Is it just a flesh wound?

Hartelijk dank voor de column in de laatste Cul van het jaar, Mattijs van de Port. Het is goed en tegelijkertijd ook vreemd om van een ‘stakeholder’ te lezen dat de visueel antropologische opleiding aan de UvA ‘alive and kicking’is!  Het DIA lijkt momenteel in ieder geval op de zwarte ridder uit Monty Python die in de strijd de benen en armen is verloren, maar vanaf de grond gewoon blijft roepen ‘It’s just a flesh wound!’

Voor wie schrijf ik dit eigenlijk? Gaat het uitmaken wat ik nog schrijf in respons op het UvA beleid en op de woorden van Mattijs Van de Port? Is het leed niet allang geschied? Toch doen? Of  gewoon laten! Toch doen!

Het DIA groeide in korte tijd uit van een initiatief tot een instituut. Van 3 naar 5 en vervolgens naar 7 volwaardige bachelor vakken. Het DIA legde verbindingen binnen en buiten de academie. Er werden programma’s ontwikkeld zoals MEdiaLAB voor Phd’s, samengewerkt met gymnasia, het ROC en International Development Studies. Het DIA was verder intensief betrokken bij het uitwisselingsprogramma van Zeytun, vormde de thuisbasis van Tijschrift Cul en de Bond van het Vossius, verzorgde masterclasses, ‘school’reisjes en sloeg een brug naar de professionele praktijk.

Het zoeken naar nieuwe academische verbindingen bleek moeilijk te realiseren. Van museologie, naar wis- en natuurkunde en van de VU naar de universiteiten van Leiden en Utrecht en weer terug naar de UvA. Er loopt momenteel nog van alles, maar veel zaken hebben tijd nodig en nadat het DIA half maart plotseling te horen kreeg dat de visuele antropologie binnen het College Sociale Wetenschappen zich zou terugtrekken uit de samenwerking bleven er nog twee bachelor vakken over.  Dat is te weinig om het DIA te laten doordraaien op het Cornelis Troostplein. Op naar andere verbindingen en de herinrichting van een nieuwe prachtplek voor het instituut.

Het is zeker niet alleen de schuld van Van de Port dat de visuele antropologie het DIA verlaat. Een gebrek aan kennis en interesse bij de collega’s, uiteenlopende belangen en visies, weinig financiële middelen en een verkeerd tijdsgewricht bepalen volgens hem wat kan overleven, en wat niet. Alle protesten, acties en schriftelijke verzoeken ten spijt is het ons ook niet gelukt het DIA een blijvende academische rol te laten vervullen binnen de antropologie. Voor de derde maal in dertig jaar zet antropologie de visuele antropologie bij het grofvuil.

Het is tegen deze achtergrond pijnlijk om te lezen dat de visuele antropologie ‘alive and kicking’ doorgaat en dat er brede steun bestaat binnen de antropologie voor het ontwikkelen van de visuele poot van onderzoek en onderwijs. Vreemd ook dat dan het vak Visuele Methoden en Technieken al stopte in september 2017 en meer recentelijk Visuele Etnografie is begraven. De ‘nieuwe’ visuele pilot track van de masteropleiding staat na een dik jaar nog maar amper in de steigers, kent veel uitval en beschikt niet over geld. Denken de antropologen dat met het afstoffen van een oud programma over fotografie de visuele antropologie aan de beademing kan worden gelegd of is het gewoon een diepe comateuze narcose, waarbij de patiënt eigenlijk op sterven na dood ligt? Studenten vertrekken in ieder geval naar Manchester, Londen, Aarhus of Berlijn en heel misschien naar Leiden, maar Amsterdam staat vooralsnog niet op hun verlanglijst. Begrijpelijk gezien alle ontwikkelingen. Het is niet voor niets dat de studentenaantallen bij antropologie al jaren dalen.

Het DIA ligt er inmiddels verlaten bij na de recente academische drukte. Alsof er nooit iets is gebeurd. Gelukkig lukt het Van de Port om vanuit zijn herinnering de ruimte behoorlijk beeldend en kleurrijk te beschrijven. Een ruimte die volgens hem qua smaak afwijkt van de academische standaard en waarbij er hyperactief nachten wordt doorgewerkt.

Met geen enkel woord rept hij over de invloed van de materiële omgeving op het menselijke subject. Dat zou men antropologen toch niet hoeven uit te leggen. De omgeving waarbinnen het werk wordt verricht is van invloed en daarom is het DIA de plek die het is. Open, vrij en veilig. De wijze van lesgeven en de inrichting van het DIA weerspiegelen dus de manier waarop het werk kan worden verricht binnen een afgeschermde omgeving.

De docent geeft een creatief academisch voorbeeld. Wij leven voor het werk en in financiële termen niet van het werk. Dat is een werkelijkheid die niet alleen gezien wordt, maar die door studenten en docenten gemaakt wordt. Dat levert meer energie en verdieping op dan een correcte urenafrekening van de gewerkte tijd met een eierwekker bij de hand. Hoe naïef en tegendraads dat ook mag klinken binnen de huidige efficiënte economische benadering van het leven, zijn aandacht en toewijding voor kennisoverdracht niet te koop, als het al te betalen is. Net zo min men vorming meten kan.

Het DIA is de UvA niet, stelt Van de Port. Wat wil hij hier eigenlijk mee zeggen? Gelukkig klopt het in formele zin wel. Het DIA is een zelfstandige stichting opgericht op uitdrukkelijk verzoek van het  College van Sociale Wetenschappen. Het DIA zou nooit zijn ontstaan als de UvA dat niet expliciet had gevraagd. De staf wilde namelijk meer vakken programmeren zoals het bachelor programma Poldox. De visuele antropologie bestond toen nog slechts in de hoofden van de antropologen, maar met het ontstaan van het DIA kreeg de visuele wetenschap binnen de UvA een eigen plek. Gelet op de vakken van de afgelopen jaren zou je kunnen stellen dat stichting DIA een verlengstuk is van de UvA. De academische richtlijnen vormen immers het uitgangspunt, maar gelet op de sfeer en de onderwijsvisie staat het DIA ver af van de Roeterseilandcampus.

Van de Port ziet inhoudelijk juist meer kansen binnen de muren van het REC. Hij stelt dat toekomstige visueel antropologen op het Roeterseilandcampus met een meer kritische blik, met een grotere scepsis en wellicht zelfs met meewarige commentaren zullen worden geconfronteerd. Meer nog dan op het DIA. Hij heeft voor ogen dat daardoor nog mooiere films zullen ontstaan en de makers nog scherper en preciezer zullen worden.

Weet hij niet vanuit zijn eigen praktijk, dat een creatief proces -of het nu om een academisch- of kunstzinnig werk gaat-  een veilige en inspirerende omgeving nodig heeft? Brengt ongefundeerd commentaar van relatieve buitenstaanders het werk van de maker verder?  Hebben bijvoorbeeld medisch antropologen kennis over het filmmaken? Of zijn we allemaal bondscoach omdat we voetbal kijken?

Men zou juist kunnen stellen dat wanneer de maker veel van zijn tijd moet geven aan het overtuigen van academici over de toegevoegde waarde van zijn toekomstige werk, hij of zij helemaal niet toe komt aan het maken van het werk zelf.  Het kijken, zien en het zien doorgronden is net als een lezer die een tekst begrijpt en analyseert. De inhoud dicteert vaak de vorm van de vertelling, maar niet alle vormen openbaren zich vanzelf. Het is precies dit aspect van het eigen maken van vorm in relatie tot inhoud waarbij het DIA van academische waarde is. En dat dan zonder dat de deelnemer gemarginaliseerd wordt. Wat levert marginalisering eigenlijk op? Een gevoel van gedeeltelijke uitsluiting? Een randgroep gevoel?

In iedere sociaal emancipatoire beweging probeert men het randgroep gevoel juist te elimineren, maar Van de Port prijst de marginalisering. Veganisten, alleenstaande moeders, analfabeten, minder validen, transgenders, glutenvrije eters, migranten en ga zo maar door. Hij pleit voor het cultiveren en onderzoeken van marginaliteit van visueel antropologen op een plek die er toe doet, in het hart van de Nederlandse antropologie. Misschien wil hij niet bijdragen aan de verwezenlijking van de werkelijkheid, maar slechts op een zekere afstand blijven. Helemaal conform de tijdgeest.

De werkelijkheid is dat het DIA verder gaat zonder de afdeling antropologie, maar wel met hun studenten. De bachelor programma’s Poldox en Nieuws of Propaganda? worden gegeven vanaf een nieuwe plek op vijf minuten afstand van de huidige plek. In een oude school naast station Rai bouwen we verder aan het ontwikkelen van innovatief academisch media onderwijs. Het nieuwe DIA staat aan de Gaasterlandstraat. Wij dromen daar verder over een master Visuele Sociale Wetenschappen, meer bachelor programma’s met praktische componenten, visuele minor tracks en wie weet een eigen onderwijs accreditatie. De hulpeloze ridder uit Monty Pyton riep nog ‘We will call it a draw’, maar wij gaan vol voor een academische winst.

We verhuizen vrijdag 13 juli.

Hilbert Kamphuisen, juni 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *