TÊTE À TET /// De luie jaren (des onderscheids)

Peer van Tetterode –

Wie de film ‘The Shawshank Redemption’ heeft gezien kent vast en zeker de scène waarin de gevangen Andy Dufresne (Tim Robbins) tegen zijn vriend Red (Morgan Freeman) zegt: “basically lives about one thing really, get busy living or get busy dying”. Wat ik in deze column ga doen heb ik altijd geschaard onder de laatste categorie. Terugblikken is bij mij altijd nogal een taboe geweest. Als je terugblikt ga je toch langzaam een beetje dood vanbinnen, dacht ik altijd. Ik zal je iets vertellen over het schrijverschap – a.k.a. mijn  schrijverschap – voor zover ik daar überhaupt iets van af weet.  Te weinig denken schrijvers, antropologen, of journalisten aan hun drijfveren om te schrijven, zo komt het op mij over. Wat doe je? Waarom doe je dit? Hoe is die Sturm und Drang gevoed achter je pen, tikmachine of computer. Wat zet je aan om strak aan de koffie te blijven zitten waar je zit? Handen op commando voortbewegend op het ritme in je kop. Je had iets kunnen gaan doen met sport, dieren, mensen, aerodynamica of tango op dit moment, toch zit je hier lettertjes te spuwen.

Ik ben begonnen met schrijven op mijn zesde levensjaar. Destijds kon ik al wel lettertjes achter elkaar zetten en woorden fabriceren, maar schrijven deed ik niet. Dit is eigenlijk al de crux, schrijven doe je niet met je oren en je pen. Schrijven doe je met je frontale kwabben, die fantasiemachines die constant aan het sjoemelen zijn met je beleving. Ook al schrijf je non-fictie of bedrijf je wetenschap, verbeeldingskracht is de enige manier om je los te rukken van de directe beleving en over te gaan in enige vorm van analyse. Kortom, ik kreeg op de basisschool vanaf groep 3 schrijfles, maar dat was reproductie. Het schrijfproces kwam op gang toen ik me thuis zat te vervelen. Van mijn moeder kreeg ik een gebonden boekje, gekocht in een Chinese winkel op de Zeedijk. In de binnenkant van de kaft stonden Chinese pauwen en vissen te lonken naar het lege belijnde papier dat het hart vormde. Dankbaar schreef ik daar mijn eerste schrijfsels op. Ik noemde het boekje, ‘het Rare Woordenboekje’ en door de tijd heen begon het termen van allerlei pluimage her te bergen. Zo was er de ‘strandpatser’,  de eigenaar van een strandtent die altijd opschepte over hoe goed zijn tent liep, veelvoorkomend aan de Hollandse kust. Ook de ‘winkelwagenhippie’, een man met lang haar, altijd zingend, die al zijn bezittingen in een winkelwagen meerolde, bleef niet in het luchtledige vertoeven.

image001Door de jaren heen voelde het schrijven van onzinnige grollen steeds vertrouwder aan. Ik tekende comicstripjes met ‘Herman de Sloper’ als hoofdpersonage (de man die als hij alles kapot sloeg, het vervolgens netjes opruimde en zich blozend excuseerde). Later schreef ik een boekje en verkocht het aan mijn medescholieren en andere belangstellenden.  Raps en liedjes voerden de doorstroom. Op een gegeven moment waagde ik me zelfs aan de toneelschrijverij en schiep een toneelstuk waar ik zelf de hoofdrol in speelde, anders was het natuurlijk helemaal mis gelopen. In mijn ervaring is dat een belangrijk iets: je schrijven is het meest belonend als het een tweede leven krijgt, als de verhalen worden geherinterpreteerd door de schouwer, anders doe je het voor de kat z’n …

In de dissertatie ‘Why Things Matter to Writing: A Material Perspective on Literacy and Selfhood’ zet antropoloog Cydney Alexis uiteen dat de rituelen rondom de beleving van objecten, heel belangrijk zijn voor het schrijfproces. Hij heeft bij 27 mensen life-history-interviews afgenomen om het proces van ding naar geschrift te duiden. Dit proces krijgt als het ware handen en voeten door de beleving van de spullen. Van kladboek naar dagboek, van computer naar blog. De verbeelding om te schrijven bestaat alleen in relatie tot de objecten. Het krijgen van het Chinese boekje bij mij wellicht gezien worden als de gebeurtenis in mijn leven die mij aanzette om na te gaan denken wat ik er allemaal mee kon.

De laatste jaren echter ben ik lui van aard. Juist deze jaren, de zogenaamde ‘jaren des onderscheids’ En steeds vaker, als ik me kapot werk om toch nog even die deadline te halen vraag ik me weer af waarom ik het doe. Waar is de creativiteit en de rust? Waar is de panache? Hoe kan ik mijn fantasiemachines weer triggeren en het schrijven weer leuk maken? Door een typmachine te kopen (zoals ik gedaan heb)?

Dan denk ik aan een quote van William James, vaak aangehaald door Clifford Geertz: “Man can adapt himself somehow to anything, his imagination can cope with; but he cannot deal with chaos”.

Dat is waarom ik schrijf,  om structuur aan te brengen aan mijn gedachten. Simpelweg omdat ik het verdom om ten onder te gaan in de chaos van alledag,

Schrijvers aller landen verenigt u. (Nee grapje.) Nee maar serieus denk eens aan de achterliggende reden dat die lettertjes, jullie lettertjes daar zo staan.

 

 

Eén gedachte over “TÊTE À TET /// De luie jaren (des onderscheids)

  • 2 februari 2015 om 20:46
    Permalink

    Ha Peer. Dit heb je weer prachtig geschreven. Wanneer komt jouw 1e boek uit ?

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *