Ode aan de paarse pruiken

Anne-Goaitske Breteler –

Afgelopen zondag vierde mijn liefste moedertje haar verjaardag. Een dag vol visite en vragen over mijn studie en het leven in de hoofdstad. Een goede vriend van mijn ouders, een psychiater uit Veenwouden, is altijd sceptisch over mijn studiekeuze geweest. Het afgelopen jaar hebben menige discussies over dit heikel punt de revue gepasseerd. Het geitenwollensokken-imago van culturele antropologie staat in groot contrast met de ‘exacte’ kennis van de geneeskunde.

Er wordt mij vooral gevraagd naar mijn toekomstperspectief, waarbij een studie als antropologie eerder ballast is dan kans op succes. Ik leg uit dat ik deze studie heb gekozen, om juist mijn toekomst niet te hoeven invullen. Hoe kan ik nu al een loopbaan voor mezelf uitstippelen, terwijl ik net om de hoek kom kijken. Helaas is de universiteit hier niet op ingericht, krijg ik te horen. Dit kan ik alleen maar beamen.

11039763_721868041263928_1726600747_nWe krijgen het over de protesten rondom de UvA. Ook zo’n geitenwollensokken-ding. Ik krijg als advies dat ik me niet moet conformeren aan de wannabe hippies met paarse haren en dreadlocks. Ik vertel dat ik het goed vind dat er getracht wordt de mentaliteit van de academische gemeenschap te veranderen. Hoe kan het toch, vraag ik me af, dat nu op dit moment de protesten aan slaan? Dat er nu volop aandacht geëist en verkregen wordt voor de misstanden van de UvA?

De psychiater vertelt dat hij in de negentiger jaren ging studeren, omdat hij het belangrijk vond met de studie een goede baan te krijgen. Hij was ingesteld op rendement. Dit was een reactie op de zestiger-, zeventigerjaren waarbij er juist ge-YOLO ’t werd. In de tachtiger- en negentigerjaren veranderde de mindset van de studenten, een duidelijke carrière, een duidelijk doel. De universiteit ging hier langzaam in mee. Er werd meer en meer gelet op rendement. Cijfers, aantal geslaagden, rankings etc. Nu zijn we in een tijd beland, waar juist weer terug wordt gegaan naar het idee dat een universiteit een plaats voor ontwikkeling is. Het volgen van een universitaire studie als ‘vorming’ meer dan een indirecte weg naar een goede baan. In het NRC schrijft Bas Heijne afgelopen weekend over dit onderwerp als:

De afgelopen decennia is de taal waarmee we immateriële waarden uitdrukken, ernstig verschraald. De vertegenwoordigers die moeten opkomen voor die waarden hebben zich laten verleiden tot het spreken van managementtaal, de taal van meetbaarheid – dat gaf immers veel meer houvast dan het zoetsappige, zweverige taaltje van nieuwsgierigheid en creativiteit, van verheffing en wat zo waardevol en toch zo weerloos is…

In het gesprek met de psychiater wordt het me eens te meer duidelijk dat we in een overgangsfase zitten. Protesten tegen de privatisering in de zorg, in het onderwijs steken vaker de kop op. Misschien niet conformeren aan de dreadlocks die oh zo dansen op de psychedelische muziek in het Maagdenhuis, maar wel laten inspireren. Tijdens de hoorcolleges die we afgelopen week volgden, werd vaak opgeroepen om naar het Maagdenhuis te gaan, zodat we over twintig jaar kunnen zeggen “Ik was er bij!”.

 

 

Anne-Goaitske Breteler

"Het narcisme van het kleine verschil." - Freud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *