De Antrodokter: Grow up or go home

Aäron Spapens is afgestudeerd antropoloog en is momenteel bezig met zijn co-schappen om arts te worden. Een antropologisch medicus in spé die zijn verhalen uit het veld maandelijks publiceert op de site van Tijdschrift Cul.

De tweeënhalve maand die ik heb mogen doorbrengen in Kaapstad zijn goed voor mij geweest. Goed voor lichaam en geest – in de brede zin des woords – en goed voor een sociaal-cultureel inzicht op de historie die de wereld rijk is. Vandaag, als onderdeel van mijn verwerkingsproces van mijn tijd daar, zal ik schrijven over mijn tijd in Tygerberg Hospital en het geneeskundig onderwijssysteem.

Mijn mind was blown, zoals de inhoud van het hoofd dat ik – letterlijk – diverse malen buiten de knusse en veilige omgeving van schedeldak heb gevonden bij menig patiënt. Een roze, beige gelei-achtige substantie veelvuldig overgoten met een nog af te koelen frambozen-coulis, maar dan.. ietwat minder smakelijk voor het oog. De enige geruststellende gedachte die ik mij voor kon spiegelen, was als het een frontotemporale penetrerende laesie betrof. Voor de goede orde: een ernstige wond aan de voor-zijkant van het hoofd. Hier bevindt zich het deel van het brein waar het karakter van een persoon schuilt. En met de magie van een tinder-swipe-achtige beweging met een doekje verander je zo, wellicht, voorgoed iemand zijn karakter voordat je de inhoud weer terug netjes onder de huid probeert te verstoppen zodat het infectiegevaar geminimaliseerd wordt, middels hechttechnieken die ik heb geleerd tijdens een drie avonden durende hechtcursus. Bonne chance!

Even een intermezzo.

Chirurgie in Tygerberg was “killing”; mentaal en fysiek. Reguliere Zuid-Afrikaanse studenten die zeven dagen per week de ochtend visite moeten bijwonen en minimaal één avond-/nachtdiensten per week moeten draaien. Bij buik- en traumachirurgie moeten zij eigenlijk twee diensten draaien. Daarboven staat de intern. Een dokter die verplicht 2 jaar ervaring moet opdoen en tweemaal in de week 24-uurs diensten draait. Een intern lijkt op wat ze in Zuid-Afrika een registrar noemen, behalve dat zij wél in opleiding zijn tot specialist en geen énkele toets mogen falen én daarnaast volledig eindverantwoordelijk zijn voor een zaal of chirurgische operaties én, meer regel dan uitzondering, aanwezig zijn voor méér dan 36 uur in een ziekenhuis. Appeltje eitje als je op RedBull leeft, toch? Daarboven heb je de consultant, ofwel specialist. Niet veel anders dan een registrar, behalve dat je nagenoeg alles voor het zeggen hebt en je dus niet van insomnia – slaaptekort – dreigt neer te vallen ondanks de hoeveelheid RedBull die je drinkt. Enkel de prof resteert nog in deze hiërarchie. De professor is feitelijk de opperbaas, die één keer per week mee de afdeling afloopt om scholing te geven over de patiënten die daar liggen. Welverdiend respect krijgen zij, zij mogen het eindelijk rustiger aan doen.

Wij als nederlandse coassistenten denken dat we weinig inspraak hebben in wat wij doen; en dat wij als vrijwillige slaaf onszelf inzetten in de gezondheidszorg. Ik zat fout. In Zuid-Afrika bestaat dit wel. Zodra iemand hoger in rang in de buurt is vervalt je volledig recht op inspraak, behalve als om jouw mening gevraagd wordt. Zo kan je de hiërarchische trap naar beneden afgaan totdat je bij de studenten uit komt. En zelfs hier heb je nog een verdeling in ‘hoeveelste jaars’ je bent. Een systeem dat ik graag grow up or go home noem.

Sorry dat ik net met de deur in huis viel. Onsmakelijk, misschien wel repulsief. Of te klinisch en te afstandelijk? Figuurlijk gezegd had ik graag de maaginhoud verkleinende ‘sleeve’ of bariatrische chirurgiegehad die ik meermaals heb geassisteerd, waardoor de figuurlijke inhoud die in mij opborrelde bij het aangezicht van de gruwelijke aangezichten op, voornamelijk, de trauma(chirurgische) opvang bij voorbaat wat minder volumineus was.

Tijdens mijn eerste nachtdienst bij de trauma kwam Cindy (een vriendin en Zuid-Afrikaans medisch student) enthousiast naar me toe gerend: “Aäron, you have to see this…”. Mijn eerste vuurdoop in het medisch ‘invasief’ handelen hoorde ik beklonken worden. “… Can you suture? Coz you definitely can help down here!”. Gelukkig geen penetrerend frontotemporale laesie.

Zo heeft Afrika mij veel geleerd qua praktische vaardigheden op chirurgisch en traumatisch vlak. Van amputaties van vele benen en één grote teen, tot het plaatsen van thoraxdrains (long drainage) en het assisteren/verrichten van brandwond-, neuro-, vaat-, buik- en orthopedische chirurgie.

Want naast grow up or go home heerst er bovenal een mentaliteit die zij, Zuid-Afrikaanse medici, see one, do one, teach one noemen. En dit is alleen maar mogelijk door de volharding die deze wonderlijke artsen hebben voor hun vak én dit al te graag willen overbrengen aan de doctors to be. Hoe enthousiaster je zelf bent, des te meer zij je willen leren. Ik zei voor de grap wel eens: “Enthusiasm is just fertile soil, but it takes sunshine and water to grow big and strong”.

Maar bovenal heb ik geleerd dat Nederland (to quote Rutte) een “te gek land” is. We hebben het hier goed en we hebben hier genoeg figuurlijke zon en water. Het enige wat ik hier soms nog mis is de voorwaarde om het tot een succes te maken: enthousiasme. Baje dankie, to you all!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *