Alumnus aan het woord: Titia Heijman

Na een carrière in de verpleging bij Artsen zonder Grenzen en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kwam Titia Heijman terecht in de soa-kliniek van de GGD in Amsterdam en besloot haar interesse voor mensen achterna te gaan. Naast haar werk bij de GGD, studeerde ze af in de medische antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Nu houdt ze zich als antropoloog bezig met de vervelende kant van seks: soa’s.

Tekst /// Nikki Verhoeven

Beeld /// Lotje van den Dungen

Waar de interesse voor mensen en andere culturen vandaan komt is voor Heijman geen moeilijke vraag. ‘Ik heb dat echt met de paplepel ingegoten gekregen. Mijn ouders waren reislustige mensen. Zo trok ik vroeger, in een tijd waar dat minder vanzelfsprekend was dan tegenwoordig, met mijn ouders in een klein autootje Europa door.’  Toch was antropologie studeren niet haar eerste keuze. Heijman wilde medicijnen studeren, maar toen ze vier jaar achtereen werd uitgeloot, besloot ze de gezondheidszorg in te gaan om op deze manier haar interesse in mensen achterna te gaan. In Antwerpen studeerde ze een halfjaar tropische geneeskunde en vervolgens trok ze voor Artsen zonder Grenzen naar Nicaragua en Ethiopië.

Terug in Nederland wilde Heijman werken in een non-profit organisatie. Ze kwam terecht bij de soa-poli van de GGD en besloot hiernaast antropologie te gaan studeren: ‘Als verpleegkundige ben je beperkt in je mogelijkheden en ik wilde verder in deze sector. Pas na een academische studie kun je gemakkelijker op andere posities terecht komen. Ik wilde iets doen in het beleid van wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksstrategie.’

Tussen twee werelden

‘De keuze voor medische antropologie was enerzijds pragmatisch: ik hield antropologie binnen mijn vakgebied’, verklaart Heijman. ‘Anderzijds vanuit interesse in de beleving en het gedrag rond ziekte en gezondheid. Het gebied van infectieziekten vond ik helemaal interessant, omdat je dan te maken hebt met gedrag en overdracht van een ziekte van de ene op de andere persoon. Door mijn ervaringen met gedrag van mensen in situaties van oorlog in het buitenland, heb ik ook een meer politieke antropologie overwogen, maar de ziekte- en gezondheidszorgkant interesseerde mij toch meer dan machts- en krachtsverhoudingen.’

De overgang van verpleegkundige naar de studie antropologie vond Heijman niet zo groot. ‘De overgang van een vak waarbij ik structureel protocollair werk verrichtte als verpleegkundige naar wetenschappelijk onderzoek doen was veel groter’, vertelt Heijman. ‘Hulpverlener zijn is leuk, maar onderzoeker ook. Ik vind het een luxe dat ik als antropoloog ongegeneerd nieuwsgierig mag zijn naar wat mensen beweegt. Ik denk dat ik al een antropologische blik had door ervaringen in de gezondheidszorg en het buitenland. Door je studie antropologie krijg je meer houvast om de dingen die je ziet te kunnen plaatsen in theoretische kaders.’ Haar achtergrond in de gezondheidszorg brengt haar nu veel voordeel: ‘Ik ken de processen tussen hulpverlener en cliënt en sta tussen twee werelden: de klinische en de onderzoekswereld. Vanuit beide ervaringen kijk ik hoe de processen in de polikliniek kunnen verbeteren. Door mijn ervaring als verpleegster sta ik dicht bij de mensen bij wie ik de gezondheidszorg wil brengen. Je ziet voor wie je het doet en staat met je voeten in de modder. Dat is prettig. Als antropoloog hoef je niet naar het buitenland te gaan: alle verschillen die je in het buitenland hebt, bestaan hier ook.’

In haar huidige werk merkt Heijman dat kwalitatief onderzoek nog steeds erg onderschat wordt. ‘Er is steeds meer waardering voor kwalitatief onderzoek, maar de benodigde vaardigheden worden onderschat. Niet iedereen kan interviewen en goed kwalitatief onderzoek kun je er niet even bij doen. Mensen onderschatten de tijd die het inneemt, en tijd is geld in de wetenschappelijke wereld.’ Hier ziet Heijman een rol voor zichzelf. ‘We kunnen nog veel verbeteren. Daarom oefen ik door middel van rollenspellen waarin ik mensen mij laat interviewen.’

Antropoloog van de seks

Heijman doet nu onderzoek naar seks. ‘Sommige mensen zijn kwetsbaar in een seksuele relatie en anderen niet. Je hebt te maken met verschillende gedragingen, dat is waanzinnig interessant’, vertelt ze me met een passievolle glimlach op haar gezicht. ‘Seks is altijd al een onderwerp geweest waarvoor veel wetenschappers zich interesseerden. En niet alleen wetenschappers: mensen als politici, onderzoekers, studenten en beleidsmaker willen maar al te graag meelopen op de soa-poli.’

Als antropoloog bij de soa-poli kijk je naar hoe een beleid al dan niet aansluit op een doelgroep. Dat betekent volgens Heijman niet dat je slechts je doelgroep moet bestuderen. Je moet soms ook juist naar verbeterpunten binnen een organisatie kijken. ‘Als mensen zich niet laten inenten bijvoorbeeld, kun je die groep, maar ook de drempels bij de hulpverlening onderzoeken. Je kijkt hoe het beleid beter kan aansluiten op de doelgroep. Gelukkig gaat er veel goed op het gebied van seks, maar er kan helaas ook veel misgaan. Het is goed als er dan een programma is dat mensen opvangt.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *