Alumnus aan het woord: Jet van Rijswijk

Na gewerkt te hebben als elektro-technicus besloot Jet van Rijswijk antropologie te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze wilde meer kunnen betekenen voor een betere samenleving. Dit doet zij nu door zich bij de gemeente Amsterdam en de organisatie Wereldse Wijk in te zetten voor kwetsbare groepen. Zo zet ze haar liefde voor de samenleving om in Amsterdamse politiek.

Tekst /// Nikki Verhoeven

We spreken af bij de vestiging van de gemeente Amsterdam in de Jodenbreestraat. Na de route langs de koffieautomaat gaan we zitten in een gezamenlijke ruimte. Van Rijswijk begint gelijk enthousiast te vertellen over een van de twee boekjes die ze heeft meegenomen, Kind en milieu, geschreven door haar moeder, Lily E. van Rijswijk-Clerkx. ‘Destijds bestond nog het idee dat kinderen uit arme gezinnen dommer waren dan rijke kinderen, we praten hier over de jaren zeventig. Mijn moeder was socioloog en één van de eerste die dit idee weerlegde’, vertelt Van Rijswijk trots, ‘zij zag in dat schoolprestaties van kinderen uit arme gezinnen niet lager waren omdat ze dommer waren, maar omdat hun ouders minder middelen hadden om ze te helpen. Mijn moeder deed onder andere onderzoek door te luisteren naar wat mensen op straat tegen elkaar zeiden en bleef bijvoorbeeld langer wachten bij de bakker, om gesprekken af te luisteren.’

 Een sociaal bevlogen familie

‘Op mijn negentiende studeerde ik andragogie, een soort pedagogiek over volwassenen. Daar zat ik met mijn oren te klapperen, want ik leerde over Foucault, die zei dat onderwijs met een leraar voor de klas ouderwets was. Dus stopte ik met mijn studie. Ik werd actief in Amsterdamse sociale bewegingen totdat ik vond dat ik moest gaan werken. Ik ben toen elektrotechniek gaan doen, het leek me leuk om actief te worden bij de vakbond van energiebedrijven. Later verveelde ik me tijdens mijn werk en ben ik daarnaast antropologie gaan studeren met een grote minor sociologie.’

Waarom Van Rijswijk antropologie is gaan studeren wordt al snel duidelijk. ‘Ik wil graag iets kunnen betekenen in sociale onderwerpen, de samenleving beter kunnen maken dan die is. Dat is voor mij een reden om te leven: het gevoel nuttig te zijn. Mijn hart ligt bij wat we als gemeente doen uit liefdadigheid voor kwetsbare mensen.’ Deze liefdadigheid komt niet uit het niets: familie Van Rijswijk was erg sociaal betrokken. ‘Mijn moeder moest onderduiken in de oorlog omdat haar familie bij het verzet betrokken was en mijn opa als hoger opgeleide, zette zich in voor de arbeidersklasse.’

De manier van denken die je op je studie leert is een waanzinnige eyeopener en een grote verrijking van je begripsvermogen.

Het andere boekje dat Van Rijswijk mee heeft genomen is haar scriptie over de verzorging  van baby’s. Ze onderzocht de verzorging door moeders in Marokko, Nederlandse moeders in Nederland en moeders met Marokkaanse achtergrond in Nederland.

‘Er was destijds onderzoek gedaan naar de ontsporing van Marokkaanse puberjongens waaruit werd geconcludeerd dat hun ontsporing te maken zou hebben met de opvoeding, maar zelf hadden de onderzoekers nooit geobserveerd in de gezinnen. Het onderzoek was gebaseerd op interviews. Er was één antropologe, werkzaam in een consultatiebureau, die ook onderzoek deed naar opvoeding. Zij kwam bij mensen thuis, luisterde niet alleen naar wat mensen zeiden, maar observeerde ook. Zij concludeerde dat er helemaal niet zo veel verschil was in manier van opvoeden tussen Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.’

Antropologische ambtenaar

‘Ik denk dat ik door mijn studie meer begrip heb gekregen voor hoe complexiteiten in de samenleving werken. De manier van denken die je op je studie leert is een waanzinnige eyeopener en een grote verrijking van je begripsvermogen. Dit maak jij je eigen en pas je toe op je werk. Daarnaast is het leuke van antropologie dat het heel reflecterend is, in tegenstelling tot sociologie. Dat moet denk ik ook al een beetje in je zitten. Toen ik in de Amsterdamse sociale bewegingen zat, was ik ook al erg bezig met anti-racisme.’

Als antropoloog werken bij een overheidsinstelling kent voor Van Rijswijk verschillende kanten. ‘Werken bij de gemeente heeft voor- en nadelen. Bezuinigingen zijn een groot nadeel, daar ben ik het niet altijd mee eens, maar daar heb ik geen invloed op. Toch is er altijd ruimte om dingen te kunnen doen. Het leuke is dat de kwesties in de stad heel complex zijn. Ik houd wel van die complexiteit. De complexiteit is er nu eenmaal. Je kunt dat zien als iets waarvan we slachtoffer zijn, maar je kunt daar ook iets in proberen te betekenen en je best doen het de goede kant op te sturen. Nu zijn we bij de gemeente bijvoorbeeld bezig met het in kaart brengen van mantelzorgers in Amsterdam-Oost om hen beter bij te kunnen staan. Bij de gemeente werken veel mensen die iets willen doen voor kwetsbare groepen in de samenleving, dat is toch mooi?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *