Gezond doen? Wordt geslikt als zoete koek

Foto boven: Thomas van de Vosse

Tekst: Chris Hellwig 

Een maand zonder suiker lijkt een nieuwe rage te worden. Dit post-jaarwisselingsinitiatief zorgt er voor dat om mij heen chocoladerepen vallen als domino’s. Zelf was ik er aan onderworpen in de maand januari. Na de bacchanalische maand van december zou ik eens bewijzen dat ik gulzigheid te boven stond. ‘Goed idee’, zouden de meeste mensen mij vertellen, en ‘ik wou dat ik dat kon’. Al mijmerend over dit soort sociale beloningen kon ik makkelijk zonder de dopaminekick die een suikerloosleven mij ontnam. Mij was toen nog onbekend dat ik niks bijzonders deed, maar gewoon van de ene categorie naar de andere categorie reisde.

image001

 

In de eerste instantie heeft een suikerloze maand individuele effecten. Een voorkeur voor verse producten en een smaak die natuurlijk zoet prefereert boven kunstmatig zoet. Een hoop schouderklopjes voor je initiatief en discipline maken dit onverwacht te doen. Tot aan de eerste week. Daarna ben je inmiddels gefrustreerd als een paard, worden toetjes een soort heilige graal en blijkt suiker helemaal niet zo makkelijk te ontlopen. Suiker kan zich zo verhullen dat je na de concessie ‘oké, dan mogen natuurlijke suikers wel’ nog steeds ten einde raad naar etiketten aan het staren bent. Van beetwortelsap naar ‘natuurlijke aroma’s’, maltodextrine en HFCS, van borstkanker naar cola life, het is een lastige taal. Waarom überhaupt aan een gezond leven beginnen? Het is niet alsof ik in mijn verdere gedrag erg lange termijn leef (denk bankrekening, studie, huisdier, et cetera).

 

Doorzettend en rekenend op die sociale beloningen merkte ik langzaamaan een verandering in het gedrag van mijn beloners. Ik werd opeens gezien als een van de ‘gezondelingen’. Niet langer viel ik binnen de hedonistische, consumerende of bourgondische cultuur. Mensen om mij heen begonnen mij te zien als een lid van een bewuste gemeenschap die zo met eten bezig was opdat ze de rest konden uitsluiten, door neer te kijken op hun eetpatroon. Ik bemerkte twee verschillende categorieën binnen mijn samenleving, consumptiegericht en gezondheidsgericht, nauw met elkaar verbonden maar desondanks in strijd.

Als antropoloog zou je kunnen zeggen dat het beginnen aan een suikervrij dieet een mens even erg wordt opgelegd vanuit de maatschappij als een suikervol dieet. De gevestigde suikervolle orde lijkt voorlopig aan de dominerende hand. Zij halen hun macht uit onze voorkeur voor zoet eten die stamt uit onze biologische radar voor rijp fruit en zoetwater. Een tegenbeweging kan dit opheffen door ons streven naar gezondheid aan te spreken, want dit leidt tot een lang leven met veel nakomelingen (eet geen suiker voor een uitgebreid nageslacht?). Dit mondt uit in een hedendaagse gezondheidsrage, waarbij het maken van categorieën voor uitersten zorgt vanuit een gemeenschapsdrang (bijvoorbeeld ‘foodies’ of de biomaffia). Zo zullen rijp en nageslacht nog wel even in gevecht zijn.

Uit deze twee maatschappelijke theses kwam mijn dieet voort. Aan de ene kant sterker te willen zijn dan de consumptiemaatschappij, aan de andere kant de beloning van de gezondheidsmaatschappij te ontvangen. Alles wat het vergt is een beetje discipline en het turen naar verpakkingen. Foucault schrijft hierover, en als ik het goed begrijp ben ik de hedendaagse equivalent van een ridder, het toonbeeld van eerbaarheid en het staan te boven de aardse verlangens.[1] Maar het kan ook zijn dat mijn suikerdeprivatie de woorden vertroebelt.

[1]     In The Political Investment in the Body (2005) in ‘The Body: a Reader’. Londen: Routledge. 100-104

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *