Een nieuw doelwit

De manier waarop mensen oorlog voeren verandert continu. Ook nu staat een nieuwe vorm van oorlog voor de deur en die laat zich niet zo makkelijk in een hokje stoppen. Dat heeft consequenties voor hoe wij als antropologen over oorlog moeten nadenken. ‘De Russen hoeven maar een satelliet uit de lucht te schieten en hele eenheden zien niks meer. Het wordt vechten om internet,’ vertelt een adjudant van de landmacht.

Tekst // Mark Schaap

Beeld // Robin Stark

‘Het is mooi hoor de nieuwe technologische ontwikkelingen maar we maken onszelf afhankelijk. We kunnen niet meer goed opereren zonder internet’, vertelt de adjudant die anoniem wil blijven. Bijna zijn hele militaire carrière heeft hij de inlichtingen verzorgd voor militaire eenheden waar hij onder viel. Nu waarschuwt hij voor een gevaar dat hij aan ziet komen. Oorlogen gaan primair gevochten worden om de eigen internetverbinding te behouden en die van de ander uit te schakelen, stelt hij.

Afhankelijk van internet

Ooit was er een tijd waarin het ondergaan van de zon het einde van een slag aanduidde. In het donker was er niks te zien en wat je niet kan zien kan je ook niet bevechten. Maar als jij het voor elkaar krijgt om toch de vijand te kunnen zien in het donker terwijl hij jou niet ziet, dan kan dat zomaar de overwinning betekenen. Et voilà! De technologische race om de ander zichtbaar te maken was ontstaan. Het begon simpel, je schiet een fakkel in de lucht en het slagveld is te zien. Maar nu is het niet meer zo eenvoudig. Duizenden uitvindingen bestaan er om de vijand in elke situatie zichtbaar te maken en voor velen heb je een internetverbinding nodig. Deze afhankelijkheid van het internet brengt alleen wel een gevaar met zich mee. Als je namelijk geen internet hebt werkt je nieuwe uitvinding dus ook niet meer.

                Momenteel is defensie hun nieuwe gevechtsvest aan het testen, het zogenaamde VOSS-vest. Het VOSS-vest is zo ingericht dat een infanterist, iemand die behoord tot de vechtende grondtroepen, alles op zijn lijf kan dragen wat hij direct nodig heeft in het veld. Om de kwetsbaarheid van internetafhankelijke apparatuur wat concreter te maken nemen we het nieuwe VOSS-vest als voorbeeld. Door het vest wordt een infanterist een wandelde smartphone. Aan het vest van de infanterist wordt een tablet, GPS-ontvanger en radioapparatuur geklikt. Op de tablet krijgt de infanterist kaarten te zien met de locaties van vriendschappelijke eenheden en aanval strategieën. Het vermindert de kans dat je per ongeluk een kameraad neerschiet en het houdt je per minuut up-to-date van je eigen locatie en strategische plannen van je commandant. De commandant kan jou dus elke minuut vertellen waar de vijand zit en hoe je die moet aanvallen. Super handig, totdat de satelliet uit de lucht geschoten wordt en je praktisch blind bent. Dan zie je ineens niet meer waar je kameraden zitten of wat het plan is. Dan word je een ‘sitting duck’.

                Dan is er nog geen woord gerept over alle gevechts­voertuigen die voor een groot deel van een internet­verbinding afhankelijk zijn. Als je de juiste satelliet raakt maak je volledige eenheden infanteristen en groepen voertuigen blind en daardoor bijna niet meer inzetbaar. Zo heb je de vijand uitgeschakeld zonder maar een kogel te lossen op een individu.

                Belangrijk om te weten is dat deze vorm van internet
niet een regulier civiel internetnetwerk betreft. Als je als leger wil dat je ergens internet hebt dan moet je daar je eigen internetnetwerk maken. De internetverbinding moet uite­r­aard enorm beveiligd zijn, je wilt immers niet dat iemand mee kan kijken. Dat zorgt ervoor dat je niet zomaar een van de al duizenden bestaande verbindingen kan gebruiken. Er moet met veel moeite een nieuwe verbinding gemaakt worden terwijl met relatief weinig moeite deze verbinding door de vijand verbroken kan worden. Waar je voor een civiel netwerk duizenden satellieten in de lucht hebt en
duizenden kabels onder de grond, heb je er voor een militair netwerk een stuk minder. Dat betekent ook dat je met één satelliet uit de lucht of één kabelverbinding doorknippen al grote gaten kan slaan in de verbinding.

                Het is een vreemde paradox van het moderne leger. Je macht is tegelijkertijd je onmacht. Je stopt vele miljoenen in apparatuur wat met ongekende complexiteit de vijand zo zichtbaar maakt dat je nog net niet de haren op zijn kop kan tellen maar met één klap ben je bijna machteloos.

Oorlog als cultuur

Oorlog wordt door mensen tussen mensen gevoerd en mensen hebben er altijd bepaalde gedachten over. Oorlog is daardoor inherent een cultureel fenomeen. Techno­logische verande­ringen veranderen oorlog, de manier waarop oorlog gevoerd gaat worden en hoe mensen over oorlog gaan denken.

                Een populaire manier binnen de sociologie en antro­pologie om oorlog te analyseren is om deze op te delen in twee vormen, oude oorlogen en nieuwe oorlogen. Oude oorlogen zijn oorlogen in de klassieke zin van het woord. Twee staten die tegen elkaar vechten in veldslagen voor land met legers die betaald worden door belastinggeld. Nieuwe oorlogen hoeven niet plaats te vinden tussen staten en burgers zijn vaak het slachtoffer. De reden voor oorlog is vaak identiteitspolitiek en ze worden gefinancierd door plunderingen en zwarte handel. Aanhangers van deze theorie stellen dat nieuwe oorlogen steeds vaker voor zullen komen dan oude oorlogen.

                Maar wat voor oorlog is een oorlog om internet, oud of nieuw? Een oorlog als deze kan gevoerd worden tussen staten, maar echt een veldslag is het niet te noemen. Er zijn namelijk geen troepen die direct tegenover elkaar staan en vechten. Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat ICT’ers troepen zijn en dat het daarom wel als een veldslag gezien kan worden. Dan is het wel een oude oorlog. Internet oorlog kan ook gevoerd worden tussen milities en staten of tussen milities, maar dan zijn burgers niet echt een slacht­offer. Het kan ook zo zijn dat een militie dorpen af gaat sluiten van internet om een etnische zuivering te vergemakkelijken. Dan is het wel een nieuwe oorlog. Al is het uitschakelen van internet dan meer een middel in plaats van een doel.

Wat zeker is, is dat een oorlog om internet zich niet zo makkelijk laat plaatsen in een hokje. Als je een beetje creatief bent met de definities dan is deze vorm in te delen in meerdere hokjes tegelijkertijd. Wel komen er echte veranderingen in de beleving en de uitvoering van oorlog. Internet maakt legers sterk en zwak tegelijk.  Dat heeft stra­tegische en culturele effecten voor degene die hem voeren. Maar welke precies? Dat zal later aan ons antropologen zijn om uit te zoeken.
Maar hoe moeten wij als antropologen dat analyseren? Dat zal voor de antropologie een nieuwe klus worden.

De naam van de adjudant is bekend bij de redactie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.