Amsterdamse superdiversiteit – Metamorfose van de stad

 

Amsterdam is met haar 180 nationaliteiten een stad rijk aan diversiteit. Het is altijd al een diverse stad geweest waarin verschillende culturen elkaar ontmoeten en dit lijkt zich nu verder te ontwikkelen. Het aantal Westerse en niet-Westerse Amsterdammers groeide en van een meerderheidsgroep is geen sprake meer. Op de site van de gemeente Amsterdam wordt zelfs gesproken van een ‘superdiversiteit’. De gemeente lijkt deze metamorfose te omarmen, immers, ‘verscheidenheid zorgt voor innovatie, creativiteit en flexibiliteit’. Toch worden er een aantal punten vergeten.

Tekst // Nikki Verhoeven

Beeld // Tobiah Palm

Uit een onderzoek in 2016 van de gemeente Amsterdam blijkt dat de diversiteit op het gebied van nationaliteiten fors is toegenomen. Een ander gegeven uit het onderzoek is dat de verschillende nationaliteiten erg zijn gesegregeerd in Amsterdam. Plattegronden van de stad tonen dat Surinaamse en Antilliaanse Amsterdammers vooral wonen in de Bijlmer, Turkse en Marokkaanse Nederlanders vooral in Nieuw-West en in het Amsterdamse Oud-Zuid wonen vooral autochtone Nederlanders. Valt er met zo’n segregatie nog wel te spreken van diversiteit?

Van penoze naar hipsterbuurt

Om te zeggen dat diversiteit slechts bestaat uit diversiteit op het gebied van verscheidenheid in nationaliteiten is nogal kort door de bocht. Immers, diversiteit heeft onder andere te maken met verscheidenheid aan sociale klassen, seksuele geaardheid, kennis, leeftijd, sekse, overtuigingen en manieren van leven. In dit artikel wordt met diversiteit de verscheidenheid aan nationaliteiten en sociale klassen bedoeld. Is er wel sprake van deze diversiteit in Amsterdam en zo ja, mengen deze verschillende groepen?

‘De Jan Evertsenstraat veranderde van criminele plek
in een diverse winkelstraat met een verscheidenheid aan mensen’

In 2002 begon de gemeente Amsterdam aan een wijkaanpak rondom de Jan Evertsenstraat in de Baarsjes in Amsterdam Nieuw-West. In de buurt waren vooral mensen uit de lagere klassen en gastarbeiders woonachtig. Sinds de jaren negentig werd het getekend door de Amsterdamse penoze en was het de thuisbasis van drugsbaronnen. Met de wijk­aanpak van de Amsterdamse beleidsmakers werden starters uit de middenklasse naar de buurt getrokken en mêleerden de lagere en middenklassen. Toch deden de middenklassers hun boodschappen elders dan in de Baarsjes en echt mengen deden de verschillende bevolkingsgroepen niet. Deze situatie zette zich voort tot in 2010 de eigenaar van een juwelierswinkel in de Jan Evertsen, Fred Hund, werd vermoord. Een groep mensen uit de buurt beseften dat ze zelf iets moesten doen om de buurt te verbeteren. Vanuit deze betrokken buurtbewoners vloeide de winkelstraatvereniging Ik geef om de Jan Eef voort. Onder andere met de winkeltas met daarop de tekst ‘Ik geef om de Jan Eef’, hoopten de bewoners andere bewoners te stimuleren hun boodschappen voortaan in de straat te doen. Er kwam een grote Albert Heijn bij in de straat voor de middenklasse die wat meer geld had te besteden. De straat leefde op en hippe zaakjes als White Label Coffee, het Massage Huys, Toon en Kattencafé Kopjes deden hun intrede. Zo veranderde de Jan Evertsenstraat in een paar jaar tijd van een criminele naar een hippe buurt en een lucratieve plek voor ondernemers.

Prijzen verdrijven

Dit proces dat een buurt opwaardeert op sociaal, cultureel en economisch vlak wordt gentrificatie genoemd. Het kan zorgen voor een opleving aan diversiteit in een buurt – zoals in de Jan Evertsenstraat ook het geval was. Tegelijkertijd kan ditzelfde proces van gentrificatie zorgen voor een vermindering aan diversiteit. De bepalende factor is het aanbod aan woningen. Wanneer er in een buurt zowel koopwoningen als sociale huur- en commerciële huurwoningen beschikbaar zijn wordt er een meer diverse groep mensen aangetrokken uit meerdere lagen van de bevolking.

Nu de rijkere middenklasse geïnteresseerd is in een buurt als de Baarsjes spelen investeerders hierop in met als gevolg dat de huizenprijzen stijgen en sociale huurwoningen langzaamaan verdwijnen. Mirjam de Rijk schreef in 2017 in De Groene Amsterdammer dat er steeds minder sociale huurwoningen zijn in tegenstelling tot de groter wordende behoefte aan deze collectieve woningen. De midden- en hogere klassen kunnen het zich veroorloven in de buurt te gaan wonen terwijl de lagere klassen, de oorspronkelijke buurtbewoners worden verdreven door de stijgende prijzen. Zij worden gedwongen om buiten de ring of zelfs buiten Amsterdam te gaan wonen. Het winkelaanbod past zich slechts aan op de vraag uit de buurt waardoor een eenzijdig en ‘verhipsterd’ aanbod aan hippe en relatief dure winkels overblijft.

Stad van verhalen

Is het erg dat er mensen buiten de ring of buiten Amsterdam moeten gaan wonen door de hoge prijzen? Sommige mensen zijn van mening dat dat de prijs is die je betaalt met het zijn van een wereldstad. Architect Arna Mackic vertelt in een aflevering van VPRO Tegenlicht hoe dit fenomeen wel degelijk een probleem vormt. ‘Mensen identificeren zich met een stad door de herinneringen en verhalen die er leven. Hoe meer verhalen er zijn op een plek hoe meer mensen zich identificeren met de plek’, legt ze uit. ‘Zo kun je ervoor zorgen dat de stad voor meerdere mensen is. Als de stad daarentegen maar voor één soort mens is, is de confrontatie  tussen verschillende bevolkingsgroepen er niet meer. Mensen met verschillende opvattingen en verschillende verhalen en kennis spreken elkaar niet en komen elkaar niet tegen.’

‘Mensen identificeren zich met een stad door de herinneringen en verhalen die er leven’

Bepaalde groepen mensen voelen zich dus niet meer thuis in de stad en daarnaast is er geen contact tussen de verschillende bevolkingsgroepen die nog wel in de stad wonen. Dat er minder of zelfs helemaal geen contact is tussen verschillende bevolkingsgroepen is een probleem, omdat mensen dan slechts één verhaal kennen. Ze kennen één bepaalde bevolkingsgroep heel goed en gaan er vanuit dat hun eigen verhaal de gehele werkelijkheid omvat. Immers, als je alleen maar witte zwanen ziet in je gehele leven zal je ervan uitgaan dat zwanen altijd wit zijn. Er bestaan echter ook zwarte zwanen. Dit werkt hetzelfde tussen mensen. Er bestaan ook mensen die anders zijn dan jij, maar omdat je geen contact met hen hebt, voel je je niet met elkaar verbonden.

Gevarenverhalen

Schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie vertelt in haar Ted Talk The danger of a Single Story hoe één verhaal alomvattend wordt als dat het enige verhaal is wat wordt verteld. Dit
creëert stereotypes en deze zijn niet per se onwaar maar wel onvolledig. Mensen identificeren zich alleen met hun eigen wereld en zien geen connectie met mensen buiten deze wereld. Er ontstaat een bepaalde discours op basis van dit ene verhaal en sluit mensen uit die niet in dit verhaal passen. Er ontstaat segregatie binnen de samenleving. Verschillende bevolkingsgroepen vervreemden van elkaar op het moment dat ze niet met elkaar in contact komen en geen verhalen uitwisselen.

Deze segregatie is wat de gemeente naar eigen zeggen wil tegengaan. De gemeente stelt immers dat diversiteit goed is voor de samenleving. Het bevordert, zoals al eerder vermeld, de innovatie, creativiteit en flexibiliteit. De gemeente geeft zelfs aan dat diversiteit op scholen de jeugd voorbereid op wereldburgerschap, iets wat belangrijk is in een steeds kleiner wordende wereld. Nu we in contact komen met meer mensen lijkt het niet meer dan logisch als we meer naar elkaar (leren) luisteren. Als de gemeente écht segregatie tegen wil gaan, diversiteit wil stimuleren en wil spreken van ‘superdiversiteit’ zal deze iets moeten doen om ervoor te zorgen dat er in woonwijken een mengelmoes blijft van sociale en commerciële huur en koopwoningen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *