Why are you so angry?

Wat voor mijzelf ooit als een experiment begon is uiteindelijk overgeslagen in een volledig plantaardig dieet. Het gestigmatiseerde beeld van de irritante veganist blijft echter hardnekkig de ronde gaan. Hoe komt het toch dat mensen zo boos worden wanneer zij met een veganist geconfronteerd worden? Dit is wat veganisme mij leerde over de norm, de tegenstrijdigheid in de mens en hoe we door middel van ‘stil activisme’ een constructieve ethische discussie kunnen hebben.

Tekst // Joosje Slot

Beeld // Sammy Stasse

‘Soja-latte-macchiato-meisjes’

Ooit schreef ik een column over desoja-latte-macchiato-meisjesdie tijdens hun lunchpauze bij de lunchroom waar ik werkte aanschoven. ‘Bloedirritant,’ schreef ik, ‘moeilijk doen om het moeilijk doen’. Het nu teruglezen van deze heftige veroordeling leert me echter wel, dat ik als mens net zozeer verander als ieder ander, aangezien ik inmiddels zelf ineens dat meisje ben geworden. Oké, misschien geen latte macchiato, want als je in de horeca werkt, weet je dat de zestig cent die je extra betaalt eigenlijk onzin is. Vooral als je daarna met een lepel in de aanslag al die mooie laagjes koffie en plantaardige melk toch door elkaar roert, maar dat terzijde. Ik werd op dat terras elke keer geconfronteerd met de morele keuzes van deze meisjes. Althans, dat is natuurlijk een aanname, want er zijn duizend-en-een verschillende redenen waarom mensen kiezen voor plantaardige melk. De keuzes van deze meisjes deden echter iets met me, blijkbaar zoveel dat ik er een hele column aan wijdde, maar wat deed het eigenlijk? Een filmpje van Innuendo Studios op Youtube, met de recht-voor-z’n-raap-titel ‘Why are you so angry?’, legt dit proces in jip-en-janneketaal haarfijn uit.

                Wanneer we geconfronteerd worden met de morele keuzes van andere mensen, zelfs wanneer dit in een antwoord gebeurt op een vraag die je zelf hebt gesteld, kan dit tot veroordeelde gevoelens leiden. Wanneer je aangeeft dat je geen vlees, eieren of zuivel eet omdat je veganist bent, wordt dit vaak geïnterpreteerd als een veroordeling van de andere persoon. Terwijl het antwoord juist een praktische ondertoon heeft waarin je uitlegt waarom je iets afslaat en dus eigenlijk alleen voor verduidelijking zorgt. In het filmpje wordt voorgesteld om jezelf de vraag te stellen ‘maar als ze gelijk hebben, wat zegt dit dan over mij?’ Dit is geen gemakkelijke vraag omdat dan de mogelijkheid bestaat dat het gedrag, dat we onszelf aangeleerd hebben en aangeleerd hebben gekregen, immoreel zou zijn. Het gaat dus uiteindelijk niet om de vraag of de mensen die handelen uit een morele overtuiging gelijk hebben, maar of ze gelijk zouden kunnen hebben. Bij jezelf nagaan of je bepaalde dingen wel of niet zou moeten doen, zoals het eten van dierlijke producten, is het altijd eenvoudiger om je huidige gedrag aan te houden. Het zal altijd gemakkelijker blijven om stilletjes in te stemmen met het niet hoeven te stellen van deze vragen. Dan is daar die veganist op een verjaardag, en het gaat er niet om wat ik zeg, maar wat ik ben. Ik ben degene die mijzelf deze vragen wel heeft gesteld. Degene tegenover mij weet welke vraag dit is en voelt zich in een hoekje gedreven om het debat over deze vraag aan te gaan.

De veelzijdige mens en de norm

Dit brengt mij tot de grootste les die antropologie mij heeft geleerd. Mensen zijn inherent tegenstrijdig en ‘de norm’ speelt daar een fundamentele rol in. Hoe graag we ook willen dat mensen in één hokje passen, die niet overlapt met alle anderen, is dit gewoonweg nooit het geval. Ook ik pas niet in één hokje. Afgelopen zomer stond er een veganistische maaltijd voor mijn neus, terwijl ik in het vliegtuig zat naar Colombia. Eenmaal aangekomen heb ik nog geen woord Spaans gesproken of er zit alweer een sigaret in mijn mondhoek. De hypocrisie, de tegenstrijdigheid, de meervoudigheid, hoe je het ook wilt noemen, van het menselijk bestaan lijkt bijeen te komen en tot zijn kookpunt te komen in de discussie rondom veganisme.

                De rol die ‘de norm’ hierin speelt is essentieel omdat deze enkel tot stand kan komen door iets anders als afwijkend te benoemen. Toen ik nog wel gewoon vlees, eieren en melkproducten verorberde, is er nog nooit aan mij gevraagd waarom ik dat deed, terwijl mensen op hun achterste poten gaan staan als je maar een centimeter afwijkt van deze norm. Waarom vragen wij mensen die wel vlees eten niet met welke reden zij dat doen? Doen zij dit uit een overtuiging?

                Gedrag dat binnen de norm valt is namelijk vooral makkelijk om aan vast te houden, wanneer je twijfel buitenspel houdt. Wanneer twijfel wel geïntroduceerd zou worden is het eten van dierlijke producten nog steeds mogelijk, maar niet meer zo makkelijk. Het alternatieve morele gedrag is ook niet makkelijk en vereist veranderingen in je manier van leven. Wanneer mensen geconfronteerd worden met deze tweesplitsing in keuzes, waarbij beide paden ingewikkeld zijn, is het makkelijker om stil te blijven staan en niet te kiezen. Ik fungeer op een bepaalde manier dus als symbool voor een moreel debat met jezelf die mensen koste wat het kost proberen te vermijden.  

Ethiek bij de homo sapiens

Hoe kan dit debat dan beter gevoerd worden, zonder al deze irrationele angsten over de morele keuzes van anderen? Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid, het razend populaire boek van Yuval Harari, zou wel eens een goed voorbeeld kunnen geven. In het boek maakt de Israëlische schrijver indirect ook een argument vóór veganisme. In een artikel voor The Guardian diept hij dit argument verder uit. ‘Dieren zijn de grootste slachtoffers uit de geschiedenis, en de behandeling van gedomesticeerde dieren in industriële veefabrieken is misschien wel de grootste misdaad in de geschiedenis’, valt Harari met de deur in huis.

                Hij gaat verder met het schetsen van de geschiedenis van de impact van de mens op het dierenrijk en daarmee op het ecosysteem. Ecologische ramp na ecologische ramp passeert de revue. Al voordat de mens überhaupt ooit aan landbouw deed, was ongeveer vijftig procent van de grootste landzoogdieren al door de mensheid van de aardbodem geveegd. Vervolgens was daar de agrarische revolutie. De mens begon dieren te domesticeren, wat in eerste instantie een onbelangrijke prestatie leek omdat het enkel ging over een aantal soorten dieren, het overgrote deel bleef gewoon ‘wild’. Maar uiteindelijk is deze praktijk van het domesticeren door de eeuwen heen de norm geworden. Harari noemt hier het tekenende voorbeeld van de kip, die duizenden jaren geleden een zeldzame vogel (!) was die enkel in kleine gebieden van Zuid-Azië voorkwam. Tegenwoordig is de gedomesticeerde kip de meest wijdverspreide vogel van de planeet. Als je succes zou meten in aantallen, zouden kippen, koeien en varkens de meest succesvolle dieren aller tijden zijn. Dit collectieve succes wordt echter afgezet tegen het ongekende individuele leed van dezelfde dieren.

                Wat volgt is een ethisch argument gegrond in de evolutionaire psychologie. Het uitgangspunt is dat een behoefte die duizenden jaren geleden is gevormd subjectief gevoeld blijft worden, zelfs wanneer deze niet langer nodig is voor het voortbestaan of de voortplanting van het bewuste wezen. Alle dieren die zich op dit moment in de bio-industrie bevinden voelen dezelfde behoeftes die gevormd zijn voordat deze dieren ooit gedomesticeerd zijn. Zo voelt het dier nog steeds de drang om zich te hechten aan zijn moeder en te spelen met andere dieren van zijn soort. Dieren dit ontzeggen, brengt groot leed met zich mee.

                Met een blik op de toekomst, sluit hij uiteindelijk af met een pleidooi om in ons ontwerp van de toekomstige wereld, rekening te houden met dieren. Dieren die net als mensen zogeheten sentient beings zijn. Wezens met uitgebreide sociale relaties en geavanceerde psychologische patronen. Dieren, die net als jij en ik, pijn en ook geluk kunnen voelen. Door de enorme getalen waarmee zij zich door de bio-industrie bewegen, of beter gezegd bewogen worden, vormen dieren de kern van de ethische discussie van de moderne tijd. De manier waarop wij omgaan met dieren zegt veel over wat het betekent om een mens te zijn op deze aarde.

Stil activisme

In Sapiens wordt over de vleesindustrie geschreven zonder dat het expliciet over veganisme gaat. Veganisme wordt hierbij een onderdeel gemaakt van een veel grotere ethische discussie die we eigenlijk zouden moeten voeren. Hiermee is dit misschien wel dé manier om op een constructieve manier dit gesprek te voeren. Ook ik heb mijn eigen veganisme nooit van de daken geschreeuwd en je zou mij hierdoor onder de groep van ‘stille activisten’ kunnen scharen.

                Dit lijkt op het eerste gezicht een gekke tegenstrijdigheid van twee uitsluitende begrippen. Het woord activisme brengt een heel arsenaal aan (negatieve) stereotypen met zich mee, van schreeuwende bh-loze feministen tot militante volksnationalisten. Aannames waar ‘stil’ geen plek in lijkt te hebben. Het meer alomvattende Engelse woord quiet zou een betere benaming zijn, maar ik zal proberen mij niet schuldig te maken aan onnodig Engels taalgebruik. Met ‘stil’ bedoel ik namelijk niet volledig geluidloos, maar probeer ik een onderscheid te maken tussen ‘de barricades opgaan’ en het (indirect) beïnvloeden van je naaste omgeving door het uitdragen van morele opvattingen. Je fungeert in ieder geval als gespreksstarter. Door het zichtbaar maken van het proces dat ten grondslag ligt aan de boosheid tegenover veganisten, wordt the strange familiar gemaakt. Een proces dat ten grondslag lijkt te liggen aan de boosheid tegenover allerlei mensen met tegendraadse morele opvattingen en levenswijzen. 

                Door middel van het ‘stille activisme’ van Harari zet hij een belangrijk onderwerp op de agenda door het niet te isoleren van de grotere ethische kwestie. Het werk van veganistische activisten in het publieke debat is hierbij zeker niet onbelangrijk. Dit is echter zo’n klein clubje mensen met een aanpak die menig Nederlander snel in het harnas jaagt. In ons dagelijks leven moet het gemoedelijker, rustiger, voorzichtiger en vooral liever. Iedereen maakt zijn eigen morele proces door. Het enige wat we kunnen doen is elkaar helpen en stimuleren voor het maken van eigen keuzes, in plaats van elkaar af te branden. Een tikkeltje zelfreflectie en een hoge dosis empathie wanneer jij de volgende keer die veganist tegenkomt op een verjaardag, creëert misschien wel de mogelijkheid tot een gesprek. Zoals de ‘soja-latte-macchiato-meisjes’ mij hebben geleerd dat je morele overtuigingen buitengewoon fluïde zijn, zou jij morgenochtend ook ineens wakker kunnen worden als moraalridder. Laten we daarom vooral elkaars supporter zijn. En die norm, die is over vijftig jaar waarschijnlijk toch het raam uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.