Thuis in Telliskivi

In de kunstzinnige wijk Telliskivi in Tallinn vertelt kunstenaar Markus Puskar over de rol van kunst bij het oppakken van een nieuwe, kapitalistisch gekenmerkte tijdsgeest. Alhoewel de meningen over het inzetten van kunst binnen een kapitalistisch frame uiteenlopen, valt het sprankelende Telliskivi niet te negeren. De wijk wenkt iedereen die zich wenst te vergapen op de kunstvorm die street art heet.

Tekst & Beeld // Simone Hanrath

Telliskivi is het voormalige militaire industrieterrein van Tallinn. De wijk is in de afgelopen jaren flink opgeknapt, en waarborgt een aantal stijlvol ingerichte loodsen die dienst doen als restaurants of winkels. De panden die zijn omgetoverd tot restaurant zijn omringd door kluitjes pingpong tafels en beschikken over verantwoorde menukaarten met elegant gekleurde letterpatronen die aangeven of iets ‘G’ (‘glutenvrij’), ‘L’ (lactosevrij), ‘V’ (vegan) of ‘N’ (noot-vrij) is. De wijk is goed verzorgd en voldoet zowel in uiterlijk als recreatieve mogelijkheden aan de huidige westerse trends. Voorbeelden zijn onder andere de vanzelfsprekend aandoende aanwezigheid van Engelstalige slogans en menukaarten, alsmede de promotie van veganistische gerechten, tweedehands kleding en sport. De vraag die buiten deze  trendy markers om overeind blijft staan is hoe het imago van de wijk zich verhoudt tot de rest van de stad. Is de sfeer van de wijk in overeenstemming met de realiteit van het hedendaagse Tallinn of is Telliskivi het zoveelste voorbeeld van gentrificatie: een winstgevend eiland voor een elite met geld?

Kunst en kapitalisme?

Iemand die zich bij uitstek bezig houdt met het onderhouden van het imago van Telliskivi, is kunstenaar Markus Puskar. Op een zonnige avond in Tallinn inspecteert de in de Verenigde Staten opgegroeide artiest zijn werk kritisch. De schildering die schittert in het avondlicht vertegenwoordigd in roze, kronkelende, abstracte uitgewerkte lijnen de lucht of de zee, en wordt die avond door Puskar in het leven geroepen aan de achterkant van een container. Nog geen maand eerder werd Puskar, na een door hemzelf geïnitieerde ‘outreach’, door een van de eigenaren binnen Telliskivi binnengehaald om zijn talent tentoon te stellen aan de bezoekers van de wijk. Het aannemen van Puskar hing hierbij af van de eigenaar van de container, en verliep onafhankelijk van het stadsbestuur. Puskar legt uit dat Telliskivi, inclusief haar kunst is geprivatiseerd.  Alle kunstwerken zijn met toestemming of op aanvraag gemaakt, hetgeen de bewonderaar zich af doet vragen of de tentoongestelde kunst in dienst staat van (het plezieren van) het publiek en het zegevieren van artistieke kritiek en/of vrijheid of dat de tentoongestelde kunst is besteld met het oog op het trekken van klandizie?

Markus zelf is positief. Hij ziet potentie in het kunstzinnig bewerken van de oude grauwe gebouwen. Hij benadrukt het feit dat hij niet is gevraagd om te schilderen op bestelling, maar eerder is toegestaan om te schilderen, en zich te uiten. Volgens Puskar zijn de Esten, met oog op de gecensureerde Sovjetgeschiedenis, al te lang het plezier en het recht van artistieke vrijheid ontzegd. Telliskivi, vindt Puskar, biedt juist de mogelijkheid om deze ontzegging eindelijk tot zijn recht te laten komen. Op de vraag of de inrichting van Telliskivi alsmede de tentoongestelde kunst dan niet door een te kleine, non-representatieve groep wordt bepaald, antwoord Puskar dat hij erop vertrouwd dat juist de eigenaren van Telliskivi de personen zijn die in staat zijn om de wijk op een persoonlijke, efficiënte manier in te richten, met aandacht voor de Sovjetgeschiedenis.

Kunst en de overgang

Niet iedereen is het met die visie eens. In zijn werk behandelt antropoloog Francisco Martinez de incorporatie van geschiedkundig belangrijke post-Sovjet plekken in Oost-Europa, waaronder Telliskivi. Volgens Martinez hoeft de overname van een ‘kapitalistisch frame’ wat uitgaat van het principe van progressie door verkoop, niet automatisch tot voorspoed te leiden zoals vooral vlak na de val van de Sovjet-Unie, in de jaren negentig, maar ook anno 2018 nog wordt gedacht. Martinez suggereert dat de opmaak van plekken als Telliskivi vaak getuigd van klakkeloos overgenomen grillen die worden gedicteerd door de markt. Hij waarschuwt voor het ontstaan van een kloof tussen de eigenlijke culturele context van een land en het nieuw opgelegde culturele model. In het geval van Telliskivi zou het gaan om een context waarin de oudere generatie zich meer kan vinden in een vertrouwd communistisch recept dan in een snel veranderend kapitalistisch model. Wijken als Telliskivi kunnen daarmee dus ook gezien worden als het product van een opgelegde succesformule of de belichaming van contextloze commercialisering. Hetgeen volgens Martinez leidt tot het vergroten van de kloof tussen verleden en toekomst.

Kunst met beleid

Dekt de visie van een ongebreideld kapitalistische mal dan de realiteit waar Markus Puskar onderdeel van uit hoopt te maken? Of is er simpelweg een nieuwe tijd aangebroken met een model wat bij uitstek de potentie herbergt om kritische kunst te laten floreren? Als er iets is wat de verhalen van Puskar en Martinez duidelijk maken, dan is het, dat representatieve progressie gebaat is bij een bemiddelende kracht die verantwoordelijk is voor de onderhandeling tussen het verleden en de toekomst. Feit is dat er een kleine groep is die over de inrichting van Telliskivi beslist. De maak van de cruciale nuance in het beeld ligt daarom ook bij deze mensen. ‘Bij het nadenken over representatie en progressie zouden deze personen zich dusdanig verbonden weten met Tallinn en Telliskivi, en hierdoor in staat zijn om naar alle bezoekers en bewoners een vertaalslag te maken tussen de veranderende tijd.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *