franse woord essayer betekent vrij letterlijk vertaald niets minder dan proberen.

Tegenwoordig krijgen we in Nederland geen, maar nemen wij een kind. Laat ik eerlijk zijn en mezelf corrigeren, voornamelijk in Amsterdam. De wens is namelijk de vader van de gedachte. De wens een kind te nemen, om welke reden dan ook, creëert in deze premisse de gedachte die het hiernaar handelen motiveert. Het woord nemen veronderstelt een actie – een daad, een ‘potentie’. Het feit dat nemen een werkwoord is en, indien het gepaard gaat met het voorzetsel van, vraagt dit werkwoord het altijd een lijdend voorwerp. In de zin ‘wij nemen een kind’ is het kind het lijdende voorwerp. Het kind heeft nooit gevraagd geboren te worden, noch heeft het kind de ervaring en kennis om deze vraag vooraf te kunnen beantwoorden. Wellicht zou het hem/haar zijn/haar leven lang aan deze ervaring en kennis ontberen. Zeker weten of we het leven niet moeten geven, dat doen we echter ook niet. Het nemen van een kind is dus in essentie egoïstisch en egocentrisch

Zoals ik reeds zei, een kind nemen veronderstelt een actie. Een actie is nooit eenduidig, maar kent zijn verscheidenheid in uitingsvormen. Het nemen van een kind, echter, kan gereduceerd worden tot een dichotomie: het wel of niet nemen van een kind. Deze verscheidenheid is nog nooit zo groot geweest: van alleenstaande vader of moeder die wel of geen kind neemt tot een stel die wel of geen – moge dit stel een polygaam, heteroseksueel of LGBTQ+ stel zijn, waarbij draagmoederschap en zaaddonorschap meegenomen dient te worden. Indien een stel een kind krijgt zou ik graag spreken van duo-/multicentrisme, indien het voor iedereen een gewild kind is.

Het doel om wel of geen kind te nemen heiligt hierbij tevens de middelen. Draagmoederschap en zaaddonorschap zijn slechts enkele voorbeelden om wel een kind te nemen. Daarnaast kennen we intra-uterine inseminatie (IUI: de zaadjes in de baarmoeder spuiten), in vitro fertilisatie (IVF: de zaadjes in een schaaltje bij een eicel leggen) en intra cytoplasmatische sperma injectie (ICSI: het zaadje inbrengen in de eicel). Ik zou het haast vergeten, ook het ouderwets samen naar bed gaan hoort in dit rijtje thuis, al dan niet geassisteerd met een basale temperatuurcurve (BTC) om te kijken wanneer jouw eisprong plaatsvindt en/of in combinatie met hormoontherapie (HT) ter bevordering van de cyclus.

De vraag die ik jullie wil stellen is: hoe ver vind jij dat de medische wereld mag gaan om een kinderwens te verwezenlijken? Alsook: hoe ver wil jij gaan om een kind te krijgen?

De vrouw en het zwanger worden is hevig gemedicaliseerd. De meeste medische testen en middelen zijn gericht op de vrouw. Het aandeel van de man in deze kwestie krijgt echter steeds meer nadruk. Indien het falen van het krijgen van een kind aan de man ligt, bespeur ik vaker dan eens ongeloof en ontkenning – met soms het gevolg tot weigering van behandeling. Het frappante hieraan vind ik dat de vrouw in welke situatie dan ook eigenlijk altijd bereid is om hieraan wat te doen – in geval van mannelijke subfertiliteit zijn vrouwen steunend, wat vice versa niet altijd zo is.

Bovenstaande vragen stel ik omdat ik het prachtig vind wat er medisch allemaal kan. Of ik dit goed vind, dat is een ander verhaal. Vooraf wil ik graag duidelijk maken dat ik niet gelovig ben, geen tegenstander ben van alles wat medisch is of dat ik geloof dat wetenschap voor alles de oplossing is. Wezenlijk ben ik voorstander om medisch ‘kleine onvolkomenheden’ te verhelpen, zoals het mogelijk maken dat het zaadje het eitje kan bereiken. Hoe dit zaadje het eitje kan bereiken is voor mij de cruciale vraag. Dit omslaat een grijs gebied met contradicties en subjectieve opvattingen of het wenselijk is. In alle eerlijkheid zal ik bekennen dat bij verschillende stellen in een vergelijkbare situatie de ene wel een behandeling zou willen/durven geven en de andere niet. Om een behandeling niet te willen/durven geven, heeft soms te maken met ‘het gevoel dat je erbij hebt’, maar vaker is het een negatief vooroordeel ten nadele van het stel.

            Ongeacht wat artsen persoonlijk vinden, vind ik dat ze wel objectieve zorg bieden. Dit komt mede door de protocollen en richtlijnen die zijn gemaakt rond het krijgen van kinderen. Het zal dus niet (snel) voorkomen dat iemand op basis van subjectiviteit geen behandeling krijgt aangeboden. Hoe dan ook zijn er situaties waarin deze willekeur alsnog voor komt. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij casus waarbij een ethisch beraad wordt gepleegd, al is het eindoordeel in een dergelijk geval de som van subjectieve argumenten op basis van filosofische (achter)gronden.

            ICSI vind ik een behandeling die zich op de rand van de schemering bevindt. Al heb ik hier geen harde en duidelijke argumenten voor. Metaforisch kan ik niet recht praten wat krom is. Hierbij duid ik op het onvermogen van het zaadje om de eicel te bevruchten zonder menselijk interferentie. Het is mijn gevoel dat dit ethisch moeilijk te verantwoorden is. Enerzijds is het prachtig dat wij een kinderwens kunnen verwezenlijken. Anderzijds vraagt mijn filosofische geest zich af waar de lijn ligt van menselijke interferentie. Als het mannelijk zaad niet kan bevruchten, was dit dan zo bedoeld? De mogelijke consequenties van dergelijk medisch ingrijpen op de lange termijn zijn onmogelijk te onderzoeken. Alleen in de verre toekomst kunnen we retrospectief misschien oordelen of dit goed of slecht is.

            Met bovenstaand voorbeeld doel ik op ‘natuurlijke’ selectie. Ter illustratie wil ik u wijzen op het volgende boek van Dugatkin en Trut ‘How to tame a fox (and build a dog)[1] waarin onnatuurlijke selectie van wilde vossen ‘honden’ maakt. Graag wil ik hier met behulp van het boek een (falsifieerbare) hypothetische vergelijking maken met keizersnedes – i.e. alle assisted reproductive technologies (ART: een toevallige woordspeling van het woord kunst der creatie). Als een vrouw een te nauw geboortekanaal heeft voor de baby om geboren te worden (zeer uitzonderlijk), zal er een keizersnede gemaakt worden. Indien deze baby een meisje is, zal zij genetisch gepredisponeerd zijn om ook een smaller geboortekanaal te hebben. Indien zij later ook een dochter krijgt via keizersnede vanwege een smalle geboortekanaal, zal haar dochter mogelijk nog een smallere bekkenuitgang hebben, etcetera etcetera.

            Al zijn dergelijke vergelijkingen als hierboven makkelijk falsifieerbaar, de verre toekomst effecten zijn onbekend en, vooralsnog, niet te overzien. Hoogstwaarschijnlijk zijn de effecten marginaal, eerder nietszeggend. Hoe dan ook zegt mijn gevoel soms anders. Misschien denk en voel ik mij anders op het moment dat het om mijn toekomstig kind gaat. Hoe dan ook vind ik dat wij als maatschappij en als medici meer moeten stil staan bij de vraag of we kinderen nemen of krijgen? Daarnaast zou dit ook een aangrijpingspunt kunnen zijn om toleranter tegenover de mensen te staan die geen kinderwens hebben en daarmee nooit een kind zullen nemen of krijgen. Vooralsnog is laatstgenoemde groep onderbelicht en worden zij vaak veroordeeld om hun ‘afwijkend’ gedrag van wat wij ‘natuurlijk’ achten.

Tot slot, even wat anders! Om geen kind te nemen is geheel onthouding een minder populaire, maar zeer effectieve keuze. Daarnaast kennen we de populaire, maar in opspraak geraakte, orale anticonceptie pil (OAC: hormonen in diverse soorten en maten), hormoon- (Mirena en Kyleena: geen systemische hormonen!) of koperspiraal, nuva-ring (wel systemische hormonen!), pessarium, zaaddodende pasta, chemische/operatieve sterilisatie en  het gebruik van BTC om niet zwanger te worden. Ook nu zou ik haast vergeten dat het ouderwets gebruik van een condoom ook in dit rijtje thuis hoort en, verbazingwekkend of niet, het doel ook perfect nastreeft!


[1] Dugatkin, L. A., & Trut, L. (2017). How to tame a fox (and build a dog): visionary scientists and a Siberian tale of jump-started evolution. University of Chicago Press.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *