Het kloppende hart van Londen is een mysterieuze steen

Midden in Londen ligt een oud brok steen en niemand weet precies waarom. Zelfs het bordje dat er naast staat vermeldt niet veel meer dan: ‘Its origins and purpose are unkown.’ Vrijwel de enige feitelijke informatie die er over deze steen bestaat is dat het een stuk kalksteen is van 53 × 43 × 30 centimeter. Desondanks staat hij op de lijst met Engelse monumenten van speciaal belang, dezelfde lijst waar Stonehenge ook op staat. Shakespeare schreef zelfs over deze steen in een van zijn toneelstukken. Wat is er toch zo bijzonder aan de London Stone?

Tekst // Silja de Vilder-Coombs

Onbekende oorsprong

De Romeinen waren de eersten die kalksteen naar Londen transporteerden. Er bestaat dus een goede kans dat de London Stone al deel van Londen uitmaakte toen het nog Londinium heette. De vroegste vermelding van de ‘lundene stane’ is echter pas rond het jaar 1100. De eerste omschrijving ervan komt van veel later, door de Engelse historicus John Stow. Hij schreef in 1598 in zijn Survey of London over: ‘a great stone called London Stone, fixed in the ground very deep, fastened with bars of iron’, maar waarom hij er precies stond wist hij niet.

Op kaarten uit de zestiende eeuw is hij ook terug te zien op de plek waar vandaag de dag Cannon Street is, midden op straat. In die tijd was de steen een belangrijke bezienswaardigheid en herkenningspunt. In 1666 werd hij echter deels vernietigd in de Great Fire of London. Wat er van de steen overbleef werd ingebouwd in de muur van een kerk. Tijdens de tweede wereldoorlog werd die kerk platgebombardeerd, maar de steen bleef heel. Sinds 1961 ligt de London Stone achter een ijzeren rooster op stoephoogte in de muur van een gebouw op Cannon Street.*

Mythische steen

Er is dus niet veel over de steen bekend, al helemaal niet over de herkomst en functie ervan. Dat geeft ruimte voor mythische verklaringen. Eigenlijk bestaat de meeste informatie over de steen dan ook uit de verschillende interpretaties die mensen er al sinds de middeleeuwen op nahouden, en dat zijn er veel.

Zo opperde historicus William Camden eind zestiende eeuw dat de London Stone het centrale punt was van waaruit de Romeinen alle afstanden in Groot-Brittannië maten. Veel Londenaren zien de steen vandaag de dag nog steeds als het kloppende hart van de stad, waar al het andere omheen draait.

“Its origins and purpose are unkown”

In de achttiende eeuw ontstond de mythe dat de Druïden de steen gebruikten tijdens eeuwenoude religieuze ceremonieën. Daar is geen bewijs voor, maar het is nog altijd een populair idee dat de London Stone magische krachten bezit.

Een eeuw later werd de steen verbonden met het voortbestaan van de stad in een gezegde: ‘So long as the Stone of Brutus is safe, so long shall London flourish.’ Dit heeft betrekking tot de mythe dat de steen deel was van een altaar gebouwd door Brutus van Troje, de legendarische eerste koning van Brittannië. Het is een wijdverbreid geloof dat Londen ten onder zal gaan als de steen uit de stad wordt verplaatst of wordt vernietigd.

Getuige van de geschiedenis

De London Stone is een relatief onopvallend object, een stuk versleten kalksteen, oud en mysterieus. Veel meer dan dat is er niet over bekend, maar de verhalen die eraan kleven zijn eigenlijk belangrijker dan de steen zelf. Ze verbeelden de steen als een stille ooggetuige van de verandering die Londen door de tijd heen heeft ondervonden.

Nog belangrijker: de steen heeft de geschiedenis niet alleen meegemaakt, maar ook overleefd. Van de Great Fire in 1666 tot de bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. De London Stone was er sinds het begin, en er kan geen toekomst bestaan zonder, is het idee. Om de mythe in leven te houden is het daarom misschien maar beter dat de Londenaren niet precies weten waarom de London Stone er nu eigenlijk staat.

 

*De London Stone ligt tijdelijk in de Museum of London vanwege bouwwerkzaamheden in Cannon Street.

Dit stuk is geschreven voor Tijdschrift Cul door een externe schrijver. Wil je ook je stukken op onze website zien verschijnen, mail dan voor meer informatie naar redactie@tijdschriftcul.nl!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *