Kamervrees

Anne-Goaitske Breteler –

‘Ie moeten niet bange wezen
veur hoe de wind soms stiet
Angst is mar veur eben,
spiet is veur altied
Wees mar nie benauwd,
ie zien ja wel hoe ‘t giet
Angst is mar veur eben,
spiet is veur altied’

Zes uur precies. Ik word wakker gemaakt door het irritante geluid van mijn wekker. Ik vlieg uit mijn bed. Ik moet opschieten, want over een uur moet ik bij de bus zijn. Een halve wereldreis maak ik iedere maandag. Van het noorden van Friesland, naar het midden van Nederland. Vrijwillig wel te verstaan, want ik heb sinds drie maanden de mogelijkheid om in Amsterdam te blijven.

Wanneer ik in de bus naar Leeuwarden zit, is het moment aangebroken dat ik Friesland en mijn familie weer achter me laat. Ik begin me weer te focussen op de aankomende week. In deze gehele week is alles weer mijn eigen verantwoordelijkheid. Misschien dat ik daarom nog zo moeilijk Friesland kan loslaten. Een jaar geleden had ik nooit kunnen bedenken dat ik, op mijn achttiende nog wel, mijn eigen kamer in Amsterdam zou hebben. Dat ik überhaupt culturele antropologie zou gaan studeren.

De trein brengt mij tot Amsterdam centraal. Ik sleep mezelf en mijn koffer uit de trein. Ik snel me naar de oostzijde van het station. Daar staat mijn tram al op me te wachten. Op het moment dat ik in al mijn haast het station uitren, glijdt het gevoel van onrust van me af. De geur van de stad vult mijn longen. Weg is het Friese provinciemeisje.

De eerste week in mijn nieuwe kamer. Mijn ‘eigen kamer’ wel te verstaan. Ik draai de sleutel om in het slot. Een beklemmend gevoel bekruipt mij wanneer ik de deur open zwaai. Ik zie mijn eigen zooi. In de eerste weken van mijn studie heb ik geleerd over Mary Douglas. “Dirt is matter out of place”. Vies. Een andere geur, een ander huis, maar wel met mijn spullen. Ik drop de koffer in het midden van mijn kamer. M’n collegeblok prop ik in ondertussen in mijn rugzak, tsja multitasken.

Op een drafje verlaat ik het pand, op naar Roeterseiland. Mijn medestudenten en ik, laten ons slaafs op onze stoelen zakken. Drie uren werkcollege hebben we voor de boeg. Ik pak mijn agenda voor me en zie het verloop van de week letterlijk voor me. Een stofje in mijn hersens, net als bij een lekkere beat van een nieuw liedje, doet me beseffen waarom ik in Amsterdam ben. Een nieuwe studie, een nieuwe stad, een nieuwe structuur:

‘Angst is mar veur eben,
spiet is veur altied’

Anne-Goaitske Breteler

"Het narcisme van het kleine verschil." - Freud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *