Had ik maar een tijdmachine

‘Als ik denk aan al die dagen
Dat ik mij zo heb misdragen
Dan denk ik
Had ik maar een tijdmachine’

Zo klinkt het door de kroeg waar ik me op deze willekeurige late avond met een biertje in mijn hand en vrienden om me heen bevind. Het enige luider dan de muziek zelf zijn de mensen met wie ik enigszins vals, maar erg enthousiast uit volle borst mee sta te zingen. Is dit alleen maar jeugdsentiment of dromen we er diep van binnen allemaal van om terug in de tijd te gaan?

Nog een late avond, zelfde lied, totaal andere setting: huilend zit ik op mijn bed, het biertje van de vorige avond ingewisseld voor een koud wordende kop koffie. Had ik maar een tijdmachine. Dan zou alles nu anders zijn. Dan zou ik al deze fouten niet gemaakt hebben. Dan stond ik ook vandaag weer lachend in de kroeg. De tijdmachine bestaat niet en ik besluit me over te geven aan een droomwereld waarin deze wel bestaat. In mijn dromen is alles goed. Wanneer ik wakker word stoot ik mijn inmiddels ijskoude kop koffie om, ‘wat zou ik graag een tijdmachine hebben’, verzucht ik nog een keer terwijl ik het opruim.

Wat als die tijdmachine wel bestond? Ik heb honderden dingen die ik niet zou doen, mensen die ik niet zou kwetsen en mensen die ik mij niet zou laten kwetsen. In al deze fantasieën is ‘niet’ het sleutelwoord; ik kan hele boeken vullen met alles wat ik niet zou doen, niet had moeten doen. Spijt zou het hoofdthema van al deze boeken zijn. Maar wat als ik het opnieuw kon doen? Ik zou mijn handboeken vol dont’s meenemen en alles niet meer doen. Ik zou het minst offensieve, meest foutloze leven ooit leiden, en gaat het toch mis, doe ik het gewoon nog een keer. Het zou allemaal niet meer uitmaken. Fout? Opnieuw.

Het zou allemaal niet meer uitmaken, met een warme kop koffie in mijn handen denk ik hier nog eens over na. Wat een rust zou ik vinden in een betekenisloos, foutvrij leven. Nooit meer piekeren, nooit meer spijt, nooit meer huilen, nooit meer blijdschap, nooit meer oprecht geluk. Hoe kan je ooit echt blij zijn als je weet dat iedere keuze die daartoe heeft geleid zo permanent is als een krijttekening op de stoep? Wanneer keuzes hun permanentie verliezen, verliezen ze ook hun betekenis. De fouten stapelen zich op in mijn herinneringen, maar ergens weet ik best dat ik het niet zo slecht doe. Ik doe ook dingen goed, en deze dingen zijn betekenisvol omdat de fouten er zijn. Op een doek vol imperfecties stralen mijn goede daden het mooist, en ook al deden ze dat niet, dit is het enige doek wat ik heb. De tijdmachine bestaat niet en mijn acties, goed of fout, zijn niet uitwisbaar, dit staat vast, net als de koffievlek in mijn tapijt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *