Op de bank met Yvonne Zonderop: Geloven in geloof

Tekst /// Anne-Goaitske Breteler

Beeld /// Lotje van den Dungen

Yvonne Zonderop is geboren in het brandpunt van de verzuiling en nu werkzaam als journalist in een seculiere samenleving. Ze schrijft voor de Groene Amsterdammer over “de goddeloze samenleving”. Als journalist kijkt Zonderop vooral naar de terugkeer van religie in het publieke domein. Als mens staat Zonderop voor de vraag wat de individuele beleving van geloven kan inhouden. Ik praat met Yvonne Zonderop over zowel het individuele- als het collectieve aspect van geloven anno nu.

 

Een aantal jaren terug riep ik: ‘Ik ga nog liever met een jongen die rookt, dan dat hij christelijk is’. Deze deels provocatieve, deels atheïstische uitspraak maakt mij tot een typisch kind van mijn tijd, of niet? 

‘Het interessante hieraan is het taboe dat in deze uitspraak naar voren komt. Het taboe van onze diepe christelijke wortels die niet alleen jij, maar een groot deel van de Lage Landen met jou, het liefste wil ontkennen. Het idee dat de restanten van het geloof binnen vijftig jaar – de periode sinds de verzuiling aanving – zijn opgeruimd, strookt niet met de werkelijkheid. Geloven in een goddeloze samenleving blijkt een contradictio in terminis. De huidige Nederlandse samenleving is namelijk nog altijd doordrenkt van christelijke normen en waarden.’

Geloven in een goddeloze samenleving blijkt een contradictio in terminis

Hoe kan het dan, wanneer de normen en waarden nog altijd een rol spelen in de huidige samenleving, dat het idee van een christelijke religie voor veel mensen in Nederland zo snel is afgezwakt? 

‘Tijdens de verzuiling werd je geboren in een afgebakende groep, je doen en laten werd bepaald door de conventies van die groep en dat was goed zo. Het overtuigd gelovige zijn en daarmee het innerlijk beleven van geloven, stond minder op de voorgrond. Veel twijfels waren er niet, omdat er bijna geen mogelijkheid was voor twijfel. In de seculiere samenleving van nu wordt er nog altijd heftig geageerd tegen deze vaststaande regels, maar om daarmee het hele geloof als zodanig te verwerpen is te kort door de bocht. Waarschijnlijk is het idee van totale verwerping van religie een kwaal die voortvloeit uit de ontzuiling die razendsnel heeft plaatsgevonden. Het geloven in een geloof is een taboe geworden dat zich in de laatste vijftig jaar heeft geworteld in de Nederlandse samenleving. Hoog tijd dat dit pijnpunt eens bij de lurven wordt gegrepen.’

Het lijkt alsof vele populaire televisieprogramma’s, die vooral binnen de hogere Nederlandse kringen bekeken worden, een sluier van atheïsme over zich dragen. Het geloven in niets, is beter dan het geloven in iets. Heeft dit te maken met de leegte die secularisatie achterlaat en die noodzakelijkerwijs opgevuld moet worden? 

‘Je ziet dat geloof terug komt in de maatschappelijke discussie, maar op een andere manier. Dat heeft onder meer te maken met de opkomst van de islam in Nederland. Er ontstaat een conservatief aangedreven tegenbeweging, die niet religieus is maar zich toch beroept op de joods-christelijke traditie. De existentiële vragen blijven toch bestaan, ondanks de secularisatie. Elders wordt naar antwoorden, troost, hoop en erkenning gezocht. Er is een hang naar het terugvinden van “roots” en een hang naar een ander narratief. Verhalen worden op allerlei fronten in de huidige samenleving geboden aan de mens; binnen de technologie, de politiek of het vooruitgangsdenken bijvoorbeeld.’

Het is mij opgevallen dat religieuze mensen vaker twijfelen dan niet-gelovigen

Gerard Reve schreef ooit: ‘Eigenlijk geloof ik niets, en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. Reve was overtuigd katholiek, maar hij kampte met twijfels over zijn geloof. Die twijfel strookt in mijn idee niet met het christelijk geloof, daar waar juist zekerheid geboden wordt. Zou het kunnen dat ‘ons’ beeld van religie slechts toegespitst is op het collectief en daardoor niet meer kijkt naar de individuele vorming?

‘Het is mij opgevallen dat religieuze mensen vaker twijfelen dan niet-gelovigen. Dat had ik niet verwacht. Dat heeft misschien te maken met de manier waarop religie vaak wordt belicht: een set regels in plaats van een persoonlijke transcendente ervaring. Je zou een verschil kunnen maken tussen religie en geloven. Religie brengt een handelingsperspectief met zich mee, het draagt normen en waarden uit. Geloven gaat vooral om de binnenkant, het innerlijke effect van religie op een individu.’

In een gepubliceerde briefwisseling tussen jou en Stephan Sanders (columnist Vrij Nederland, red.)  geef je aan bezig te zijn met het onderzoeken van je eigen geloofsstatus. Ik las dat je kampt met vragen die invulling geven aan het wel of niet christelijk zijn. Waarom is het zo belangrijk voor jou om te definiëren waarom en wát je gelooft?

‘Ik ben hierover gaan nadenken in het kader van mijn interviewreeks in de Groene Amsterdammer over religie in het publieke domein. Ik vond het taboe interessant dat op geloven rust en wilde dat ook bij mijzelf onderzoeken. Een psychiater vertelde mij dat het in de menselijke natuur zit om op deze leeftijd meer na te denken over godsdienst. Ik zoek niet zozeer troost in geloof. Maar ik kan wel begrijpen dat mensen vrede kunnen ontlenen aan een “heelheid” die het immer menselijk falen en het eeuwige menselijke tekort oplost. Ik ben niet kerkelijk en ik denk niet dat ik dat snel ga worden. Maar het christendom zit wel in mij. Verhalen uit de Bijbel over Mozes die nooit het beloofde land bereikte of over Jezus die als een antiheld stierf aan het kruis, ontroeren mij toch.’

 Kijk, dat vind ik – als twintiger met soms atheïstische gedachtegangen – dan toch wel geloofwaardig. 

Anne-Goaitske Breteler

"Het narcisme van het kleine verschil." - Freud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *