Achter de façade van Beiroet

Tekst & beeld // Anouk Suntjens

‘Wat een dag. En wat veel indrukken. Beiroet, een stad die mijn hart nu al heeft gestolen met al zijn verborgen straatjes, koffietentjes, kerken en moskeeën. De enorme contrasten, de ruwe zee, de gastvrijheid, de superdiversiteit en de levendige sfeer. Maar ook een stad die in het donker soms vreemd en gespannen aanvoelt. Waar ik me af en toe besef dat ik twee uur van Damascus, Syrië vandaan ben. Een stad waar ik mij besef dat iedereen een verhaal met zich meedraagt. Een stad waar de UN-helikopters beelden van oorlog en bombardementen bij mij oproepen, wanneer zij dagelijks overvliegen. Een stad met overal hijskranen, bouwputten en gebouwen in stijgers. Een stad met zoveel nieuwe leegstaande gebouwen. Als ik enkel naar de gebouwen om mij heen kijk kan ik me haast niet voorstellen dat de burgeroorlog hier nog geen dertig jaar geleden plaatsvond. Op veel plekken in de stad lijken nergens meer sporen van deze tijd te zien. Of kijk ik eroverheen, herken ik het niet?’

Dit is een fragment uit mijn dagboek op de derde dag van mijn verblijf in Beiroet, Libanon. Wanneer ik deze tekst nu lees, een maand later, blijven de lege gebouwen vragen bij mij oproepen.

‘Stop Solidere’

Beiroet staat vol met grote, nieuwe gebouwen die leegstaan. ‘Appartment for sale’ of ‘space for rent’ staat er in grote posters op. Het geluid van boren en getimmer gaat 24 uur per dag door. Ook op de weg naar het kustplaatsje Saida ten zuiden van Beiroet staat het overgrote deel van alle gebouwen langs de kustlijn leeg. Een schrijnend beeld, wetende dat er een enorm huizentekort is in Beiroet en dat het voor veel mensen lastig is om een huis te vinden. Aan mijn nieuwe Libanese vrienden vraag ik ernaar. Al gauw wordt er gesproken over de enorme reconstructie van de stad na de burgeroorlog, over het nieuwe Downtown, die ‘Solidere’ wordt genoemd. Deze naam komt me bekend voor. Later herinner ik me dat ik een groot spandoek met de tekst ‘STOP Solidere’ heb gezien op één van de gebouwen aan de boulevard van Beiroet. Iets waarvan ik nu pas begin te begrijpen wat het betekent, welke impact dit op de mensen heeft en welke mechanismen erachter zitten.

Op een zonnige zaterdag ontmoet ik de Libanese Mustafa. Een betrokken en activistische jongen, oorspronkelijk uit het zuiden van Libanon. Hij leidt me rond in Beiroet en vertelt over zijn herinneringen aan de burgeroorlog. Volgens hem is er na de oorlog nooit gerechtigheid en verzoening geweest. De burgeroorlog wordt in geen enkel geschiedenisboek genoemd. ‘It is a black hole in history, it is not mentioned at all’, zegt hij. Hij vertelt over de enorme veranderingen die Beiroet heeft ondergaan in het proces van reconstructie na de oorlog. Tijdens onze rondleiding lopen we langs het Insula-gebouw. Voor hem een plek waar de reconstructie pijnlijk aan het licht komt. Ik kijk naar een torenhoog gebouw, dertien verdiepingen met luxe appartementen en balkons. Mustafa vertelt dat het gebouw compleet leeg staat. De huurprijs voor een appartement is 5000 dollar per maand. Het minimumloon in Libanon ligt rond de 450 dollar per maand en een gemiddelde bankier verdient 800 tot 1000 dollar per maand. Kortom, een appartement in het Insula-gebouw is voor het overgrote deel van de Libanezen onbetaalbaar. Met de komst van dit soort gebouwen wordt de lagere- en middenklasse uit de stad geschopt, zegt Mustafa. De privatisering van de reconstructie van de stad (onder leiding van het bedrijf Solidere) is volgens Mustafa één van de grootste problemen van de stad. We vervolgen de tour naar de eerdergenoemde Downtown. Mustafa waarschuwt ons van te voren dat hij hier zelf niet graag komt.

Mijn eerste keer in Downtown voelt alsof ik in een andere wereld loop, een soort depressieve filmset van Hollywood. De straten zijn helemaal leeg en schoon, in tegenstelling tot mijn eigen buurt genaamd ‘Mar Mkhayel’, waar het krioelt van de mensen en overal afval ligt. Op elke hoek van de straat staat een jongeman met stoffer en blik de laatste vuiltjes op te ruimen. De buurt staat vol met enorme appartementen en penthouses, een winkelcentrum vol haute couture-merken zoals Gucci en Prada, een enorme bioscoop en meerdere vijfsterrenhotels. Hoe langer ik er rondloop, hoe meer vragen er in mijn hoofd opkomen. In een land waar het armoedepercentage in bepaalde gebieden hoger is dan 60% en basisvoorzieningen voor veel mensen schaars zijn, doet het pijn om te zien dat er zoveel biljoenen dollars gestoken worden in de heropbouw van een Downtown waar bijna geen enkele doorsnee Libanees gebruik van kan maken. Downtown huisvest enkel rijke Arabieren uit golfstaten die een aantal weken per jaar in hun opgekochte woning verblijven. Het is alsof ik me in een stad van de toekomst bevind. Een stad die de staat van Libanon graag aan de rest van de wereld presenteert, maar die op geen enkele manier met de realiteit van de meeste mensen in Libanon correspondeert.

Een nieuw collectief geheugen

In de loop van de weken begin ik te snappen dat de reconstructie en de stedelijke vernieuwing in Beiroet in verband staat met de manier waarop de staat omgaat met het trauma van de burgeroorlog. In het vredesakkoord van Taif in 1989 is besloten dat de slachtoffers niet worden genoemd, en de daders niet vervolgd. Zo is er nooit nagedacht over een manier om om te gaan met de wonden die de oorlog achter heeft gelaten bij de bevolking. Op deze manier is de Libanese staat een weg ingeslagen waarbij de nadruk lag op het vergeten in plaats van het zoeken naar waarheid, gerechtigheid en verzoening. Solidere’s reconstructie van het stadscentrum werd de materialistische vorm van de ideologie van vergetelheid van de politieke elite.

 In 1994 werd het private bedrijf ‘Solidere’ opgericht onder leiding van de toenmalige Libanese premier Rafik Hariri. Hiermee opereerde Solidere als een hybride tussen een private en publieke organisatie. Solidere presenteert zichzelf als een bedrijf dat zich inzet om centraal Beiroet te helpen herstellen van zijn ellende, door een conflictvrije zone te creëren die symbool staat voor een moderne en welvarende stad. Solidere kreeg speciale bevoegdheden en regelgevende autoriteiten, waardoor het in een korte tijd het gehele stadscentrum beheerde. Alle panden die oorspronkelijk van 120.000 verschillende eigenaren waren, werden overgedragen aan Solidere. In de eerste fase van de reconstructie werd de traditionele soek (de lokale markt) vervangen door een winkelcentrum ter waarde van 300 miljoen dollar. Langs de kust werden grote appartementencomplexen, exclusieve jachtclubs, nachtclubs en restaurants gebouwd. De gentrificatie van het stadscentrum door Solidere heeft niet alleen de fysieke infrastructuur hersteld, het is een poging om het verleden van Libanon opnieuw te interpreteren en om een nieuw collectief geheugen te creëren voor de natie. Deze poging was tweeledig. Extern was het de bedoeling om een beeld te creëren van het stadscentrum als wereldstad, om de reputatie van Beiroet als financieel centrum van het Midden-Oosten te herstellen. Intern moest de succesvolle wederopbouw van het stadscentrum een symbool zijn van het gevoel van de natie in Libanon. Wat er gebeurt bij deze wederopbouw is dat de publieke ruimte totaal is gestript van bestaande codes en referentiepunten naar zowel het verleden als het heden. De wederopbouw van het centrum van Beiroet vertegenwoordigt een verlangen naar collectief geheugenverlies, waarbij herinneringen aan het conflict worden weggevaagd.

Op zoek naar een tastbaar verleden

Toch, als je goed kijkt, zie je nog steeds gebouwen die herinneringen aan de oorlog zichtbaar maken. Gebouwen die zijn ontsnapt aan de hegemonische controle van Solidere’s reconstructieproces. Het meest opvallende gebouw is Beiroets Holiday Inn-hotel, dat helemaal leegstaat en vol met kogelgaten zit. Het Holiday Inn-hotel staat tussen talloze nieuwe hoge flats als een soort monument tussen alle ultraluxe woningen in het nieuwe Downtown. Het contrast kan haast niet groter.

Zo’n zelfde plek is het oude treinstation in Mar Mkhayel, om de hoek bij mijn huis. Het treinstation is verwoest tijdens de gevechten in de burgeroorlog en het treinnetwerk in Libanon is nooit weder opgebouwd. Met mijn fotocamera in mijn handen ga ik op zoek naar het treinstation. Bij de ingang van het terrein word ik meerdere malen weggestuurd, omdat er geen treinstation zou zijn. Ik merk dat er veel wantrouwende blikken op mijn camera gericht worden. Na flink overleg tussen drie mannen vertellen ze mij dat ik het mag zien, op de voorwaarde dat ik geen foto’s maak en dat er iemand meeloopt. Een oude man komt uit het gebouw en loopt met mij mee. Eenmaal uit het zicht van de andere mannen gebaart hij dat ik een foto mag maken. Hij gebaart met zijn vinger voor zijn mond dat ik het voorzichtig moet doen en niet door mag vertellen. Hij maakt de geluiden van een explosie en gebaart dat het hele treinstation weggevaagd is. Ook zegt hij dat de treinen vroeger naar Tripoli en Tyrus reden. ‘Sukran gtier’ zeg ik, wat heel erg bedankt betekent. Hij lijkt blij te zijn om het met mij te delen. Eenmaal buiten dringt het langzaam tot mij door. Het station laat duidelijk zien waar de prioriteiten van de overheid liggen: er zijn miljoenen dollars in de gentrificatie van Downtown-Beiroet gepompt, terwijl Libanon tot op de dag van vandaag geen basisinfrastructuur voor publiek transport heeft.


Een ander voorbeeld is het Barakat-gebouw, onder de lokale bevolking ook wel bekend als ‘het gele huis’. Het huis staat precies op de bekende green line die in de burgeroorlog de grens vormde tussen het christelijke en islamitische gedeelte van Beiroet. Hiermee had het een strategische functie in de burgeroorlog. Ik loop de straat in en het gebouw is van veraf al niet te missen. Tussen allerlei hoge glinsterende flats staat een oud gebouw vol met kogelgaten. Het gebouw zou na de burgeroorlog in 1990 neergehaald worden, waarna er nieuwe luxe appartementen voor in de plaats zouden komen. Na een lang gevecht voor het behoud van het gebouw, lukte het activisten om het Barakat-gebouw te bemachtigen en het te openen voor publiek als de Museum of Memory for the City, genaamd ‘Beit Beirut’.

Beiroet verloor dus niet alleen duizenden gebouwen aan de burgeroorlog maar ook nog eens aan de complete stadsvernieuwing die Solidere daarna in opdracht van toenmalig president Rafik Hariri als een wals over de stad uitrolde. De stad is na de burgeroorlog totaal opnieuw ingericht. Veel gebouwen die gespaard konden blijven zijn gesloopt. Een compleet nieuw, bijna surrealistisch Downtown is er voor in de plaats gekomen. Het centrum is hiermee op een bepaalde manier beroofd van zijn geschiedenis doordat de stedelijke constructie de openbare ruimte reinigt van zijn geschiedenis.

Achter het grote spandoek met ‘STOP Solidere’ aan de Boulevard van Beiroet blijkt dus een groot en complex verhaal te zitten. Een verhaal met een grote impact op het leven van veel mensen in Beiroet. Tot op de dag van vandaag zetten veel activisten zich in voor het behoud van oude gebouwen om het collectief geheugen aan de burgeroorlog in leven te houden. Ze gaan de strijd aan om de plekken waar hun verhalen en herinneringen in zitten te behouden. Deze plekken maken het verleden toegankelijk en creëren ruimte voor herdenking en verwerking. Het verdiepen in de achtergrond en de gesprekken met mensen hebben me doen beseffen dat deze plekken juist daarom zo belangrijk zijn. Want achter de façade van Beiroet heeft elk stukje steen zijn eigen geschiedenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *