Microagressie

Martijn de Koning –

klein Martijn de Koning op de bank metStelt u zich even voor. U bent moslim. En u belandt in de volgende situaties.

Scene 1
U heeft net een nieuwe baan. U verschijnt op uw werk en één van de eerste dingen die een nieuwe collega zegt is:
a) Welkom bij ons!
b) Hallo, ik ben….
c) En wie ben jij?

Scene 2
U zit op het terras ‘minding your own business’ samen met een vriendin thee te drinken en te kletsen. Stapt er een oude mevrouw op u af en zegt met lieve stem:

Zegt ze:
a) Zou ik jullie wat loten mogen verkopen?
b) Koekje erbij?
c) Is de thee lekker?

Scene 3
U gaat zitten voor een goed gesprek en krijgt de volgende vragen:

1) Hoe belangrijk is de islam voor jou?
2) Hoe uit zich dat in jouw leven?
3) Hoe sta je tegenover anderen (met andere woorden, niet-moslims?)
4) Hoe ga je om met kritiek op de islam?
5) Heb je wel eens conflicten gehad met betrekking tot jouw hoofddoek?
6) Beschouw je jezelf als conservatief of progressief?

Wat voor gesprek is dit denkt u?
a) Nee hè, niet weer een antropoloog die gaat zeuren over mijn geloof.
b) Een goed gesprek met uw docent naar aanleiding van wat ‘radicale’ uitingen.
c) De gemiddelde talkshow over moslims met één moslim aan tafel.

De antwoorden zijn verzonnen en allemaal fout. De situaties zijn niet verzonnen, maar door anderen aan mij door gegeven. De correcte antwoorden zijn:

Antwoord 1
Het antwoord moet zijn: ‘Wat vind je van ISIS?’

Antwoord 2
Het antwoord: ‘Hallo, jullie hebben toch geen bom bij jullie hè.’ En vlak daar achter aan: ‘Grapje hoor, grapje’.

Antwoord 3
Het is een sollicitatiegesprek. Voor de functie van arts.

Micro-agressie
Waar hebben we hier mee te maken? Volgens mij met een vorm van racistische agressie. Nu ligt het voor de hand om te stellen: ‘ja, maar dat is zo niet bedoeld.’ of ‘joh, ga je druk maken om belangrijkere zaken.’ Het is het type argumenten dat we ook zien bij de zwarte piet discussie. Maar dat is natuurlijk precies waar het om gaat. Racisme manifesteert zich lang niet altijd in heel grove haatslogans, fysieke aanvallen en meer van dat soort grote zaken. Het gaat even zo vaak om vragen, opmerkingen, ‘grapjes’ en beledigende statements op de werkvloer. Er is wel een relatie met structureel racisme: specifieke termen, vormen van spreken over migranten, moslims en zwarte mensen in de geschiedenis, het beleid en debat aangaande migranten, zwarte Nederlanders en moslims (geen uitsluitende categorieën overigens) sijpelen door tot op de werkvloer. Immers, ons vermogen om specifieke mensen, uiterlijkheden en praktijken betekenis te geven en als Anders te categoriseren in het dagelijks leven, is afhankelijk van een reeds aanwezige onderliggende structuur waar die categoriseringen al gemeengoed zijn. Het zijn deze kleine dingen die we microagressie kunnen noemen (hoewel ik niet echt gelukkig ben met die term, want voor wie is het ‘micro’ eigenlijk?). De term verwijst naar alledaagse uitingen van bewuste of onbewuste ontwaardiging van minderheden die mensen reduceren tot en gebaseerd zijn op stereotyperingen van die minderheden.

Microagressie wordt vaak besproken in termen van racisme tegen zwarte mensen, maar kan eigenlijk gericht zijn tegen alle aspecten van iemands identiteit: seksualiteit, gender, etniciteit, religie, nationaliteit, enzovoorts. Microagressie sluit een persoon meteen op in de sociale categorie waarin hij of zij wordt ingedeeld: moslim, Marokkaan, zwart, enzovoorts. Tegelijkertijd wordt de persoon daarmee op drie manieren gereduceerd tot een eendimensionale karikatuur. Ten eerste is een persoon immers niet alleen moslim, maar bijvoorbeeld ook nog arts in spé maar dat laatste zien we dan niet. Ten tweede gaat het bij het label moslim ook niet om de brede range aan invullingen die mensen aan het geloof kunnen geven maar om slechts enkele aspecten die er volgens de ander uitspringen: de hoofddoek, omgang met anderen en, tegenwoordig, ISIS. En ten derde worden deze aspecten zo ingevuld dat de moslim in kwestie zich moet verdedigen, maar dat eigenlijk niet kan omdat hij of zij erdoor overvallen is.

Marginalisering
Erop wijzen dat het ‘maar een grapje is’ zorgt ervoor dat enige discussie hierover onmogelijk is: ‘stel je niet zo aan, het is maar een grapje.’ of (recent gehoord in de trein) ‘ze begrijpen onze humor natuurlijk niet, dat laat zien hoe slecht ze geïntegreerd zijn’.

Deze microagressies verklaren volgens mij ook deels waarom veel mensen het islamdebat dat zich vooral in de media lijkt af te spelen als een inbreuk op hun persoonlijke leven ervaren. Het lijkt zich immers alleen in de media af te spelen: dat is het deel dat we allemaal kunnen zien. We zijn er als antropologen lang niet altijd bij als er dingen in de klas of op de werkvloer gebeuren of op andere plekken waar het debat naar toe sijpelt. Men kan zich daardoor niet echt aan het debat onttrekken ook al zou men dat wel willen. En als men dan reageert dan moet dat natuurlijk op vreedzame, constructieve wijze en met dialoog. Op deze wijze waarbij outsiders niet alleen de symbolische klappen uitdelen maar ook bepalen óf en hoe de ander mag reageren, worden minderheden in een marginale positie gehouden.

Een noot voor antropologen
Een groot deel van deze vragen (zeker in het sollicitatiegesprek) worden ook gesteld door onderzoekers. Ook door mij al zou ik ze op een andere manier stellen. Natuurlijk zijn de vragen dan niet irrelevant of ongepast. Vinden wij. Maar het kan dus goed zijn dat onze gesprekspartners haast dagelijks dezelfde vragen krijgen in een context die zij wel ongepast en irrelevant vinden. Het is dus maar de vraag of onze zogenaamd onschuldige vragen wel zo onschuldig landen. En ook of ze wel echt zo onschuldig zijn, want zijn onze vragen vaak niet een verlengstuk van het verlangen uit de samenleving die zogenaamd ‘de Ander’ willen begrijpen? En passen onze onderzoeken en publicaties daarmee niet in de trend waarin het witte publiek een groot probleem heeft met de samenleving? En versterkt ons onderzoek daarmee ook niet de krampachtige pogingen van een dominant wit publiek om de controle over de samenlevingen te houden en de status quo te behouden?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *