Later is nu

Phyllis Meyjes is onlangs afgestudeerd als antropologe. Maar ‘klaar’ is ze nog lang niet… Hoe ziet het leven na een master er eigenlijk uit? Phyllis neemt je tijdens haar regelmatige columns mee op haar zoektocht naar een carrière. Dit is haar eerste column.

Tekst /// Phyllis Meyjes
Beeld /// Flazingo

 

De zomer loopt tegen het einde. Eindelijk kan ik ook biertjes pakken op een terras, barbecueën in het park, mijn camera afstoffen en nieuwe projecten beginnen. Maar vooral kan ik mijn sociale leven weer oppakken. Na een periode die eindeloos leek te zijn, is het mij gelukt om mijn scriptie in te leveren. Ik ben klaar. Student af. De hele zomer heb ik door moeten werken en nu is het mijn beurt om te ontspannen. Heerlijk. Terwijl anderen begonnen met de eerste opdrachten van het jaar en het studentenleven oppakten kon ik eindelijk vakantieplannen maken. Terwijl ik alle tijd neem om vakantieadressen op te zoeken, betrap ik mij op een onbehagelijk gevoel. Een gevoel wat ik tijdens mijn hele studie voor mij uit geschoven heb: Ik heb geen flauw benul wat ik de komende maanden of jaren ga doen.

Ik heb geen flauw benul wat ik de komende maanden of jaren ga doen.

Zoals bij alle antropologiestudenten werd ik op verjaardagen door kritische tantes en ooms bevraagd over mijn studiekeuze. Met glazige ogen keken ze mij aan wanneer ik vol enthousiasme vertelde wat antropologie precies inhoudt. ‘Goh, interessant, maar wat is je toekomstperspectief?’ ‘Wat ga je daarna dan doen?’ kreeg ik meteen na mijn enthousiaste verhaal te horen. Op dat soort momenten vertelde ik dat als antropoloog er veel kanten zijn die je op kan gaan. Nadat ik een paar voorbeelden noemde, liet ik doorschemeren dat het iets is waar ik pas over na ga denken tegen de tijd dat ik ga afstuderen. Het probleem is dat ik deze vragen niet meer voor mij uit kan schuiven. Ik moet nu keuzes gaan maken, want het ‘later’ waar ik zo tegenop zag is aangebroken. En ik weet nog steeds niet wat ik wil.

Het ‘later’ is aangebroken

Tijdens mijn studie heb ik altijd vol bewondering gekeken naar vrienden of medestudenten die precies wisten wat ze met hun studie gingen doen. Een vriendin van mij die al haar essays over Japan schreef, een studiegenootje die al haar vakken zo invulde om na haar studie bij de recherche te kunnen gaan, en anderen die vanaf het eerste bachelorjaar alle journalistieke vakken volgden om toegelaten te worden op die felbegeerde journalistieke master. Vol bewondering hoorde ik de verhalen aan. Zo kan het blijkbaar ook. Dit waren mensen met een doel voor ogen. Ik zei gekscherend dat het mijn probleem was dat ik alles leuk of interessant vond. Ik koos vakken van onderwerpen of docenten die mij inspireerden en ik keek wat er op mijn pad terecht kwam. Ik was en ben niet bezig met het ongrijpbare begrip ‘later’, maar het knagende gevoel groeit naarmate het dichterbij komt. Ik weet nog steeds niet wat ik kan en wil gaan doen nadat mijn vakantie voorbij is.

De komende maanden, misschien wel jaren, ga ik op zoek naar een baan.

De komende maanden, misschien wel de komende jaren, ga ik op zoek naar een baan. Een baan waarvan ik hoop dat deze antropologisch is en bij mij past. En om te weten wat dat precies inhoudt zal ik op ontdekkingstocht gaan in de wereld van de werkende mens. In deze periode zal ik verslag doen van die zoektocht. Ik zal motiverende trainingen, inspirerende carrièredagen en bijzondere sollicitatiegesprekken beschrijven. Daarnaast zal ik verslag doen van de vele kopjes koffie die ik drink met andere net afgestudeerden. Dit alles om voor mijzelf en voor jou in kaart te brengen wat een antropoloog na zijn of haar studie zou kunnen gaan doen.

 

Heb jij al vastomlijnde ideeën over je carrièrepad? Laat het ons weten!

Lees ook Phyllis’ tweede column ‘Antropologen kunnen niet schrijven’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *