Dagboekreeks /// Westerling in Noord-Korea – deel 1

/// Een westerling in Noord-Korea, dat is iets bijzonders.
Sytze de Haan kreeg toegang tot het meest afgesloten land ter wereld.

Sytze is zo’n 26 jaar geleden geboren in het Friese dorpje Holwerd. Vanuit dit kleine kustdorpje kan de oversteek naar Ameland gemaakt worden. Voordat hij dit deed koos Sytze echter voor een oversteek naar Breda, alwaar hij zijn bachelor in Tourism Management behaalde.  Inmiddels is hij overgestoken, en werkt hij tussen zijn reizen door als hotelmanager op Ameland. Sytse bezocht reeds Zuid-Amerika, India, Mongolië, Bosnië-Hercegovina en China. Inmiddels zijn er plannen om IJsland en New York te bezoeken, maar niet voordat hij voor Cul schrijft over zijn bijzondere belevenissen als Westerling in Noord-Korea. Dit is deel één van een vierdelige dagboekreeks.

 

Ik heb de kans gekregen om twee weken in Noord Korea te verblijven en om, naast het land en zijn bezienswaardigheden te bezoeken, les te geven aan studenten en professoren van het Pyongyang Tourism College.

In januari van dit jaar zag ik een advertentie van een Engelse touroperator gespecialiseerd in reizen naar Noord Korea. In de advertentie werd gevraagd naar mensen uit de toeristische sector, die het leuk zouden vinden om les te geven in Noord Korea. Uit vele aanmeldingen was ik een van de mensen die mocht gaan. Zo ben ik hier dus beland, samen met Stavri; een Albanese reisleider die ook een visum heeft gekregen. Twee weken volledig afgesloten van de buitenwereld.NK 1

Het eerste waar ik mij op had voorbereid is het eerste waar je ook daadwerkelijk tegenaan loopt: het Systeem. Er is geen manier om eraan te ontkomen. Op bijna elke straathoek hangen portretten van de voormalige leiders Kim Il Sung en Kim Jong Il. Volwassenen dragen een speldje met portretten van de leiders bij hun hart. Hun namen dienen correct te worden uitgesproken en een kritische noot wordt absoluut niet geaccepteerd. Dagelijks komen mensen bij de bronzen beelden bloemen leggen en een diepe buiging maken. Van Kim Jong Un vind je geen standbeeld, maar hij wordt daarom niet minder vereerd. Hij leeft en heeft daarom geen standbeeld nodig.

 

Maandag 16 november

"Het ontmoeten van Kim Jong Un is het hoogst haalbare in mijn leven. Daar zal ik altijd hard voor blijven werken, en ik zal mij blijven inzetten voor de partij. Ik hoop met heel mijn hart dat die dag ooit komt.' Ik vraag me af of dat niet een beetje hetzelfde is als de Sinterklaastekeningen die je vroeger maakte. Dat je dagenlang je best deed in de hoop dat je de kleurwedstrijd zou winnen en jaren later kom je erachter dat hij gewoon met zijn ogen dicht een willekeurige tekening koos?'

 

Naast het feit dat wij de leiders dienen te vereren met buigingen en boeketten bloemen, is het Systeem op een andere manier constant aanwezig. In ons dagelijks handelen worden wij beperkt, iets wat heel vreemd is als je dat niet gewend bent. Zo wordt er vierentwintig uur per dag op ons gelet, en zelfs een onschuldige wandeling onder begeleiding blijkt niet mogelijk. Nu is het niet zo dat de gidsen letterlijk bij onze deur de wacht houden. Zij hebben zelf een kamer op de veertiende verdieping, maar zodra wij iets doen wordt dat aan ze doorgegeven. Zo zijn wij op de eerste avond naar onze hotelkamer gebracht en ben ik vergeten water mee te nemen. Ik besluit om nog even naar beneden te gaan om in de lobby een flesje water te kopen. Omdat alle vloeren dik tapijt hebben, ren ik op sokken naar de lift en ga van de elfde verdieping naar beneden. Zodra ik weer boven in de kamer kom, gaat de telefoon: ‘Vergeet je slippers de volgende keer niet!’.

 

  • Sytze

 

NK 3

 

Morgen: Deel twee van de dagboekreeks ‘Westerling in Noord-Korea’.

Melvin Biester

"Honderdvijftien jaar van plechtig proza en literaire onschuld is lang genoeg." – Clifford Geertz

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *