De Sporthoek van Spaans /// Sport als Statussymbool

Ernst Spaans –

DSC_0661

 

Speciaal voor de Cul schrijft Ernst elke maand een column over sport met een klein antropologisch tintje. Vandaag neemt hij jullie mee naar het hockeyveld en schrijft hij over de teloorgang van hockey als elitaire sport.

 

 

“Nee, Boaz en Storm, we gaan met de lift”. Vrijdagochtend rond half negen liep ik met m’n brakke kop in het VUmc toen deze zin mij ten gehore kwam. Zelf stond ik ook bij die liften te wachten en ik had het Amsterdam-Zuid gezinnetje dan ook al gauw naast mij staan. Althans, een gedeelte van dit gezin, want de man was naar goed oud-geld gebruik waarschijnlijk aan de arbeid, opdat de vrouw voor de kinderen zou zorgen. Maar de vrouw des huizes was natuurlijk niet alleen op pad; Boaz, Storm en de moeder hadden gezelschap van een – op het eerste ogenblik – zeer uit de hoogte gevallen uitziende dame inclusief baby, waarvan ik u de waarschijnlijk ook semi-prachtige naam, schuldig moet blijven.

Na het horen van die eerste zin, kan ik mijn hersenen er niet van weerhouden een hockeyende Boaz en Storm op mijn netvlies te projecteren: ze spelen de verdediging van het andere team volledig zoek, en op de prachtige herfstige zondagochtend wint Hurley van HGC; oftewel Amstelveen wint van Wassenaar. Maar is dit nog wel zo, zijn het alleen maar de rijkeluiskinderen die hockeyen, of moeten de vaders en moeders als de kids uit spelen met hun Audi de provincie in? We zoeken het uit.

Bij het hebben van deze gedachtes moet ik als antropoloog in spé mij misschien afvragen waarom mijn alarmbellen niet gaan rinkelen bij het zo snel stereotyperen van bepaalde mensen, maar dit terzijde. Want ik ben mij er terdege van bewust dat ik enorm chargeer en dat lang niet iedere moeder met geld thuis zit; en dat er ook jongens in Amsterdam-Zuid zijn die voetballen en gewoon Kees heten.

Status kun je op veel verschillende manieren (proberen) uit te dragen. Al gauw denk je hierbij aan het dragen van merkkleding, het rijden in de nieuwe BMW 7 serie, een chique gymnasium als opleiding of een dikke Rolex om de pols. Er is echter een manier van statusverwerving die misschien wat in de vergetelheid raakt: de juiste sport. Voorbeelden hiervan zijn of waren, respectievelijk cricket, zeilen, polo en golf. Maar zoals vermeld gaan we het vandaag hebben over hockey. Want ook de kunstgrashockeyvelden waren lange tijd alleen voor de welgestelde mensen in onze samenleving: je speelde hockey als je bijvoorbeeld in Het Gooi of in Amsterdam Zuid woonde. Hockeyende kinderen werden door hun ouders als ‘wapen’ gebruikt om ook zelf hoog op de sociale ladder te blijven staan. Want als je kind hockeyt heb jij zelf ook meer aanzien dan als je – ik noem maar een dwarsstraat – in een tafeltennishal of naast het voetbalveld staat om je kind aan te moedigen.

Hockey is inmiddels niet meer alleen van de rijken, maar is van ons allemaal. Het is een echte volkssport beweren voorzitters van vele hockeyclubs, die zich inmiddels door het hele land hebben gevestigd. Dat de clubs door het hele land zitten laat ook zien dat het duidelijk geen elitaire sport meer is welke alleen maar in omgeving Wassenaar, Bloemendaal en andere ‘rijkeluisplaatsen’ plaatsvindt. Hoe het dan komt dat hockey, net als de andere vergane elitaire sporten als tennis en jawel, voetbal, uit die elitaire sferen geraakt is, is volgens sportsocioloog Maarten van Bottenhuizen geen kwestie van de laatste jaren. “In Nederland is er al jaren sprake van een ledentoename bij de hockeyverenigingen. De sport heeft geprofiteerd van de uitbreiding van de middenklasse. Inkomen is minder belangrijk geworden.” Ook zegt hij dat het dan wel geen elitaire sport meer is, maar dat “het gehalte ABN bij de hockeyvereniging nog altijd wel hoger ligt dan op de voetbalclub”. Hieruit kan in principe geen conclusie getrokken worden met betrekking tot het opleidingsniveau van de hockeyer, maar een kleine link valt hier wel te leggen, zegt ook van Bottenhuizen.

Hockey is geen elitesport meer, maar een sport die door het hele land gespeeld wordt: een volkssport. Straathockeycompetities, je had het niet kunnen bedenken dertig jaar geleden, komen zelfs op om de wachtlijsten voor de echte hockeyclubs optisch te doen verkleinen. We kunnen dus zeggen dat de sporten reageren op de samenleving, want door de verbreding van de middenklasse is niet alleen het kunstgrasveld bij hockeyclub WFHC toegankelijk voor de ‘boeren’ in de omgeving, maar liggen ook de golfclubs tegenwoordig in een KIA achterbak in de provincie en is een rondje zeilen allang niet meer zo uit de hoogte als dat het vroeger was. Alleen polo, polo is nog wel een tikkeltje elitair.

Dus mensen, het paard op, de hockeystick in de hand, en aan de polo maar. Uit die elitaire sferen ermee! Of kiezen we toch weer voor voetbal, voor oorlog. Want voetbal is oorlog, dat komt in een van de volgende edities van deze columnreeks nog aan bod.

http://www.nrc.nl/nieuws/2014/05/31/we-zijn-goed-want-nergens-anders-is-hockey-groot-en-nog-twee-vooroordelen/

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *