Geboren als staatsvijand

Tekst // Jelle Mars

Nederland wordt vaak gezien als een voorloper op het gebied van homo-emancipatie. Zo was Nederland in 2001 het eerste land ter wereld dat het homohuwelijk legaliseerde. Onderdrukking van homoseksuelen wordt door Nederlanders vaak gezien als iets primitiefs dat met name plaatsvindt in zwaar religieuze landen. Veel mensen denken dat al het gevaar voor de seksuele vrijheid uit religieuze hoek komt. De islam wordt bijvoorbeeld door veel Nederlanders gezien als een gevaar voor de positie van homoseksuelen. De geschiedenis leert ons echter dat homoseksuelen om allerlei redenen onderdrukt zijn, en dat religie lang niet altijd de oorzaak is geweest. Ook in liberale democratieën kan de seksuele vrijheid ernstig in gevaar komen, en daarom moeten we nog steeds op onze hoede zijn.

Ketterij

Tot een paar honderd jaar geleden waren onze opvattingen over seks vooral gebaseerd op het christendom. Anale seks werd vaak ‘sodomie’ genoemd en mensen die anale seks bedreven werden als ‘sodomieten’ aangeduid. Deze termen zijn gebaseerd op de naam Sodom, een stad uit de Bijbel. In de Bijbel staat beschreven dat Sodom berucht was vanwege de morele verdorvenheid van haar inwoners. Zo vonden er in deze stad homoseksuele groepsverkrachtingen plaats. De enige rechtvaardige inwoner van Sodom was Lot, die alleen seks had met zijn eigen dochters en dus niet met andere mannen. Op een dag dreigde ook Lot het slachtoffer te worden van een groepsverkrachting. Als de rechtvaardige man die hij was, bood hij de verkrachters zijn beide dochters aan. Dit mocht echter niet baten, want de verkrachters wilden een man hebben. Vervolgens vluchtten Lot en zijn gezin uit de stad, waarna God de hele stad verwoestte door middel van een regen van zwavel en vuur.

De verwoesting van Sodom heeft voor veel christenen als inspiratiebron gediend. In de Middeleeuwen werden mensen die sodomie bedreven vaak op een hoop gegooid met heksen en ketters. Wie betrapt werd op zondige seksuele handelingen liep de kans om op een gruwelijke manier vermoord te worden. Mensen geloofden namelijk dat sodomie de zedelijke orde verstoorde en dat God dit bestrafte door middel van natuurrampen. Wanneer er een natuurramp plaatsvond, kregen sodomieten dan ook vaak de schuld hiervan.

Sodomie werd tot ver in de achttiende eeuw gezien als een doodzonde. Zo vond er in 1730 nog een grootschalige sodomietenvervolging plaats in de Nederlandse Republiek. In dit jaar werden er in Nederland meer dan 300 sodomieten opgespoord waarvan de meerderheid veroordeeld werd tot de doodstraf. Een deel van deze veroordeelden werd gewurgd, een ander deel werd op de pijnbank doodgemarteld. Toch begon het einde van de lange periode van kettervervolgingen in zicht te komen.

Discretie

Rond het begin van de negentiende eeuw werden de politieke opvattingen in Europa gedomineerd door het denken van de Verlichting. Het verlichtingsdenken stelde vrijheid en tolerantie centraal, en wilde politiek en wetgeving zoveel mogelijk scheiden van religieuze opvattingen. Onder invloed van deze opvattingen brak in 1794 de Bataafse Revolutie uit in Nederland. Vanaf dit moment was er in Nederland geen wet meer tegen sodomie. Men geloofde dat de overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met zaken die volwassen burgers zelf konden regelen. Ook nam de kennis over de natuur sterk toe, waardoor mensen begonnen in te zien dat er geen verband kon bestaan tussen homoseksualiteit en natuurrampen. Hoewel de meeste mensen homoseksualiteit verafschuwden, vond men dat volwassenen het recht hadden om te doen en laten wat zij wilden zolang zij hiermee niemand tot last waren. Achter gesloten deuren had men dus alle vrijheid.

Conformisme

De verlichte opvattingen over seksualiteit hielden in Nederland ongeveer 100 jaar stand. Vanaf 1880 begon er steeds meer behoefte te komen aan wetgeving om homoseksualiteit te bestrijden. Door het relatief tolerante beleid van de overheid kwam homoseksualiteit steeds meer in de openbaarheid, en mensen vonden dat het uit de hand begon te lopen. In Duitsland en Engeland werd homoseksualiteit in deze jaren opnieuw verboden en ook in Nederland kwam er een paar decennia later opnieuw wetgeving om homoseksualiteit te bestrijden. De Nederlandse regering nam in 1911 een wet aan die bepaalde dat een meerderjarige die seks had met een minderjarige van hetzelfde geslacht strafbaar was. De toenmalige grens voor minderjarigheid was 21 jaar. De wet gold niet voor seksuele handelingen tussen mannen en vrouwen, daarvoor bleef de minimum leeftijd 16 jaar. Deze wet bleek dus vooral een middel om zoveel mogelijk homoseksuelen de gevangenis in te krijgen.

De vervolging van homoseksuelen in Europa werd niet alleen gesteund door conservatieve christenen, maar ook door veel liberalen. De onderdrukking van homoseksuelen kwam namelijk niet alleen voort uit traditionele religieuze opvattingen, maar vooral ook uit nieuwe wetenschappelijke theorieën. Een theorie die hier een grote rol in speelde was het sociaal-darwinisme. Dit invloedrijke gedachtegoed paste het darwinistische idee van de ‘survival of the fittest’ toe op sociale en politieke zaken. Overheden geloofden dat zij moesten zorgen dat hun land de overlevingsstrijd zou winnen van andere landen, en daarvoor moest hun land het sterkste zijn. Om dat te verwezenlijken gingen overheden zich steeds meer bemoeien met de privélevens van burgers, om hen een gezonde manier van leven aan te leren. Een belangrijk onderdeel hiervan was dat overheden zorgden dat mensen zich zoveel mogelijk gingen voortplanten, zodat er zoveel mogelijk arbeiders en soldaten geboren werden. Mensen die veel kinderen verwekten werden rijkelijk beloond en homoseksuelen werden zwaar gestraft. Ook diende dit gedachtegoed als rechtvaardiging van onderdrukking en uitbuiting, want het recht van de sterken kwam centraal te staan.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd in Europa de overheid dus een hele dominante factor in het leven van mensen. Vanaf dit moment werd alles ondergeschikt aan het landsbelang, zelfs het seksuele leven van mensen. De anarchistische filosoof Max Stirner had in 1845 al door wat er aan het gebeuren was. Volgens hem hield het heersende burgerlijke gedachtegoed in dat mensen afstand moesten doen van hun bijzonderheid, om zich volledig te wijden aan de staat. De manier waarop mensen zich als enkeling gedroegen werd onderdeel van het privéleven, dat in tegenstelling tot het staatsleven niet zuiver menselijk was. Stirner vatte het samen in een zin: “De ware mens is de natie, de enkeling is steeds een egoïst”. Homoseksuelen waren dit soort enkelingen, die geen afstand deden van hun bijzonderheid. In de ogen van de samenleving waren zij egoïsten, want ze waren alleen maar bezig met hun eigen perverse seksuele verlangens zonder daarbij rekening te houden met het landsbelang. Iedereen moest zich aanpassen, en wie dit niet deed kreeg ook geen rechten.

De strijd tegen het communisme

Theorieën als het sociaal-darwinisme kwamen na de Holocaust sterk in diskrediet, maar door het uitbreken van de Koude Oorlog ontstond er voor overheden een nieuwe reden om homoseksuelen te vervolgen. Homoseksualiteit werd vanaf deze periode steeds vaker geassocieerd met communisme, en omdat er in Europa een grote angst heerste voor revoluties werden homoseksuelen dus opnieuw gezien als een gevaar voor de staat. Dit kwam deels doordat de socialistische partijen in Europa het verbod op homoseksualiteit wilden afschaffen, zoals de bolsjewieken dat eerder al hadden gedaan in de Sovjet-Unie. Conservatieven geloofden dat socialisten op deze manier probeerden de orde te verstoren en de samenleving te verzwakken.

De veronderstelde connectie tussen homoseksualiteit en communisme was een belangrijke reden voor de nazi’s om homoseksuelen te deporteren. De nazi’s waren echter niet de enigen die op deze manier dachten. De Amerikaanse overheid voerde bijvoorbeeld in de jaren ’50 nog een heksenjacht naar homoseksuelen in overheidsfuncties. Volgens de overheid waren homoseksuelen bijna altijd communisten, en daarom zou de nationale veiligheid in gevaar zijn wanneer zij overheidsfuncties zouden bekleden. Onlangs is gebleken dat de Nederlandse overheid in deze periode ook op die manier handelde. In het Amsterdamse stadsarchief zijn namelijk lijsten opgedoken van sollicitanten die niet aangenomen zijn bij de gemeente vanwege hun seksualiteit.

Hoewel erotische liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht altijd al bestaan heeft, lijken mensen dit ook altijd al te zien als iets afwijkends. Wanneer er in de samenleving gevaar dreigde, kregen homoseksuelen vaak de schuld en werden zij het slachtoffer van het ‘algemeen belang’. Omdat homoseksuelen altijd een kleine minderheid hebben gevormd waren zij meestal niet in staat om zich te weren tegen de meerderheid. De les die wij hieruit kunnen trekken is dat we vaak slachtoffers maken wanneer we uitgaan van het algemeen belang. We moeten voorkomen dat de vrijheid van individuen en minderheidsgroepen verloren gaat ten behoeve van de meerderheid. Daarom is het van belang dat we voorkomen dat onze democratie een dictatuur van de meerderheid wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *